Mail: redactie@niernieuws.nl | 030 - 288 9994 | NL16 TRIO 0197 707866



Reageer | Verstuur | Druk af   

Europese nefrologen: 'transplanteer voordat dialyse aan de orde is'

Een werkgroep van de ERA-EDTA (European Renal Association - European Dialysis and Transplant Association) doet de aanbeveling dat programma's voor niertransplantatie met een nier van een levende donor, uitgevoerd voordat de patiënt moet gaan dialyseren, gestimuleerd moeten worden. De tweede aanbeveling die de werkgroep daarbij doet is dat patiënten getransplanteerd moeten worden op het moment dat ze volgens de huidige richtlijnen in aanmerking komen voor dialyse. Voor de toekomst zou dan nog een Europees register moeten worden opgezet waarin de gegevens van patiënten die een nier krijgen voordat ze met dialyse starten, verzameld worden.

ERA-EDTA is de vakorganisatie waarbij vooral Europese nefrologen zijn aangesloten. Binnen ERA-EDTA bestaan verschillende werkgroepen, die onder andere onderzoek doen en op basis van brede consensus aanbevelingen doen voor de behandelpraktijk in heel Europa. Een van die werkgroepen, DESCARTES (Developing Education Science and Care for Renal Transplantation in European States), heeft zich de vraag gesteld of pre-emptieve transplantatie, dat is voordat een patiënt start met dialyse, met een nier van een levende donor de resultaten van de transplantatie verbetert, vergeleken met een transplantatie als de patiënt al dialyseert. De werkgroep heeft hier een literatuurstudie naar uitgevoerd. 

Men is het erover eens dat transplantatie, voor die patiënten die daarvoor in aanmerking komen, over het algemeen de kwaliteit en de lengte van het leven van nierpatiënten bevordert. Maar vrijwel overal is er een tekort aan organen, waardoor patiënten aan de dialyse moeten wachten tot er een nier beschikbaar komt. Levende donatie kan de pool van donornieren vergroten, en biedt de mogelijkheid van transplanteren voordat dialyse noodzakelijk is.

De overwegingen die de werkgroep in dit verband de revue heeft laten passeren zijn vooraleerst dat tijdens de wachttijd aan de dialyse de comorbiditeit toeneemt, denk bijvoorbeeld aan hartklachten die ontstaan. Pre-emptieve transplantatie heeft als voordeel dat er geen shunt of katheter hoeft te worden aangelegd, wat een operatie scheelt. Het is ook kosteneffectief, omdat dialyse duurder is dan de zorg voor een getransplanteerde patiënt. Aan de andere kant bestaan er vermoedens dat patiënten die nog niet gedialyseerd hebben een wat actiever afweersysteem hebben en daardoor meer risico op afstoting lopen. En sommige professionals zijn zelfs bang dat patiënten die niet ervaren hebben wat het is om te dialyseren, minder zorgvuldig met hun nieuwe nier omgaan. Daarnaast is er bij levende donatie altijd een risico voor de donor.

Hoewel er aardig wat onderzoek naar gedaan is, vonden de leden van de werkgroep maar 29 studies die aan hun criteria voldeden. Ze hebben geen gerandomiseerde onderzoeken gevonden waarin transplantatie voor en na de start van dialyse vergeleken werden; ze vonden alleen observationele studies. De gebruikte studies zijn allemaal uitgevoerd na 1990, omdat oudere onderzoeken waarschijnlijk gedateerd zijn. Niet alle studies behandelden alle onderwerpen waarin de werkgroep geïnteresseerd was, zo komt het risico op infecties en kanker in slechts twee van de 29 aan bod. Hierover kan de werkgroep dan ook niets zinnigs zeggen.

In de studies onder volwassenen waarin gekeken is naar overleving van de patiënt, van de donornier en naar acute afstoting, waren de uitkomsten op al deze factoren meestal beter voor patiënten die pre-emptief getransplanteerd waren. Een klein aantal studies vond geen verschil met transplantatie na de start van de dialyse. De meegenomen studies naar kinderen laten op deze gebieden een wat minder duidelijk voordeel van pre-emptieve transplantatie zien. Een dialyseduur korter dan een jaar lijkt geen significante invloed te hebben op de overlevingskansen van de patiënt of de donornier, schrijft de werkgroep.

Omdat geen van de studies een gerandomiseerd onderzoek was, is er steeds het risico dat de patiënten die pre-emptief getransplanteerd zijn, niet representatief zijn voor de gehele transplantabele patiëntengroep. Het is de werkgroep in de meeste onderzoeken ook niet duidelijk of er rekening is gehouden met eventuele uitgangsverschillen tussen vroeg en laat getransplanteerde patiënten, zoals dat ze vaker een nier van een levende donor ontvangen, en vaker hoger opgeleid zijn. Dat maakt dat conclusies die op basis hiervan getrokken kunnen worden, wat minder stevig zijn.

Maar ook als de werkgroep ervan uitgaat dat de uitkomsten van de gevonden studies beïnvloed zijn door kenmerken van pre-emptief getransplanteerden die hoe dan ook een positief effect hebben op een transplantatie, zien ze geen signalen dat pre-emptief transplanteren met een nier van een levende donor sléchtere resultaten zou kunnen opleveren. Er is vaak juist minder acute afstoting, en ook de angst voor slechtere therapietrouw lijkt ongegrond.

