Mail: redactie@niernieuws.nl | 030 - 288 9994 | NL16 TRIO 0197 707866



Reageer | Verstuur | Druk af   

Hij heeft het toch maar mooi gedaan

Door Brenda de Coninck 

‘Heb je lekker geslapen?’ vraagt mijn man. ‘Héérlijk’ antwoord ik soezelig. ‘Wat slaapt dat bed toch lekker. In het ziekenhuis leek het matras na een paar nachten slapen wel een plank. Ik ben er vannacht maar één keer uit geweest om te plassen en daarna sliep ik zo weer verder.’ ‘Hoe voel je je?’ Hij trekt zijn wenkbrauwen een beetje omhoog. ‘Een ander mens. Dat slapen heeft mij goed gedaan.’ Ik voel naar mijn buik: nog altijd dik. Maar daar laat ik mijn dag niet door beïnvloeden. De zon straalt en ik heb zin om te genieten. Ik ben thuis!

Als ik voorzichtig opsta, zie ik de zakken met medicijnen uitgestald staan in de hoek van de slaapkamer. ‘Ik wil even op internet kijken naar een goede pillenbox’ zeg ik tegen mijn man. Het lijkt me fijn om mij maar een keer in de week bezig te hoeven houden met de medicijnen, i.p.v. daar elke dag aan herinnerd te worden. ‘Is goed, maar nu eerst lekker eten. Ga jij maar douchen, dan maak ik het ontbijt.’

Als we met z’n tweeën in de tuin zitten, kijk ik naar mijn man die rechts van mij zit. Hij heeft het toch maar gedaan, denk ik. Er zijn zoveel mensen die iets beloven en als puntje bij paaltje komt, afhaken. Hij niet. Een week geleden liet hij zich onder narcose brengen en zijn nier eruit halen. Voor mij, een operatie van vier uur. Daardoor kreeg ik een nier. Zonder hem had ik hier niet zo gezeten. De betekenis daarvan zorgt voor een brok in mijn keel. Het is niet uit te leggen hoe het voelt als iemand dat voor je doet: een deel van eigen lichaam weggeven. De ultieme liefdesverklaring. Zo ervaar ik dat. Hij merkt er niets van, dat ik hem zo gadesla. Hij zit lekker te eten en kijkt voor zich uit. De zon schijnt vanaf links de tuin in en belicht allerlei kleuren groen. Het uitzicht over het water en de dijk is adembenemend. Ik voel mij zó bevoorrecht en gelukkig. 

‘Ik wil er vandaag wel even uit’ begin ik voorzichtig, tegen het advies van de bulderfysiotherapeute in. ‘Lekker wat boodschappen doen.’ ‘Tuurlijk’ krijg ik als reactie. ‘Doen we.’ In de auto voel ik nog steeds alle bobbels in de weg en ook in de bochten houd ik mijn buik vast. In de biologische supermarkt - klein en rustig - voel ik na een half uur scharrelen dat ik pijn begin te krijgen. Terug in de auto wil mijn man doorrijden naar een supermarkt, om de dingen te halen die we nog missen, maar ik voel dat ik dat niet moet doen. ‘Wil je mij naar huis brengen lieverd? Ik merk dat ik pijn begin te krijgen.’ Thuis loop ik meteen door naar boven en ga op bed liggen. Wat mij anders overdag nooit lukt, is nu geen enkel probleem: ik val als een blok in slaap. 

Een uur later ben ik weer beneden en smul ik in de tuin van de heerlijke tomatensoep die mijn oudste dochter voor mij heeft gemaakt. Ik evalueer de dag en neem ter plekke een besluit om het rustiger aan te gaan doen. Ik voel nog steeds mijn buik trekken, ook na een uur slapen. Voor mij een teken dat ik over mijn grens heen ben gegaan. De buldermevrouw had gelijk. Ik ga mij deze week beperken tot bewegen in en om het huis. Ik moet overmorgen opnieuw naar Groningen, dus dan ben ik ook weer lang onderweg. Als mijn man thuiskomt, doet hij hetzelfde als ik gedaan heb: hij gaat naar boven om te rusten. En ook al voelt hij zich goed, toch valt ook hij een uur in slaap. Kennelijk schat ik het verkeerd in - wil ik te snel hersteld zijn - maar genezen heeft (meer) tijd nodig. 

