Mail: redactie@niernieuws.nl | 030 - 288 9994 | NL16 TRIO 0197 707866



Reageer | Verstuur | Druk af   

Een machteloos gevoel

Door Brenda de Coninck 

Hè?! Ik kan de helft van de straatnaam niet meer lezen op mijn telefoon. Wat raar... Ik kijk naar mijn scherm, met daarop de straatnaam waar ik wil parkeren. Als ik mijn hoofd naar rechts beweeg, komen de andere letters ineens in zicht. Dit heb ik nog nooit meegemaakt. Ik beweeg mijn hoofd een paar keer heen en weer, terwijl ik naar het beeld blijf kijken. Ja, ik zie het nu duidelijk. Ik kan alle letters zien, niet zien, zien, niet zien... Op de plek waar de letters verdwijnen zit een soort watervlek, met daaromheen schittering, alsof onder de vlek licht schijnt. Als ik vanuit de auto naar buiten kijk, mis ik ook een stukje straat op de plek waar de vlek in mijn oog zit. Och, denk ik. De zon staat laag en ik heb net een aardig stuk gereden. Daar komt het vast door. Gaat zo wel weer over.

Lopend naar mijn afspraak, kijk ik op een andere manier dan gebruikelijk naar de voorwerpen om mij heen. De vlek is er nog steeds. De bloemenzaak op de hoek mist een stuk etalage en de hoge buxussen die ik passeer, hebben golvende, bewegende bladeren, en dat komt niet door de wind. Wat raar, denk ik nog een keer. Wat zou het toch zijn? Ik voel mij verder prima. Binnengekomen bij mijn afspraak, heb ik de behoefte om te vertellen wat ik net heb meegemaakt. Janneke neemt mijn jas aan en luistert aandachtig. ‘Hoe is het nu?’ vraagt ze. ‘Tja…het lijkt wel over te zijn’ zeg ik voorzichtig. Met een opgelucht gevoel neem ik plaats achter haar bureau en beginnen we ons gesprek.

Na bijna 40 minuten luisteren, merk ik dat wat ze mij vertelt mij veel energie kost. Mijn hoofd voelt vreemd, alsof het zwaar is en vol. ‘Ik heb het gevoel dat ik je iets moet vragen’ zegt Janneke ineens. Ze leunt achterover. Ik denk na over wat ze wil weten en wat ik wil antwoorden. ‘Blwmsoug’ zeg ik. Wacht even, dat komt er niet uit zoals ik wil. Ik probeer het nog een keer. ‘Flawerisnfl.’ Wat krijgen we nou?! Ik staar verdwaasd naar Janneke, dan naar de grond en denk: dit is niet goed. Het lijkt wel afasie. Ik probeer het nog een keer, nu op een langgerekte, zangerige toon. En dat werkt. Er komt zowaar wat zinnigs uit mijn mond. Janneke kijkt mij scherp observerend aan.

Het is een éénrichtingverkeer. Janneke snapt mij niet, maar ik begrijp alles wat ze tegen mij zegt, alleen kan ik niet reageren zoals ik wil. Dat is een hele vreemde gewaarwording. Een machteloos gevoel, alsof je wordt afgesloten van de wereld. Ondertussen gaan mijn gedachten gewoon door. Er is niks mis met mijn cognitie. Mijn hemel, denk ik. Zou het een CVA zijn? Een geknapt aneurysma? Nee, dan zou ik een hersenbloeding hebben en er niet zo bij zitten. Maar wat dan? Het lijkt toch echt wel op iets neurologisch. ‘Wat vind je ervan?’ vraagt Janneke. ‘Het gaat maar niet over hè? Zal ik een ambulance bellen?’ Ik kijk haar aan en twijfel even. Een ambulance, is dat niet wat overdreven? Aan de andere kant… het gaat inderdaad maar niet over. Ik begin mij nu toch wel een beetje ongerust te maken. Ik knik. Als Janneke 112 belt, bedenk ik mij dat ik medicatie slik, waarvan het belangrijk is dat artsen dat weten, mocht ik plotseling wegvallen. ‘Machinekamer’ zeg ik tegen Janneke. Ik probeer het nog een keer. ‘Ik sjil machinekamer.’ Ik zucht en maak een schrijfgebaar. Janneke geeft mij een pen en papier. Opeens komt het toch uit mijn mond: ‘Medicijnen.’ ‘Je slikt medicijnen?’ Ik kijk Janneke aan en beweeg mijn hoofd op en neer. ‘Schrijf ze maar op.’

