Mail: redactie@niernieuws.nl | 030 - 288 9994 | NL16 TRIO 0197 707866



Reageer | Verstuur | Druk af   

Een machteloos gevoel (deel 2)

Door Brenda de Coninck 

De achterdeuren van de ambulance gaan open. De broeder en de verpleegkundige trekken aan het voeteneinde van de brancard en de poten klappen vanzelf onder mij vandaan. De auto staat dicht bij de ingang van het ziekenhuis en we zijn dan ook snel binnen. Rechts van mij zie ik een receptioniste achter een glazen scherm. Ze roept iets tegen de man achter mij. Hij stuurt de brancard naar links en daarna weer naar links, een grote kamer binnen. Dat blijkt de eerste hulp te zijn. Een - naar wat later blijkt - neuroloog en een physician assistent in opleiding komen binnen en de overdracht begint waar ik bij lig. ‘Nou, sterkte mevrouw’ zegt de broeder na een paar minuten en loopt met zijn collega’s de kamer uit.

‘Zo, ik zal mij even voorstellen.’ Ze steekt haar hand uit. ‘Ik ben Julia ter Gooi, neuroloog, en kom u onderzoeken. Kunt u vertellen wat er is gebeurd?’ Ik begin mijn verhaal opnieuw, langzaam sprekend. Ondanks dat, heb ik af en toe toch nog last van verhaspelingen. Ze luistert en kijkt met aandacht. De physician assistent staat links van mijn bed en observeert alleen maar.

Dr. Ter Gooi begint mij te onderzoeken. Ze pakt een lampje en schijnt daarmee in mijn ogen. Daarna vraagt ze of ik afwisselend mijn armen en benen wil optillen, terwijl ze stevige tegendruk biedt. Ik voel dat het goed zit. Het kost mij weinig moeite om weerstand te bieden.

Terwijl de arts bijna klaar is met haar onderzoek, zie ik in mijn ooghoek ineens mijn oudste dochter de kamer binnenkomen. Hoewel ik het besef van tijd een beetje kwijt ben, kan ik mij niet voorstellen dat ik hier al een half uur lig - de tijd die ze toch echt nodig heeft om van haar huis naar hier te komen. ‘Hoi mam’ zegt ze wat timide. ‘Wat ben je snel’ breng ik uit en kijk haar verbaasd aan. Ze lacht veelbetekenend. ‘Ja, ik heb wat doorgereden’ is het eufemisme dat uit haar mond komt. Ze stelt zich voor aan de neuroloog en wacht op wat komen gaat. ‘Ik ga even naar mijn supervisor om te overleggen’ zegt Dr. Ter Gooi vriendelijk. ‘Ik ben zo terug.’

‘Hoe is het?’ vraagt Renée. ‘Ik schrok me ik-weet-niet-wat toen Janneke appte. Ik ken haar helemaal niet; dacht eerst dat ik in de maling werd genomen. Toen heb ik toch maar gebeld en kreeg ik haar aan de lijn. Ik zat nog in mijn pyjama.’ Ik kijk naar haar smetteloze voorkomen en bedenk me hoe rap ze gehandeld moet hebben, om nog maar te zwijgen over de snelheid waarmee ze hier naartoe is gereden. Ik zeg er maar niets van.

Dr. Ter Gooi komt weer binnen. ‘Nou’ begint ze ‘we denken aan een TIA. Wat we zo gaan doen is bloed afnemen en u krijgt een CT-scan. Dan kunnen we kijken in uw hersenen of we daar aanwijzingen voor kunnen vinden. Ik knik. ‘Kunt u dan ook mijn vaten zien?’ Ik merk dat het spreken steeds een beetje beter gaat. ‘Nee’ zegt Dr. Ter Gooi. Dan moeten we een MRI-scan maken en werken met contrastvloeistof. Als u dat graag wilt, dan kunnen we dat ook doen, zegt u het maar.’ Ik heb daar geen behoefte aan. ‘Nee, dank u. Dat hoeft niet.’ Ik weet dat ADPKD-patiënten meer risico hebben op aneurysma’s, tot drie procent meer dan in de gemiddelde bevolking voorkomt. Stel je voor dat ze erachter komen dat ik aneurysma’s in mijn hoofd heb? Ik moet er niet aan denken.