De rest van de middag verloopt rustig. Ik zit wat in de tuin, mediteer een poosje en laat mij verwennen door mijn man en jongste dochter. Ze werkt boven op kantoor en komt zo nu en dan naar beneden om te vragen of ze iets kan doen. Eigenlijk niet: mijn man doet alles. ‘Tja’ antwoordt hij haar desgevraagd: ‘Moet ik jou dan dingen laten doen en hier blijven zitten, terwijl ik mij goed voel? Dat kan ik niet zo goed.’ Ze snapt het. ‘Dan denk ik dat ik eerder naar huis ga dan ik had gepland. Ik heb veel werk te doen op kantoor en als jij toch alles zelf doet papa…’ ‘Ik snap het lieverd, geen probleem. Het is ook eigenlijk niet nodig dat je hier bent om te helpen. Wel gezellig natuurlijk.’ Hij lacht.

’s Avonds komt onze oudste met haar vriendin langs voor een BBQ. Alhoewel ik mij een beetje schuldig voel over het feit dat ik maar zit te zitten, zonder iets te (mogen) doen, geniet ik met volle teugen. Sjaak heeft het vlees een beetje gemarineerd en er wat sojasaus bijgedaan. Lekker. 

Aan het einde van de avond zit ik nog even met de vriendin van mijn dochter buiten, terwijl mijn man en meiden de keuken aan het opruimen zijn. Ze is verdrietig. Normaliter zou ik daar meteen op inspringen, verdiepende vragen stellen. Maar ik merk dat ik daar de puf niet voor heb en dat is niks voor mij. Als de tranen over haar wangen rollen, zeg ik wat onwennig dat ik dit niet heb willen veroorzaken. Ze slikt haar tranen in en knikt. 

Als iedereen naar huis of naar boven is, zitten Sjaak en ik nog wat na te praten. ‘Ik kon het gewoon niet opbrengen’ zeg ik verontschuldigend. ‘Aan de andere kant: een week geleden lag ik nog op de OK. Ze kan van mij toch niet verwachten dat ik met haar aan het werk ga?’

Ik merk door dit moment, dat ik niet alleen lichamelijk moet opknappen, maar ook geestelijk. Het voelt alsof ik in een soort ‘cocon’ zit, een beetje weg van alles. ‘Ik dacht van tevoren dat ik na vier weken wel weer aan de slag zou gaan, maar ik twijfel daar nu over.’ ‘Neem je tijd’ zegt mijn man. ‘Het is nog steeds zomer en dan is de praktijk sowieso wat stiller. Volg je eigen ritme en laten we eerst maar eens gaan herstellen en genieten de komende weken.’ 

Hij heeft gelijk.

 

Als ik voorzichtig opsta, zie ik de zakken met medicijnen uitgestald staan in de hoek van de slaapkamer. ‘Ik wil even op internet kijken naar een goede pillenbox’ zeg ik tegen mijn man. Het lijkt me fijn om mij maar een keer in de week bezig te hoeven houden met de medicijnen, i.p.v. daar elke dag aan herinnerd te worden. ‘Is goed, maar nu eerst lekker eten. Ga jij maar douchen, dan maak ik het ontbijt.’

 

Als we met z’n tweeën in de tuin zitten, kijk ik naar mijn man die rechts van mij zit. Hij heeft het toch maar gedaan, denk ik. Er zijn zoveel mensen die iets beloven en als het puntje bij paaltje komt, afhaken. Hij niet. Een week geleden liet hij zich onder narcose brengen en zijn nier eruit halen. Voor mij, een operatie van vier uur. Daardoor kreeg ik een nier. Zonder hem had ik hier niet zo gezeten. De betekenis daarvan zorgt voor een brok in mijn keel. Het is niet uit te leggen hoe het voelt als iemand dat voor je doet: een deel van eigen lichaam weggeven. De ultieme liefdesverklaring. Zo ervaar ik dat. Hij merkt er niets van, dat ik hem zo gadesla. Hij zit lekker te eten en kijkt voor zich uit. De zon schijnt vanaf links de tuin in en belicht allerlei kleuren groen. Het uitzicht over het water en de dijk is adembenemend. Ik voel mij zó bevoorrecht en gelukkig.

