Mail: redactie@niernieuws.nl | 030 - 288 9994 | NL16 TRIO 0197 707866



Reageer | Verstuur | Druk af   

Elke twee weken testen op CMV na transplantatie effectiefst

Door Gerard Kok 

Ongeveer driekwart van de volwassenen draagt het cytomegalovirus (CMV) bij zich, en bij een goed werkend immuunsysteem veroorzaakt dat geen problemen. Mensen bij wie het immuunsysteem is verzwakt, zoals nierpatiënten die net een nieuwe nier hebben ontvangen, kunnen van datzelfde virus echter heel ziek worden. Daarom ontvangen getransplanteerden standaard een half jaar medicatie tegen CMV, maar na dat half jaar is er nog steeds grote kans dat CMV toeslaat. Recent Amerikaans onderzoek laat zien dat het beter is om niergetransplanteerden na dat halve jaar elke twee weken te screenen op aanwezigheid van CMV.

Normaal gesproken worden getransplanteerden na het halve jaar medicatie niet meer getest op CMV, maar een groot gedeelte van deze getransplanteerden krijgt na dat halve jaar alsnog te maken met een CMV-infectie. Dat is, uiteraard, niet goed voor de patiënt, want aan een dergelijke infectie kleven behoorlijke gezondheidsrisico's. Daarnaast is het ook duur; sommige patiënten moeten in het ziekenhuis worden behandeld; ook kan het tot gevolg hebben dat de donornier wordt afgestoten. Een complicerende factor is dat de symptomen van CMV zo atypisch zijn; met andere woorden, het valt niet zo gauw op dat iemand een CMV-infectie doormaakt. Een optie zou kunnen zijn om patiënten na het halve jaar medicatie regelmatig op een CMV-infectie te testen, maar ook dat kost geld, en de vraag is dan: hoe vaak testen we dan?

Daartoe deden drie artsen uit Pittsburgh (zo'n 300 km ten westen van New York) een 'kostenutiliteitsanalyse': met een statistisch model probeerden zij zich een beeld te vormen van de kosten die regelmatig testen van patiënten op CMV met zich mee zou brengen, en de QALY's (Quality-Adjusted Life Years) die dat voor de patiënt op zou leveren. Eén QALY is een jaar in volledig goede gezondheid, 0 QALY is - cru gezegd - dood, 0,5 QALY betekent een jaar in matige (half-goede) gezondheid. De onderzoekers probeerden van vijf strategieën te bepalen of ze kosteneffectief waren: na een half jaar medicatie niet meer testen, of eens per vier, drie, twee weken of elke week testen. Vaker testen betekent grotere kans CMV tijdig te vinden, maar brengt ook meer kosten met zich mee.

Uit het model kwam dat niet testen de beste strategie was als men niet bereid was meer te betalen dan € 12.000 per gewonnen QALY. Als men echter bereid was € 156.000 per gewonnen QALY uit te geven, dan was elke week testen het beste. Tussen beide bedragen was eens per twee weken testen het gunstigst. Aangezien dat, volgens de artsen, ruimschoots opweegt tegen de kosten die gemaakt moeten worden om een patiënt voor een CMV-infectie te behandelen, stellen zij dat eens per twee weken testen over het geheel genomen de beste strategie is. De kosten zaten evenwel niet in het model verwerkt. Ook is eens per weken geprikt moeten worden toch wel een last. Daar staat dan evenwel weer tegenover dat er wellicht een thuistest ontwikkeld kan worden, zoals je ook thuis je bloedsuikerspiegel of je INR (bloedstollingsfactor) kunt meten.

sterren Gepubliceerd: donderdag 21-12-2017 | Nog geen reacties




Afweerweb uit witte bloedcel speelt belangrijke rol in auto-immuunziekten

Door Rosa Wouda - Een interview met arts-onderzoeker Laura van Dam uit het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) over haar onderzoek naar de rol van NETs (neutrofiel extracellulaire traps) in de pathofysiologie van ANCA-geassocieerde vasculitis (AAV) en Systemische Lupus Erythematosus (SLE). Laura heeft biomedische wetenschappen gestudeerd aan de Universiteit van Amsterdam en heeft daarna via het SUMMA traject in Utrecht haar opleiding tot arts afgerond. Ze werkt nu sinds vier jaar als arts-onderzoeker bij de afdeling nefrologie onder leiding van nefroloog dr. Onno Teng. Aansluitend bij haar achtergrond als biomedisch wetenschapper en arts, richt zij zich met name op translationeel onderzoek waarbij ze onderzoek in het lab combineert met klinisch onderzoek om zo de vertaalslag te maken naar de patiŽnt.

Lees meer »

Ieder genetisch profiel eigen nierdieet »

In hoeverre je dieet bijdraagt aan aan de conditie van je nieren is mogelijk genetisch bepaald, zo blijkt uit recent Amerikaans onderzoek. NierpatiŽnten die een bepaald gen missen, hebben er misschien baat bij veel broccoli in hun dieet op te nemen. De onderzoekers verwijderden bij onderzoeksmuizen het Glutathione S-transferase mu-1 (GSTM1) gen. Die muizen kregen vervolgens vaker last van hoge bloeddruk en nierproblemen.

Lees meer »

NN TV: De calciumpoortwachter TRPV5 in beeld »

Onderzoekers van de Radboud Universiteit Nijmegen zijn erin geslaagd de structuur van het ionkanaal TRPV5 in beeld te brengen. Dit eiwit bevindt zich in niercellen en regelt hoeveel calcium de cellen in en uit gaat. Dr. Jenny van der Wijst en Mark van Goor MSc vertellen hoe ze tot deze doorbraak zijn gekomen.


Elke twee weken testen op CMV na transplantatie effectiefst





NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
Ons Pricaystatement vindt u hier