Dan komt de tweede verrassing de kamer binnenstormen: mijn echtgenoot. Hij ziet een beetje witjes. ‘Jij moet toch lesgeven vandaag?’ vraag ik. Hij luistert naar mijn ongebruikelijke manier van praten en pakt mijn hand. ‘Nee, morgen. Vandaag had ik een begeleiding en een intakegesprek. Ik heb de intake afgezegd toen ik het hoorde van Renée.’

‘U bent nu aan de beurt voor een CT-scan’ zegt Dr. Ter Gooi. Een verpleegkundige van de eerste hulp duwt mij in mijn bed naar een kamer aan het einde van een gang. Binnengekomen zie ik een apparaat staan dat lijkt op een MRI, alleen is de buis een stuk korter. Als het apparaat een paar keer over mijn hoofd heen en weer is gegaan, is het onderzoek alweer voorbij. Ik ben zo weer terug op de eerste hulp.

‘Nou’ we hebben de scan van uw hersenen bekeken, maar kunnen niets vinden’ begint de neuroloog. Ze hangt een beetje over mij heen. ‘Geen vlekjes of iets dergelijks en ook de verhoudingen kloppen.’ Ik glimlach. ‘In uw bloed zien we ook niets afwijkends. Kunt u nog één keer precies vertellen wat u zag en wat er gebeurde?’ Het wordt steeds makkelijker om uit mijn woorden te komen. Daarom kan ik wat uitgebreider vertellen, vanaf de vlek in mijn oog, tot aan de afasie-achtige verschijnselen. Ze knikt. ‘Ik ga dit nog één keer bespreken met mijn supervisor.’ Ze loopt weg.

En dan gaan de gordijnen die rondom mijn bed hangen voor de laatste keer open. Ik zie meteen dat de neuroloog glimlacht. ‘We denken te weten wat het is: migraine met aura, ook wel oogmigraine genoemd.’ Maar ik had helemaal geen hoofdpijn’ reageer ik verwonderd. ‘Nee, dat klopt. Bij deze vorm hoef je geen hoofdpijn te hebben. Het lijkt erg op een TIA, daarom dachten we daar eerst aan. Sommige mensen kunnen hierdoor zelfs tijdelijk halfzijdig verlamd raken.’ Ik weet niet wat ik hoor. ‘Het is goed dat u bent gekomen’ gaat ze verder. ‘U stelt zich echt niet aan. We krijgen vaker mensen met deze klachten als die van u op de eerste hulp. Het kan nog een keer terugkomen, maar het kan ook bij deze ene keer blijven. U heeft geen medicijnen nodig en hoeft geen vervolgafspraak te maken.’

‘Hoe komt dit?’ vraagt mijn man. De neuroloog kijkt hem aan, terwijl ze met beide armen op de leuning van het bed steunt. ‘Het is waarschijnlijk stress gerelateerd.’ Vreemd, denk ik: we hebben de afgelopen anderhalf jaar nogal het een en ander meegemaakt, maar de laatste paar maanden kwamen we juist tot rust. Als ik opsom wat er in relatief korte tijd is gebeurd, trekt ze haar wenkbrauwen op en glimlacht daarna van oor tot oor. ‘Dan verbaast het mij dat jullie alle drie hier al niet veel eerder waren!’ Heerlijk. Haar kwinkslag brengt lucht in de kamer. Ik voel mij meteen veel beter.

Buiten is het lekker koel. Als we om het ziekenhuis heen lopen, op weg naar de parkeerplaats, ervaar ik het als bijna surrealistisch dat ik net nog op de eerste hulp lag en nu alweer naar huis mag. Ik besef dat het zomaar anders had kunnen aflopen. Mijn hemel.

Wát een wake-up call.