 

‘Ik wil er vandaag wel even uit’ begin ik voorzichtig, tegen het advies van de bulderfysiotherapeute in. ‘Lekker wat boodschappen doen.’ ‘Tuurlijk’ krijg ik als reactie. ‘Doen we.’ In de auto voel ik nog steeds alle bobbels in de weg en ook in de bochten houd ik mijn buik vast. In de biologische supermarkt - klein en rustig - voel ik na een half uur scharrelen dat ik pijn begin te krijgen. Terug in de auto wil mijn man doorrijden naar een supermarkt, om de dingen te halen die we nog missen, maar ik voel dat ik dat niet moet doen. ‘Wil je mij naar huis brengen lieverd? Ik merk dat ik pijn begin te krijgen.’ Thuis loop ik meteen door naar boven en ga op bed liggen. Wat mij anders overdag nooit lukt, is nu geen enkel probleem: ik val als een blok in slaap.

 

Een uur later ben ik weer beneden en smul ik in de tuin van de heerlijke tomatensoep die mijn oudste dochter voor mij heeft gemaakt. Ik evalueer de dag en neem ter plekke een besluit om het rustiger aan te gaan doen. Ik voel nog steeds mijn buik trekken, ook na een uur slapen. Voor mij een teken dat ik over mijn grens heen ben gegaan. De buldermevrouw had gelijk. Ik ga mij deze week beperken tot bewegen in en om het huis. Ik moet overmorgen opnieuw naar Groningen, dus dan ben ik ook weer lang onderweg. Als mijn man thuiskomt, doet hij hetzelfde als ik gedaan heb: hij gaat naar boven om te rusten. En ook al voelt hij zich goed, toch valt ook hij een uur in slaap. Kennelijk schat ik het verkeerd in - wil ik te snel hersteld zijn - maar genezen heeft (meer) tijd nodig.

 

De rest van de middag verloopt rustig. Ik zit wat in de tuin, mediteer een poosje en laat mij verwennen door mijn man en jongste dochter. Ze werkt boven op kantoor en komt zo nu en dan naar beneden om te vragen of ze iets kan doen. Eigenlijk niet: mijn man doet alles. ‘Tja’ antwoordt hij haar desgevraagd: ‘Moet ik jou dan dingen laten doen en hier blijven zitten, terwijl ik mij goed voel? Dat kan ik niet zo goed.’ Ze snapt het. ‘Dan denk ik dat ik eerder naar huis ga dan ik had gepland. Ik heb veel werk te doen op kantoor en als jij toch alles zelf doet papa…’ ‘Ik snap het lieverd, geen probleem. Het is ook eigenlijk niet nodig dat je hier bent om te helpen. Wel gezellig natuurlijk.’ Hij lacht.

’s Avonds komt onze oudste met haar vriendin langs voor een BBQ. Alhoewel ik mij een beetje schuldig voel over het feit dat ik maar zit te zitten, zonder iets te (mogen) doen, geniet ik met volle teugen. Sjaak heeft het vlees een beetje gemarineerd en er wat sojasaus bijgedaan. Lekker.

 

Aan het einde van de avond zit ik nog even met de vriendin van mijn dochter buiten, terwijl mijn man en meiden de keuken aan het opruimen zijn. Ze is verdrietig. Normaliter zou ik daar meteen op inspringen, verdiepende vragen stellen. Maar ik merk dat ik daar de puf niet voor heb en dat is niks voor mij. Als de tranen over haar wangen rollen, zeg ik wat onwennig dat ik dit niet heb willen veroorzaken. Ze slikt haar tranen in en knikt.

 

Als iedereen naar huis of naar boven is, zitten Sjaak en ik nog wat na te praten. ‘Ik kon het gewoon niet opbrengen’ zeg ik verontschuldigend. ‘Aan de andere kant: een week geleden lag ik nog op de OK. Ze kan van mij toch niet verwachten dat ik met haar aan het werk ga?’