De werkgroep komt tot de conclusie dat patiënten op zijn minst geïnformeerd dienen te worden over de mogelijkheid tot transplanteren met de nier van een levende donor voordat dialyse noodzakelijk is. Daarbij is het wel belangrijk dat er voldoende aandacht is voor de potentiële risico's voor de donor. De werkgroep heeft geen andere richtlijnen over dit onderwerp gevonden en kan daar dus ook niet mee vergelijken.

Vervolgens heeft de DESCARTES-werkgroep zich de vraag gesteld bij welke nierfunctie nierpatiënten op een wachtlijst voor pre-emptieve transplantatie geplaatst kunnen worden. Voorafgaande richtlijnen spreken over een pre-emptieve transplantatie met een nier van een levende donor als de filtratiesnelheid van de nieren van de patiënt onder de 15 ml/min komt. Maar transplantatie gaat gepaard met een licht verhoogd risico op overlijden in de eerste weken na de ingreep, en levert een klein maar niet verwaarloosbaar risiso op complicaties bij de donor op. Beide redenen om de transplantatie niet uit te voeren als het nog niet echt nodig is.

De werkgroep heeft een beperkt aantal studies gevonden waarin transplantaties bij verschillende resterende nierfuncties vergeleken zijn. Patiënt- noch transplantaatoverleving lijkt te worden beïnvloed door de nierfunctie van de patiënt op het moment van pre-emptieve transplantatie.

De werkgroep stelt dat de pre-emptieve transplantatie in het ideale geval dient te worden uitgevoerd enkele weken of maanden voordat dialyse noodzakelijk is, maar dat een exacte nierfunctie daarbij niet te geven is. Er zijn namelijk nog meer factoren die een rol spelen, zoals hoe snel de nierfunctie achteruitgaat, en in hoeverre afwijkende bloedwaarden en klachten van de patiënt de boventoon gaan voeren. Afhankelijk van de werkwijze van het transplantatiecentrum moet de voorbereiding van donor en ontvanger weken tot maanden voor de verwachte noodzakelijke transplantatiedatum gestart worden.

Als aanvulling op de aanbeveling dat pre-emptieve transplantatie met een nier van een levende donor gepromoot dient te worden en bij voorkeur plaatsvindt kort voordat dialyse noodzakelijk is, ziet de werkgroep graag dat er een kwaliteitsregister voor pre-emptieve transplantatie wordt opgezet. Dit heeft dan tot doel de nierfunctie waarbij patiënten in de verschillende Europese landen getransplanteerd worden, te vergelijken. En daaraan de resultaten te koppelen, in de vorm van overleving, kwaliteit van leven en negatieve gevolgen als kanker, infecties en hart- en vaataandoeningen. Ook kunnen in dit register gegevens over de donoren opgenomen worden.

sterren Gepubliceerd: maandag 16-11-2015
Bron: Nephrology Dialysis Transplantation | Nog geen reacties




Huisdieren mogelijk bron van hepatitis E

Huisdieren zijn veel vaker dan gedacht besmet (geweest) met het virus dat hepatitis E veroorzaakt, en zouden daarmee wel eens een bron van besmetting voor mensen kunnen zijn. Dit is voor gezonde mensen over het algemeen niet gevaarlijk, maar kan dat wel zijn voor mensen die een verminderde afweer hebben, bijvoorbeeld getransplanteerden.

Vrij veel mensen hebben op enig moment in hun leven een infectie met het hepatitis E-virus, meestal niet ernstig. Maar wie een verminderde afweer heeft, bijvoorbeeld door de medicatie die transplantatiepatiënten gebruiken, kan er wel heel ziek van worden. Er zijn verschillende vormen van het virus: sommige komen alleen bij mensen voor, maar andere types circuleren ook onder wilde en gedomesticeerde dieren. De idee is dat mensen vooral besmet raken via varkens, of door (onvoldoende verhitte) varkenslever te eten. Maar Rotterdamse onderzoekers dachten dat er mogelijk nog een andere besmettingsweg is, omdat er zo veel mensen zijn die ooit besmet raken. Terwijl het virus niet makkelijk van mens tot mens wordt overgedragen.

Ze hebben, in samenwerking met de faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht en Wageningen Universiteit, het bloed van honden, katten en paarden onderzocht. Daaruit blijkt dat 15 tot 20% van deze huisdieren antistoffen tegen het virus in het bloed heeft, en dus ooit besmet is geweest. Waarschijnlijk doordat er varkenslever verwerkt is in het voer.

Lees meer »

Kunnen ouderen met minder medicatie toe?  »

Ouderen die een nieuwe nier krijgen hebben veel minder vaak een afstoting dan jonge mensen. Als ze de eerste drie maanden na de transplantatie geen afstoting hebben gehad, dan is de kans ook klein dat dat nog gaat gebeuren. Dat ouderen minder vaak een afstoting hebben komt waarschijnlijk vooral doordat hun immuunsysteem minder goed werkt. Ouderen krijgen echter doorgaans wel dezelfde hoeveelheid medicatie als jongere mensen.

Lees meer »

Advies voor afweeronderdrukkers tijdens corona »

De richtlijncommissie van de Nederlandse Federatie voor Nefrologie (NFN) heeft een advies opgesteld voor de behandeilng met medicijnen van nier(transplantatie)patiënten tijdens de coronacrisis. De titel van het advies is 'Starten en aanpassen van immuunsuppressie voor nefrologische aandoeningen tijdens SARS-CoV2-epidemie'.

Lees meer »


Europese nefrologen: 'transplanteer voordat dialyse aan de orde is'





NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
Ons Pricaystatement vindt u hier