Ik kan mijn medicijnen wel dromen. De namen, de grammen en/of milligrammen. Maar nu vis ik in mijn hersenen naar de namen en zie ik alleen een blanco ruimte. Helemaal leeg. Er komt een soort zweterig gevoel bij me op, dat lijkt op angst. Ik kijk naar mijn pen en daarna naar het papier. En dan, alsof ze als holle balletjes van onder het water naar boven ploppen, komen ze een voor een in mijn gedachten. Pfiew! Ik begin met schrijven, maar dat lukt niet meteen. Kan ik nou ook al niet meer schrijven? Ik kan het gewoon niet geloven. Ik wil iets op papier zetten, maar mijn vingers snappen de boodschap niet. Na een paar keer proberen, lukt dat gelukkig ook. Mijn vijf medicijnen staan erop. Weliswaar in een ander handschrift dan ik van mezelf gewend ben, maar het is gelukt.

‘Zal ik iemand voor je bellen?’ Ik had er nog niet aan gedacht. Het duurt even, maar dan komt het eruit. ‘Mijn dochter. Niet mijn man. Die staat voor de klas.’ Ik overhandig de telefoon en krijg niet mee dat ze belt en wat ze zegt. Ik denk alleen maar dat Renée erbij moet zijn. Ze is een hele goede, betrokken, slimme verpleegkundige. Mocht er wat gebeuren, dan zal zij goed voor mij zorgen, dat weet ik zeker.

‘De ambulance is er’ zegt Janneke. ‘Kom, dan lopen we naar buiten.’ Ze zullen wel denken, gaat er door mijn hoofd. De neurologische patiënt komt gewoon naar buiten, dan zal het wel meevallen. Als we het terrein aflopen, zie ik een man en twee vrouwen in uniform op mij afkomen. De man stelt zich voor en begint vragen te stellen, terwijl de anderen mij gadeslaan. Langzaam, als een 78 toerenplaat die op 45 toeren draait, vertel ik wat er is gebeurd. De broeder kijkt mij aan en wat ik niet verwacht, zeg hij toch: ‘Moewah… gaat u toch maar even mee naar het ziekenhuis, lijkt me wel verstandig.’ Mijn verwarring is compleet. Ik laat mij leiden naar de ambulance, stap in en neem plaats op de brancard, waar ik met schoenen en al op mag liggen.

De rit naar het streekziekenhuis is kort, maar lang genoeg om misselijk te worden. Misselijkheid kan ook bij hersenaandoeningen voorkomen, denk ik als de ambulance een bocht neemt en ik het opvangbakje vasthoud. Toch groeit het vertrouwen. Op de een of andere manier ben ik niet zo bang dat er iets heel ergs aan de hand is, omdat er niets verandert. Mijn spraak gaat steeds een beetje beter en ik ben er nog. Gelukkig...

Ik ben er nog.

Lees nu al het vervolg!

sterren Gepubliceerd: vrijdag 14-12-2018 | Reacties (8)

Reacties

Reageer op dit artikel

  • Brenda de Coninck, Lelystad
    20-12-2018 13:04

    Lieve mensen,

    Heel hartelijk dank voor zoveel blijken van medeleven, zowel op NierNieuws als op social media. Jullie goede wensen hebben mij geraakt. Het is gelukkig allemaal goed afgelopen.

    Ik wens alle lezers van NierNieuws sfeervolle feestdagen toe en een gezond en gelukkig 2019.

