Mail: redactie@niernieuws.nl | 030 - 288 9994 | NL16 TRIO 0197 707866



Reageer | Verstuur | Druk af   

Een onbestemd gevoel

Door Brenda de Coninck 

‘Je moet er niet door achteruitgaan hoor’ zegt mijn man. ‘Je bent destijds niet voor niets van de Prograft afgegaan en dan zou je dat nu weer moeten slikken? Je ben net lekker ingesteld.’ Ik zucht. We zitten in de huiskamer te relaxen en ik heb mij net hardop afgevraagd wat ik moet doen: wel of niet aan het onderzoek meedoen? Hij heeft gelijk: ik wil er niet onder hoeven ‘lijden’. De verandering van Envarsus naar Prograft mag mijn nierfunctie niet negatief beïnvloeden als ik onverhoopt in de tac-arm terechtkom. Het is voor mij een moeilijke keuze. ‘Ik beloof dat ik er onmiddellijk mee stop als ik merk dat mijn nierfunctie door de Prograft achteruitgaat. Maar laten we hopen dat ik in de goede arm terechtkom.’ Door dat te zeggen, merk ik dat ik eigenlijk al een besluit heb genomen. ‘De kans is groter dat ik in de arm terechtkom met het nieuwe medicijn en ik wil de kans niet onbenut laten die te mogen gebruiken. Straks denk ik ‘had ik maar’ en dat wil ik niet.’ Sjaak knikt.

Terwijl ik eerst dacht de hele zomer niet meer naar Groningen te hoeven, heb ik nu weer een schema dat mij bekend voorkomt en waardoor de kilometers weer zullen aantikken. Maar ja, het is voor het goede doel, houd ik mezelf voor. Straks weet ik in welke arm ik terechtkom. Ik hoop toch zó dat het de goede is. Als ik in de spreekkamer word opgeroepen door de verpleegkundige, blijkt dat dr. Martens speciaal voor mij een andere afspraak moet onderbreken. Ik heb met hem te doen. Onze oudste dochter - neonatologieverpleegkundige - verklaarde een paar jaar geleden nooit arts te willen worden. Toen ze stage liep en zag wat er van coassistenten verwacht werd en hoeveel uren ze moesten draaien, schudde ze meewarig haar hoofd. ‘Die verantwoordelijkheid vind ik veel te groot mam.’

‘Nou’ zegt dr. Martens in de spreekkamer, ‘het protocol vereist dat we u vandaag gaan wegen, meten en lichamelijk gaan onderzoeken. En u moet ook een ECG ondergaan en de toestemmingsformulieren ondertekenen.’ Ik weet hoe het ongeveer werkt omdat ik al een keer eerder aan een onderzoek heb meegedaan. De verpleegkundige heeft links van mij plaatsgenomen aan de tafel waaraan ook dr. Martens en ik zitten. ‘Aan het einde van het onderzoek gaat de verpleegkundige randomiseren en weet u in welke arm u zit.’ ‘Mooi’ roep ik enthousiast. Hij vertelde dit de vorige keer ook al en ik ben nu toch wel heel benieuwd wat de uitslag zal zijn.

‘Nee’ zegt de verpleegkundige ineens. ‘Dat gaat vandaag niet.’ Ze praat op een toon die een kleine inwendige alarmbel bij mij doet afgaan. Dr. Martens kijkt haar oprecht verbaasd en er is ook iets van wrevel op zijn gezicht te zien. ‘Waarom niet?’ Het Agatha Christie-niveau stijgt. De verpleegkundige beweegt miniem heen en weer op haar stoel en kijkt eerst vluchtig naar de tafel voordat ze antwoordt. ‘Daar heb ik in het verleden problemen door gekregen, dus dat doe ik niet meer.’ Zijn wenkbrauwen gaan omhoog. ‘Oh? Nou, ik heb mevrouw net verteld dat ze vandaag de uitslag zou krijgen.’ De korte stilte die volgt, is precies lang genoeg voor mij om een onbestemd gevoel te krijgen. Ze weet het, zegt een stem in mijn hoofd. Ze weet de uitslag al en ik zit in de tac-arm. Dat wil ze natuurlijk niet zeggen omdat ze daar in het verleden last door heeft gekregen. Ze zal wel denken: ik zeg het maar niet, want anders zijn we haar kwijt. Dat is al eens eerder gebeurd met een patiënt. De carrousel aan (ir)reële gedachten gaat razendsnel aan mij voorbij. Mijn lijf reageert erop. Dit voelt niet goed.