PS Wie twijfelt: dit is een waar verhaal, alleen de namen zijn aangepast deel 1 leest u hier.

sterren Gepubliceerd: donderdag 20-12-2018 | Reacties (4)

Reacties

Reageer op dit artikel

  • Michaël van Groeningen, Almere
    28-12-2018 12:06

    Wat een schrik als je dit voor de eerste keer meemaakt.
    Ik was 12 jaar toen deze verschijnselen zich voor het eerst voordeden. Ook: geen hoofdpijn. Wčl, een paar dooie vingers en een doof gevoel in mondhoek. Zicht is vernauwd en wat er wel zichtbaar is dat trilt als het asfalt in de verte bij heet weer. Eén a twee keer per jaar voel ik het weer aankomen. Soms zet het door, al of niet met afasie, dan is het na een dag weer over. Autorijden is onmogelijk. Soms is het na een uurtje weer over.
    Er is geen aanleiding te onderscheiden; te druk geweest of juist niet....? Een enkele keer is er wél hoofdpijn. Maar heel vreemd: het is eenzijdig en als ik op mijn andere zij ga liggen zakt het naar de andere kant van mijn hoofd.
    De enige remedie is: rustig gaan liggen, weinig licht en geluid en wachten tot het over is. Bij sommigen werkt het nemen van een aspirientje, zo snel mogelijk na de eerste verschijnselen.
    Ondertussen zijn we 56 jaar verder, dus je kunt er oud mee worden hoor.

  • G.H.NANSINK, AMSTERDAM
    25-12-2018 14:31

    En nog vele jaren tohegewenst .Ferry

  • Marieke
    21-12-2018 14:16

    Oef wat een ervaring, daar schrik je wel van met z'n allen... Gelukkig is het nu weer allemaal okee. Ik hoop voor je dat het bij deze ene ervaring blijft!

  • Yvonne Jansen, Bergen
    21-12-2018 14:14

    Wat zul je zijn geschrokken en bang geweest zijn Brenda. Gelukkig is alles goed afgelopen en is ben je helemaal oke!
    Hele fijne kerstdagen gewenst en tot binnenkort.
    Hartelijke groet, Yvonne




Een ijskoude

‘Ik heb Katinka gesproken op de Wetenschapsdag. Weet jij dat ze haar postmortale nier al 40 jaar heeft? Ik wist niet wat ik hoorde! Heerlijk om met lotgenoten te praten. Daar put ik altijd hoop uit, uit zulke verhalen.’ Mijn man knikt. ‘Ze vertelde dat ze naar een huidcentrum in Amsterdam gaat en dat ze daar heel tevreden over is. Doordat ze al zolang immunosuppressiva slikt, heeft ze onregelmatigheden op haar huid gekregen, die daar worden behandeld. Ik zou daar ook weleens naartoe willen. Ik krijg ook plekjes die er eerst niet waren. Wat denk jij?’ ‘Ik zou gaan’ zegt mijn wederhelft. ‘Iedere getransplanteerde gaat toch één keer per jaar naar een dermatoloog?’

Lees meer »

Maria ter Welle prijs 2019 naar twee winnaars »

Trijntje Kok-Steenbergen (diëtist uit het UMC Groningen) en Magda van Loon (verpleegkundig specialist in het Maastricht UMC+) zijn de winnaars van de Maria ter Welle Prijs 2019. Zij ontvangen deze prijs voor hun jarenlange en intensieve inzet in de nierzorg. De prijs is een initiatief van de Nierstichting in samenwerking met de Willem Kolff Stichting met als doel verpleegkundigen, maatschappelijk werkers en diëtisten werkzaam in de nierzorg te eren. Er waren twaalf genomineerden.

Lees meer »

Vrij goede resultaten donatie na hartstilstand buiten ziekenhuis  »

Om het aantal beschikbare donornieren te vergroten, staan sommige landen transplantatie van donornieren na 'onverwachte circulatiestilstand' toe. Transplantatie is in zo'n geval complexer dan anders, en wordt daarom niet overal toegepast, maar bijvoorbeeld wel in Spanje en Nederland. Uit recent Spaans onderzoek blijkt dat het gebruik van donornieren na een onverwachte circulatiestilstand acceptabele resultaten oplevert.

Lees meer »







NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
Ons Pricaystatement vindt u hier