Ik merk door dit moment, dat ik niet alleen lichamelijk moet opknappen, maar ook geestelijk. Het voelt alsof ik in een soort ‘cocon’ zit, een beetje weg van alles. ‘Ik dacht van tevoren dat ik na vier weken wel weer aan de slag zou gaan, maar ik twijfel daar nu over.’ ‘Neem je tijd’ zegt mijn man. ‘Het is nog steeds zomer en dan is de praktijk sowieso wat stiller. Volg je eigen ritme en laten we eerst maar eens gaan herstellen en genieten de komende weken.’

 

Hij heeft gelijk. 

sterren Gepubliceerd: zaterdag 03-02-2018 | Reacties (2)

Reacties

Reageer op dit artikel

  • Bert, Almere
    05-02-2018 16:58

    Wat ben ik trots op jullie, zoals jullie dit samen (als een team) op pakken en opgepakt hebben.. tussen de regels door niets dan liefde en aandacht voor elkaar..

    Liefs, Bert

  • Pluimers , Rijssen
    03-02-2018 20:33

    Zo leuk om te lezen. Heb zelf aan mijn man 11 december j.l een nier gedoneerd. De operatie/ transplantatie is heel goed verlopen. Met mijn man gaat het super. Hij is zo goed opgeknapt en heeft nu al weer een nierfunctie van 64%. Was nog maar 7%. Op het randje van dialyse. Wat een nier al niet kan doen! Zo blij dat we een match met elkaar hadden. Nu genieten.
    Groetjes Gerald en Anna Pluimers.




Oprecht medeleven

Daar gaan we dan. Ik moet er eerst voor zorgen dat ik haar in de auto krijg. De overstap van de rolstoel naar de voorbank is al een onderneming op zich. Ze heeft bijna geen kracht meer in haar spieren en houdt de deur en het dak van de auto vast als steun- en leunpunt. ‘Ik vind het gewoon eng om je moeder zo te zien stunten. Op een dag gaat het mis en valt ze naast de auto’ had mijn man een keer gezegd toen ze met een plof op de voorstoel terechtkwam. En ook nu zie ik haar dat doen. ‘Zo, ik zit’ zegt ze monter. Klagen doet ze niet, ondanks alle ellende. Ik doe de deur naast haar dicht en ga aan de slag met de rolstoel. Als die opgevouwen achterin ligt, rijden we weg, richting Amsterdam.

Aangekomen in de centrale hal van het academische ziekenhuis voelt het weer als vanouds, hoewel er behoorlijk wat veranderd is sinds ik zeven jaar geleden vertrok naar het UMCG om mee te doen aan het DIPAK-onderzoek. Om mij heen zie ik nieuwe winkels, balies en restaurants. Het ene ontwerp is nog mooier dan het andere. De laatste keer dat ik hier was, zetelde de afdeling nefrologie in de kelder; nu moeten we weer met de lift naar boven. Waarom afdelingen toch zo vaak verhuizen is mij een raadsel, denk ik als ik in de lift sta.

Lees meer »

Hoezo 'mijn' UMCG? »

‘Ah! Kijk, daar kun je je inschrijven voor ‘mijn UMCG’. Hè, eindelijk. Dan kan ik net als jij de uitslagen meteen zien als ik thuiskom. Bij jou vind ik dat ook altijd zo top, als je terugkomt uit Amsterdam. Kom, laten we er meteen naartoe gaan.’ Met mijn pas en een big smile neem ik plaats achter een van de opgestelde tafels met computer. Een jongedame aan de andere kant loodst mij door het inlogprogramma heen. Mijn man kijkt over mijn schouder mee.

Lees meer »

Een stukje leeft door na je dood »

'Moira wil zondag nog een keer naar je vader toe. Ik denk dat dat een goed idee is. Dan kunnen we je moeder ook meenemen. Misschien is het wel de laatste keer.' Ik knik. 'Zondag moet ik naar een afspraak die ik niet kan afzeggen. Ik ga maandag. Renée gaat dan waarschijnlijk ook mee. Fijn dat jullie mijn moeder meenemen.' Mijn vader is al een poos ernstig ziek. Door Alzheimer is hij van een vrolijke Amsterdamse rouwdouwer met een blanke pit, veranderd in een zielig hoopje mens.

Lees meer »







NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
Ons Pricaystatement vindt u hier