Mail: redactie@niernieuws.nl | 030 - 288 9994 | NL16 TRIO 0197 707866



Reageer | Verstuur | Druk af   

Gepersonaliseerde screening en behandeling

Door Brenda de Coninck 

Hessel Peters-Sengers, postdoc-onderzoeker bij het Amsterdam UMC en een van de sprekers tijdens de Wetenschapsdag 2018, vertelde tijdens de workshop ‘Personalized screening en behandeling’ hoe Big Data binnen de zorg toeneemt. ‘De hoeveelheid data die opgeslagen wordt, groeit exponentieel. Deze data bevat een schat aan informatie voor o.a. wetenschappelijk onderzoek. Wat zouden we willen weten? Welke informatie is nuttig om te vergaren?’ legde hij zijn toehoorders voor. ‘Kunnen we met een zo groot mogelijk bulk aan informatie bijvoorbeeld transplantaatfalen op voorhand voorspellen?’

‘Medische risicofactoren op voorhand inschatten is belangrijk’ zo stelt de onderzoeker ‘zodat je kunt interveniëren. Daarvoor is het nodig dat systemen op elkaar worden afgestemd. Automatische informatie koppelen vergroot de diversiteit van data en daarmee de precisie waarmee we voorspellingen kunnen doen.’ Hessel laat slides zien waarop vier verschillende modellen staan afgebeeld, met elk hun eigen informatiebron/database. Het loopt van leeftijd, geslacht en andere medische karakteristieken ten tijde van transplantatie, naar modellen die additioneel ook opleiding, inkomen en het hebben van een relatie laten zien. Het laatste model includeert ook nog de notities van artsen. Hoe meer modellen samen worden gevoegd, hoe beter transplantaatfalen kan worden voorspeld. Dat laat een recent onderzoek zien (Srinivas, T.R. (2017) Big data, predictive analytics, and quality Improvement in kidney transplantation: a proof of concept. AJT).

Grote bedrijven zoals Google en Watson (IBM) suggereren met nieuwe datatechnieken de nabije toekomst te veranderen in de besluitvorming van behandeling, die zelfs accurater is dan de kennis van artsen. Maar een hogere accuraatheid wil niet zeggen dat automatisch het gedrag van de arts/patiënt zal veranderen. Is Big Data wellicht een hype? Zal dit nieuwe model voor transplantaatfalen het gedrag van de arts/patiënt veranderen? En zijn alle data wel betrouwbaar? Wat als deze onjuist is door commerciële belangen? Hoe transparant is de informatie?

Hij toont vervolgens op het scherm een protocol dat in zijn ziekenhuis wordt gehanteerd om de nierfunctie van transplantatiepatiënten te volgen. Die is voor iedereen hetzelfde en gebaseerd op een ‘one size fits all’. Er is vooralsnog geen verschil te zien in de momenten waarop patiënten naar het ziekenhuis komen, hoewel hun uitslagen van de nierfunctie niet precies dezelfde zullen zijn. Hessel vraag zich af: is het mogelijk om het ‘one size fits all’ protocol te personaliseren?

Hessel vertelt enthousiast over zijn onderzoek naar biomarkers die gevonden worden in het bloedserum en in het eiwit in de urine, om erachter te komen of een model dat de medische geschiedenis van de patiënt in acht neemt kan leiden tot een gepersonaliseerde screening van transplantatiepatienten. Hij heeft hiervoor eerst een simulatiestudie opgezet en selecteerde daarvoor - random - 50 patienten die danwel het ‘normale’ screeningsprotocol volgen, danwel het gepersonaliseerde screeningsprotocol. Wat is het verschil tussen een gefixeerd en gepersonaliseerd protocol? Het antwoord is duidelijk: het gepersonaliseerde model leidt tot een enorme reductie in het aantal bezoeken (tot wel 50%, wat gepaard gaat met een kostenbesparing tot € 14.500.000 in Nederland). Het model moet nog geoptimaliseerd worden, gevalideerd in een ander ziekenhuis, en uiteindelijk zal een dergelijk protocol moeten worden getest in de praktijk in een gerandomiseerde gecontroleerd onderzoek.

De onderzoeker sluit zijn betoog af door op te merken dat patiënten niet alle symptomen delen met hun artsen omdat dit niet altijd gemakkelijk is of vanzelfsprekend. Hoe beïnvloedt dat de uitkomsten van onderzoek, als niet alle relevante informatie op tafel komt? Een uur bleek te kort om alle vragen te beantwoorden. Wat dat betreft waren de toehoorder even enthousiast als de onderzoeker.

sterren Gepubliceerd: donderdag 18-10-2018 | Nog geen reacties




Risico op hoge bloeddruk stijgt na nierdonatie

Donoren van een nier lopen een hoger risico hypertensie te ontwikkelen dan vergelijkbare, gezonde niet-donoren. Dit blijkt uit een recent onderzoek, uitgevoerd aan de Johns Hopkins universiteit (Baltimore, VS, iets ten noordoosten van Washington DC).

De onderzoekers bekeken de gegevens van 1295 levende donoren, gemiddeld 6 jaar na hun nierdonatie, en zetten die af tegen de gegevens van 8233 gezonde niet-donoren. Uit deze gegevens bleek dat donoren over het geheel genomen 19% meer kans liepen hypertensie (hoge bloeddruk) te krijgen. Voor zwarte donoren was dit getal zelfs 27%. Daarnaast ging de eGFR (filtratiesnelheid, maat voor de nierfunctie) van donoren niet meer omhoog nadat was vastgesteld dat ze hypertensie hadden ontwikkeld.

Normaal gaat de GFR van een donor onmiddellijk na de donatie omlaag (want er is minder nierweefsel om de nierfunctie te vervullen), om daarna langzaam maar zeker weer te stijgen; hoewel ik ook bronnen kan vinden die claimen dat de eGFR van donoren langzaam daalt als gevolg van het normale verouderingsproces (na de initiële daling na de donatie). Maar volgens deze onderzoekers hoort de eGFR van donoren langzaam maar gestaag weer te stijgen, en vlakte deze stijging af bij donoren die hoge bloeddruk kregen.

Lees meer »

Nierfunctie ernstig zieke kinderen beter meten »

Door Anne Schijvens - Een interview met arts-onderzoeker Nori Smeets uit het Radboudumc in Nijmegen over haar onderzoek naar de nierfunctie bij kritisch zieke kinderen. Nori is, na haar studie geneeskunde aan de Radboud Universiteit, in april 2018 gestart met haar promotieonderzoek bij de afdeling Farmacologie & Toxicologie in het Radboudumc. Zij voert haar onderzoek uit onder begeleiding van prof. dr. Saskia de Wildt, kinderarts-intensivist & klinisch farmacoloog en dr.

Lees meer »

Hiv-donornieren functioneren boven verwachting »

Relatief veel Zuid-Afrikaanse Hiv-patiënten die een donornier hadden ontvangen van een overleden Hiv-patiënt waren vijf jaar na de transplantatie nog in leven, en ook hun donornier was niet afgestoten. Dit blijkt uit onderzoek uitgevoerd in Zuid-Afrika, waar men ongeveer tien jaar geleden begon met het transplanteren van nieren van Hiv-patiënten naar andere Hiv-patiënten.

Lees meer »







NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
Ons Pricaystatement vindt u hier