Mail: redactie@niernieuws.nl | 030 - 288 9994 | NL16 TRIO 0197 707866



Reageer | Verstuur | Druk af   

Er wordt op mij gewacht

Door Brenda de Coninck 

DEEL 2 - Toen ik op een voorjaarsdag in 2011 voor het eerst het UMCG binnenliep, voelde ik mij een toerist. Na zo lang één ziekenhuis te hebben bezocht, keek ik mijn ogen uit in Groningen. Het had mij flink wat zoekwerk gekost om een plek in de parkeergarage te vinden, maar nu was ik dan toch na drie trappen omhoog, naast de hoofdingang beland.

De bedrijvigheid was groot aan deze kant van het ziekenhuis. Ik zag een apotheek met wachtruimte, een infobalie, een kaartenwinkel met vrolijke zwevende ballonnen voor de deur, links van mij was een groot verhoogd terras gebouwd met tafeltjes en stoelen, grenzend aan een binnenwatertje. De kleuren spatten van de muren en vloer af. Een serveerster liep af en aan met eten en drinken en nam digitaal bestellingen op. Alsof er tussen de buiten- en binnenwereld geen verschil bestond.

Dat gevoel werd nog eens versterkt door balkons die een verlengde van verpleegafdelingen leken te zijn en grensden aan alle bedrijvigheid, drie etages hoog. Mannen en vrouwen - sommigen met infusen of verbanden - zaten daarop iets te drinken of een krant te lezen. Ik wist beter, maar toch… het leek wel alsof ze uitkeken op een binnenplein van een vakantiedorp. Ze zaten daar nou niet bepaald vrijwillig, maar het aanzicht oogde gemoedelijk: de afstand tussen zieken en bezoekers leek door deze bouwconstructie geminimaliseerd. Dit waren geen afgezonderde zieken, maar zieke mensen tussen de gemeenschap van gezonden. Een wereld van verschil.

Nadat ik mijn route door de straten van het ziekenhuis had bepaald, zag ik na tientallen meters rechts een prachtige fontein opdoemen. Rondom de fontein zaten jonge mensen in witte jassen te eten of met elkaar te praten. Het hoge plafond boven dit plein bleek doorzichtig, waardoor de buitenlucht van binnenuit te zien was. Naast de fontein zag ik opnieuw een groot plein met een eetgelegenheid, die sterk deed denken aan La Place. Ik vroeg mij af of dit ziekenhuis een uitzondering op de regel zou zijn en naast reguliere producten ook dieetproducten verkocht. Zoutarme broodjes bijvoorbeeld. Waarom verkoopt notabene een ziekenhuis geen dieetproducten? Ik heb dat altijd vreemd gevonden. Later heb ik de proef op de som genomen: er waren geen zoutarme broodjes. Maar wat niet is, kan nog komen

De winkelstraat voorbij lopend, kwam ik tenslotte aan bij de poli en nam plaats in de wachtruimte. In de toegezonden brief stond dat ik mij niet hoefde te melden, maar ik deed het desalniettemin. Uit gewoonte en een tikkeltje onzekerheid – wellicht zou ik toch vergeten worden? De medewerkster reageerde vriendelijk: ik zou zo worden opgehaald. Het leek tot nu toe allemaal anders te gaan dan ik gewend was. In plaats van mij verloren te voelen in een groot grijs ziekenhuis, was ik een ordelijk, maar gemoedelijk dorp binnengelopen, waar op mij werd gewacht. Ziekenhuis versus Brenda: 1-0.

sterren Gepubliceerd: maandag 11-06-2012 | Nog geen reacties




Het lot is je niet altijd goed gezind

“Geachte mevrouw De Coninck,

Zojuist hebben we gerandomiseerd, en heeft de computer u helaas - waar u en wij al bang voor was/waren - in de TACrolimus-arm geloot. Daarom hoeft u morgen alleen te prikken, de bloeddruk, pols, gewicht, lengte en temperatuur worden gemeten en genoteerd, er wordt een volledig lichamelijk onderzoek gedaan, en daarna moet er nog een ECG gemaakt.”

‘Zie je wel. Ik zei het je toch?!’ ‘Wat is er?’ Mijn man kijkt vanaf zijn bureau naar die van mij en naar het scherm van mijn computer, waarop een bericht is binnengekomen vanuit het UMCG. ‘Ik ben in de tac-arm geloot. Ik wist het gewoon, het voelde al meteen niet goed.’ ’Aaaah, dat méén je niet!’ Ik kijk hem aan en ik ben heel…..tja, wat ben ik eigenlijk? Teleurgesteld? Uiteraard. Maar er is nog iets. Ik kijk hem aan en voel het: ik ben boos!

Lees meer »

Een onbestemd gevoel »

‘Je moet er niet door achteruitgaan hoor’ zegt mijn man. ‘Je bent destijds niet voor niets van de Prograft afgegaan en dan zou je dat nu weer moeten slikken? Je ben net lekker ingesteld.’ Ik zucht. We zitten in de huiskamer te relaxen en ik heb mij net hardop afgevraagd wat ik moet doen: wel of niet aan het onderzoek meedoen? Hij heeft gelijk: ik wil er niet onder hoeven ‘lijden’.

Lees meer »

De Tac-arm... »

‘Zullen we over drie maanden afspreken?’ vraag ik. Ik heb het gevoel dat het nu wel kan. Na twee jaar van zoeken, aanpassen, controleren en verfijnen, ben ik perfect ingesteld. Marnix kijkt mij in de spreekkamer aan. Hij zit aan de andere kant van de tafel en schuift even met zijn muis over zijn bureau, terwijl hij de uitslagen op het scherm controleert. ‘Dat wilde ik ook al voorstellen’ glimlacht hij. Mooi, denk ik.

Lees meer »







NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
Ons Pricaystatement vindt u hier