Mail: redactie@niernieuws.nl | 030 - 288 9994 | NL16 TRIO 0197 707866



Reageer | Verstuur | Druk af   

Grote verschillen in medicijnbeleid als getransplanteerde nier niet meer werkt

Door Merel Dercksen 

Er is geen eenduidig beleid over wanneer te stoppen met afweeronderdrukkende middelen wanneer een getransplanteerde nier niet meer werkt en de patiënt (opnieuw) moet gaan dialyseren. Uit de DOPPS studie blijkt zelfs dat er zeer grote verschillen zijn tussen westerse landen. Maar het is niet duidelijk of langer doorgaan met deze medicatie vooral voordelen, of vooral nadelen heeft.

Als een getransplanteerde nier het opgeeft en er is niet direct een andere beschikbaar, zullen de meeste patiënten gaan dialyseren. Dan is de vraag: wanneer te stoppen met de afweeronderdrukkende medicatie? Om te voorkomen dat de functie van de getransplanteerde nier achteruitgaat, is die niet meer nodig. Bovendien hebben al deze medicijnen bijwerkingen. Maar snel stoppen kan er weer voor zorgen dat de patiënt toch nog antilichamen aanmaakt tegen het donorweefsel, en de niet werkende nier verwijderd moet worden. Dat is een extra operatie, die je liever wilt vermijden.

De Dialysis Outcomes and Practice Patterns Study (DOPPS) is een onderzoek onder volwassen hemodialysepatiënten die al sinds 1996 loopt. Onder patiënten die aan deze studie deelnemen en die eerder getransplanteerd zijn geweest, hebben onderzoekers gekeken hoe lang ze nog afweeronderdrukkende medicijnen zijn blijven slikken. De onderzoekers hebben de gegevens van bijna 1700 patiënten bestudeerd, uit elf landen. Dit zijn een aantal West-Europese landen, Australië en Nieuw-Zeeland en de Verenigde Staten.

Het blijkt dat in de periode tot een jaar na het falen van de transplantaatnier, er een factor twee verschil is tussen het hoogste en het laagste percentage patiënten dat nog afweeronderdrukkende medicijnen gebruikt. In Zweden en Canada is dat op dat moment nog bijna 90%, in Italië slikt amper 40% van de patiënten na een jaar nog deze medicatie. In bijna alle landen gebruikt het grootste deel van deze patiënten prednison, maar in Duitsland is ciclosporine of tacrolimus populairder.

Onder dialysepatiënten bij wie het langer dan een jaar geleden is dat hun nier ermee ophield, is het gebruik van afweeronderdrukkende middelen gedaald, maar het relatieve verschil is veel groter. Ook hier zijn Italië en Zweden de extremen. Gebruikt in Italië ongeveer 10% van de patiënten nog prednison en een enkeling iets anders, in Zweden zijn er vijf keer zoveel patiënten die nog iets slikken. En de helft van hen gebruikt zelfs nog twee soorten medicijnen.

Er zijn dus duidelijke verschillen tussen hoe lang patiënten nog afweeronderdrukkende medicijnen krijgen als ze na een transplantatie weer gaan dialyseren. Maar wat er niet uit blijkt, is wat het effect is van deze verschillen. Daarom pleiten de onderzoekers ervoor, dit nader te bekijken. Hebben Zweedse patiënten opvallend vaak last van infecties doordat ze zo lang door slikken? Of vormen juist Italiaanse patiënten meer antistoffen doordat ze zo vroeg stoppen? Of misschien wel allebei, en wat is dan de therapie waarbij beide nadelen het minste optreden?

sterren Gepubliceerd: maandag 27-06-2016
Bron: Nephrology Dialysis Transplantation | Nog geen reacties




Hogere sterfte niertransplantatiepatiŽnten die maagzuurremmers gebruiken

Door Rosa Wouda - Een interview met arts-onderzoeker Rianne Douwes en nefroloog Stephan Bakker van het UMCG over hun onderzoek naar het verband tussen het gebruik van maagzuurremmers en sterfte na niertransplantatie.

Rianne heeft geneeskunde gestudeerd aan de universiteit van Groningen. Tijdens haar studie was ze lid van het Prometheus-Nierteam, waardoor haar interesse in wetenschappelijk onderzoek en transplantatiegeneeskunde groeide. Haar laatste coschap heeft ze gedaan op de afdeling maag-, darm- en leverziekten. Sinds ruim drie jaar werkt zij als arts-onderzoeker voor de TransplantLines studie; een grootschalig onderzoek, langlopend onder in het UMCG getransplanteerde patiŽnten, onder leiding van prof. dr. Bakker. Passend bij haar interesse in de transplantatiegeneeskunde, alsmede het maagdarmstelsel, doet zij nu onderzoek naar het gebruik van maagzuurremmers bij patiŽnten met een niertransplantatie.

Lees meer »

Verfijndere behandeling ANCA-vasculitis stap dichterbij »

Van de Late Breaking Clinical Trials die tijdens het ERA-EDTA congres gepresenteerd zijn, hebben er twee betrekking op ANCA-vasculitis. Zowel met betrekking tot het terugdringen van een actieve aanval, als het voorkomen van een terugval is in Cambridge medicijnonderzoek gedaan dat een stap in de richting zet van meer op de patiënt afgestemde behandeling. Late Breaking Clinical Trials (LBCTs) zijn, zoals de naam al zegt, klinische studies, dus uitgevoerd onder patiënten.

Lees meer »

Kunnen ouderen met minder medicatie toe?  »

Ouderen die een nieuwe nier krijgen hebben veel minder vaak een afstoting dan jonge mensen. Als ze de eerste drie maanden na de transplantatie geen afstoting hebben gehad, dan is de kans ook klein dat dat nog gaat gebeuren. Dat ouderen minder vaak een afstoting hebben komt waarschijnlijk vooral doordat hun immuunsysteem minder goed werkt. Ouderen krijgen echter doorgaans wel dezelfde hoeveelheid medicatie als jongere mensen.

Lees meer »


Grote verschillen in medicijnbeleid als getransplanteerde nier niet meer werkt





NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
Ons Pricaystatement vindt u hier