    Hartelijke groet,
    Brenda de Coninck

  • Ellen de Jong, Den Haag
    20-12-2018 11:46

    Wat naar Brenda! Veel sterkte en beterschap! En gelukkig lukt het je weer dit te schrijven.

  • Yvonne, Bergen
    18-12-2018 21:34

    Brenda, wat moet je geschrokken zijn en hulpeloos gevoeld hebben! Ik hoop van harte dat je weer helemaal in orde bent! Veel sterkte, hartelijke groet,
    Yvonne

  • Anne Cox, Haarlem
    17-12-2018 06:56

    Lieve Brenda, wat een schrik! Hoe is het inmiddels met je! Sterkte en beterschap! Liefs, Anne

  • André Nieuwegein
    16-12-2018 00:39

    Hoi Brenda,

    Lees net je berichtje, ben best geschrokken. Ik wil je heel veel beterschap toewensen en maar hopen dat het niets ernstigs is.

  • Karin Huizing , Heerhugowaard
    15-12-2018 19:41

    Zo herkenbaar een herseninfarct of hersenbloeding. Net alsof ik je mijn eigen verhaal hoor vertellen.

  • cmotte
    15-12-2018 19:25

    Jeetje meid, wat eng om dat mee te maken. Alsof je in een andersmans lichaam zit met de handleiding in het chinees geschreven soort van gevoel. Schrikbarend. Ik bid voor je.

  • Jan, Ansterdam
    15-12-2018 12:44

    Bezorgd!




Een machteloos gevoel (deel 2)

De achterdeuren van de ambulance gaan open. De broeder en de verpleegkundige trekken aan het voeteneinde van de brancard en de poten klappen vanzelf onder mij vandaan. De auto staat dicht bij de ingang van het ziekenhuis en we zijn dan ook snel binnen. Rechts van mij zie ik een receptioniste achter een glazen scherm. Ze roept iets tegen de man achter mij. Hij stuurt de brancard naar links en daarna weer naar links, een grote kamer binnen. Dat blijkt de eerste hulp te zijn. Een - naar wat later blijkt - neuroloog en een physician assistent in opleiding komen binnen en de overdracht begint waar ik bij lig. ‘Nou, sterkte mevrouw’ zegt de broeder na een paar minuten en loopt met zijn collega’s de kamer uit.

‘Zo, ik zal mij even voorstellen.’ Ze steekt haar hand uit. ‘Ik ben Julia ter Gooi, neuroloog, en kom u onderzoeken. Kunt u vertellen wat er is gebeurd?’ Ik begin mijn verhaal opnieuw, langzaam sprekend. Ondanks dat, heb ik af en toe toch nog last van verhaspelingen. Ze luistert en kijkt met aandacht. De physician assistent staat links van mijn bed en observeert alleen maar.

Lees meer »

Oprecht medeleven »

Daar gaan we dan. Ik moet er eerst voor zorgen dat ik haar in de auto krijg. De overstap van de rolstoel naar de voorbank is al een onderneming op zich. Ze heeft bijna geen kracht meer in haar spieren en houdt de deur en het dak van de auto vast als steun- en leunpunt. ‘Ik vind het gewoon eng om je moeder zo te zien stunten. Op een dag gaat het mis en valt ze naast de auto’ had mijn man een keer gezegd toen ze met een plof op de voorstoel terechtkwam. En ook nu zie ik haar dat doen.

Lees meer »

Hoezo 'mijn' UMCG? »

‘Ah! Kijk, daar kun je je inschrijven voor ‘mijn UMCG’. Hè, eindelijk. Dan kan ik net als jij de uitslagen meteen zien als ik thuiskom. Bij jou vind ik dat ook altijd zo top, als je terugkomt uit Amsterdam. Kom, laten we er meteen naartoe gaan.’ Met mijn pas en een big smile neem ik plaats achter een van de opgestelde tafels met computer. Een jongedame aan de andere kant loodst mij door het inlogprogramma heen. Mijn man kijkt over mijn schouder mee.

Lees meer »







NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
Ons Pricaystatement vindt u hier