Dr. Martens legt zich erbij neer en gaat verder waar hij mee bezig was. De verpleegkundige lijkt van het ongemakkelijke gevoel af te zijn en oogt plotseling ontspannen. Het gevaar is geweken. Maar niet voor mij. Ik heb een loodzwaar gevoel in mijn lijf. Alsof ik de teleurstelling al aan het verwerken ben. Het gaat hem niet worden, zoemt door mijn hoofd. Je hebt vaak geluk gehad, maar nu niet. Je komt in de tac-arm terecht. Maar dan wint het optimistische deel van mij het toch. Hoe weet je dat nou? is de repliek. Er kan iets heel anders aan de hand zijn. Kom op Bren, je hebt dit waarschijnlijk verkeerd geïnterpreteerd.

‘Oké. Dan gaan we nu over tot het lichamelijk onderzoek’ onderbreekt dr. Martens mijn gedachten en staat op. Het gordijn gaat dicht en de gebruikelijke handelingen (luisteren naar de longen, voelen en kloppen op de buik) passeert de revue. ‘Doet u mee aan het bevolkingsonderzoek?’ ‘Ik heb net de uitslag gekregen van het darmonderzoek. Die was negatief’ zeg ik opgewekt. ‘Maar ik doe niet mee aan het borstonderzoek. Daar ben ik mordicus tegen. In de Lancet [een gerenommeerd Brits medisch tijdschrift] stond dat de straling van meerdere mammografieën juist kankerverwekkend kunnen zijn, dus ik controleer mijn borsten regelmatig door te voelen.’ Hij kijkt mij aan en wat hij er ook van vindt, ik zie er niets van. ‘Mag ik dan even onder uw oksel voelen?’ Ik knik. ‘Dit zult u waarschijnlijk niet controleren.’ Hij pakt mijn hand, tilt mijn arm op en duwt zijn andere hand zó diep in mijn oksel, dat hij alles gevoeld moet hebben wat er te voelen valt - waarschijnlijk lymfeklieren. Ook de andere oksel wordt op die manier onderzocht. Prima, denk ik. Dan is dat ook weer gecontroleerd.

‘Nou, dan zie ik u over een maand’ zegt dr. Martens nadat ik de toestemmingsformulieren heb ondertekend. ‘Dan hoort u de volgende keer in welke arm u terecht bent gekomen.’

Ik weet het al.

Denk ik.

sterren Gepubliceerd: vrijdag 09-08-2019 | Nog geen reacties




Risico op hoge bloeddruk stijgt na nierdonatie

Donoren van een nier lopen een hoger risico hypertensie te ontwikkelen dan vergelijkbare, gezonde niet-donoren. Dit blijkt uit een recent onderzoek, uitgevoerd aan de Johns Hopkins universiteit (Baltimore, VS, iets ten noordoosten van Washington DC).

De onderzoekers bekeken de gegevens van 1295 levende donoren, gemiddeld 6 jaar na hun nierdonatie, en zetten die af tegen de gegevens van 8233 gezonde niet-donoren. Uit deze gegevens bleek dat donoren over het geheel genomen 19% meer kans liepen hypertensie (hoge bloeddruk) te krijgen. Voor zwarte donoren was dit getal zelfs 27%. Daarnaast ging de eGFR (filtratiesnelheid, maat voor de nierfunctie) van donoren niet meer omhoog nadat was vastgesteld dat ze hypertensie hadden ontwikkeld.

Normaal gaat de GFR van een donor onmiddellijk na de donatie omlaag (want er is minder nierweefsel om de nierfunctie te vervullen), om daarna langzaam maar zeker weer te stijgen; hoewel ik ook bronnen kan vinden die claimen dat de eGFR van donoren langzaam daalt als gevolg van het normale verouderingsproces (na de initiële daling na de donatie). Maar volgens deze onderzoekers hoort de eGFR van donoren langzaam maar gestaag weer te stijgen, en vlakte deze stijging af bij donoren die hoge bloeddruk kregen.

Lees meer »

Nierfunctie ernstig zieke kinderen beter meten »

Door Anne Schijvens - Een interview met arts-onderzoeker Nori Smeets uit het Radboudumc in Nijmegen over haar onderzoek naar de nierfunctie bij kritisch zieke kinderen. Nori is, na haar studie geneeskunde aan de Radboud Universiteit, in april 2018 gestart met haar promotieonderzoek bij de afdeling Farmacologie & Toxicologie in het Radboudumc. Zij voert haar onderzoek uit onder begeleiding van prof. dr. Saskia de Wildt, kinderarts-intensivist & klinisch farmacoloog en dr.

Lees meer »

Hiv-donornieren functioneren boven verwachting »

Relatief veel Zuid-Afrikaanse Hiv-patiënten die een donornier hadden ontvangen van een overleden Hiv-patiënt waren vijf jaar na de transplantatie nog in leven, en ook hun donornier was niet afgestoten. Dit blijkt uit onderzoek uitgevoerd in Zuid-Afrika, waar men ongeveer tien jaar geleden begon met het transplanteren van nieren van Hiv-patiënten naar andere Hiv-patiënten.

Lees meer »







NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
Ons Pricaystatement vindt u hier