Mail: redactie@niernieuws.nl | 030 - 288 9994 | NL16 TRIO 0197 707866



Reageer | Verstuur | Druk af   

Een kans van 50 procent

Door Brenda de Coninck 

DEEL 13 - Half zes. Ik heb de hele nacht al onrustig geslapen. Vandaag is de grote dag voor onze jongste dochter. Als derdejaars rechtenstudent zal ze in de oude rechtbank van Groningen een fictieve zaak bepleiten ten overstaan van een jury en genodigden. Onze lieve, kleine, grote meid. Ik ben zó benieuwd.

De eerste fictieve zaak wordt bepleit door twee advocaten, geleid door een rechter. De studenten zijn zichtbaar nerveus. De tafel tegenover ons heeft de vorm van een halve cirkel. Aan weerszijden van de jonge studentenrechter zitten een communicatiedeskundige en de coördinator van de faculteit Rechten. Naast de coördinator zit een échte rechter uit Leeuwarden. Aan de andere kant van de tafel zit naast de communicatiedeskundige een door de wol geverfde advocaat. Zij beoordelen vandaag de studenten - 24 in totaal. De spanning is voelbaar in het publiek, dat recht tegenover de rechtbank zit.

De tweede zaak begint. Een deur aan de zijkant van de zaal gaat open en onze dochter betreedt de ruimte. Ze heeft een toga aan die iets te lang is. Ze tilt hem op, zodat ze niet struikelt als ze naar haar plaats, schuin tegenover de rechtbank, loopt. Om haar hals hangt een befje (van het Franse woord bavette = morsslab). Ze neemt gedecideerd plaats op haar stoel. Haar vader en zus zitten naast mij op de eerste rij; we hebben alleen oog voor haar.

Als ze aan de beurt komt om haar zaak te verdedigen, maakt ze een krachtige indruk, ook al is ze de kleinste van het stel. Ze formuleert haar zinnen helder, zet haar handen in om het verhaal kracht bij te zetten en gaat daarna weer rustig zitten. Haar paardenstaart zwiept af en toe heen en weer. Ondanks de spanning heeft ze plezier in wat ze doet: haar ogen twinkelen. Ik barst bijna uit elkaar van trots.

Aan het einde van de ochtend worden de studenten één voor één beoordeeld. Als zij aan de beurt is, klopt mijn hart in mijn keel. Ze krijgt lovende woorden van de rechter uit Leeuwarden. Aan het einde van de dag blijkt dat ze het hoogste cijfer heeft gekregen en spreker van de dag is. Als haar naam als laatste wordt genoemd en ze naar voren loopt, is het er ineens: een onverwacht verdriet. Ik weet wat niet zichtbaar is voor anderen: ze heeft cystenieren. En het ergste van al: het is mijn schuld. Ik kijk naar haar stralende ogen en haar aanstekelijke lach als ze met een proces-verbaal met daarop een 8,8 naar onze tafel loopt.

Als ze omringd wordt door haar vader en zus, en gefeliciteerd door anderen, lijkt de wereld even stil te staan. Mijn innerlijke criticus laat zich woordeloos voelen. Ik heb het er met haar al een aantal keren over gehad. Waarom ik - ondanks een kans van 50% dat ik een kind met cystenieren op de wereld zou zetten - toch voor kinderen heb gekozen. Dat ik hoopte op een kans van 50% dat ze het níet zou hebben. Dat ik hoopte dat haar zus haar 50 jaar later een nier kon geven. Dat ik toch niet kon bevroeden dat ook zij deze ziekte zou erven? Dat ik hoopte dat cystenieren 50 jaar later te genezen zou zijn, waardoor ze probleemloos oud zou kunnen worden. En hoe mooi ik het leven vond. Zó mooi, dat ik het door wilde geven.

Ze had geknikt en gezegd dat ze mijn overwegingen begreep en mij niets kwalijk nam. Ik huilde, wetende dat op de volgende vragen geen antwoord is. Had ik het niet moeten doen? Had ze liever niet geboren willen worden? Ze was duidelijk geweest. 'Ik heb nergens last van en leef een prima leven. En we zien wel wat er komt. De medische wetenschap ontdekt steeds meer. En trouwens, ik weet dat ik een ziekte heb, maar bijna iedereen heeft wel wat, alleen weten ze dat nog niet. Huil nou maar niet mam, ik had hetzelfde gedaan.'

Ze merkt er niets van, van mijn stille verdriet als ze gefeliciteerd wordt door haar vader en zus. Of van mijn knagende schuldgevoel, dat door haar bezwerende woorden niet is weggenomen. Ik weet dat ik mij heb laten leiden door mijn behoefte moeder te willen worden. Met een bewust risico voor haar. Als we de middagzon inlopen, ebt het nare gevoel weg. Voor mij loopt ze bijna huppelend van blijdschap aan de arm van haar grote zus. Als ik de prachtige scene voor mij bekijk, loop ik even in een niemandsland van geluk. Ik mag dan voor verbetering vatbaar zijn, zij is dat niet. 

sterren Gepubliceerd: dinsdag 28-05-2013 | Reacties (3)

Reacties

Reageer op dit artikel

  • Agnes Rolf
    30-05-2013 09:56

    Brenda, wat een mooi en ontroerend verhaal. Gefeliciteerd met zo'n levenslustige en krachtige dochter! Geniet er maar van. Groeten Agnes

  • g.h.nansink, AMSTERDAM
    29-05-2013 09:59

    Brenda,

    Je bent nu trots en dat mag je ook zijn,leef in de toekomst en vergeet het verleden,de toekomst biedt nieuwe kansen voor jullie ziekte en familie leven.
    Je man en kinderen en andere zijn heel trots op jou en ik weet zeker dat ze jou niets kwalijk nemen.
    Geniet nu van het mooie dat het leven biedt en koester dit.

    Voor Sjaak,Maxim,Robin en voor jou Toi Toi Toi.

    Een trotse Ferry,Tina en Gertjan.

  • Bart, Urmond
    28-05-2013 14:39

    Brenda,

    Wat schrijf je dit weer mooi. Ik ben bijna tot tranen geroerd door dit verhaal...bijna, want mannen huilen niet toch? ;)
    Hoe herkenbaar is de pijn van de keuze wel of geen kinderen...
    Ook ik (wij) hebben die keuze moeten maken, het is nog maar een jaar of 6 geleden. En ook wij kozen om het leven door te geven, met de redenatie dat ik toch heel gelukkig de 40 heb bereikt.
    Wie weet wat de wetenschap kan tegen de tijd dat mijn kind 40 is...
    Hoe groot was ook de opluchting dat mijn ziekte niet op mijn zoon kon doorgegeven worden en hij dus gezond bleek te zijn...
    Hij vervult me dagelijks met trots en blijdschap dat we het gedurfd hebben.
    Ik durf er op in te zetten dat ook jouw dochters die moed in je waarderen, want het is toch niet niks om de keuze te maken.
    Mooi verhaal, herkenbaar en zoals altijd zeer treffend op papier gezet.




Het lot is je niet altijd goed gezind

“Geachte mevrouw De Coninck,

Zojuist hebben we gerandomiseerd, en heeft de computer u helaas - waar u en wij al bang voor was/waren - in de TACrolimus-arm geloot. Daarom hoeft u morgen alleen te prikken, de bloeddruk, pols, gewicht, lengte en temperatuur worden gemeten en genoteerd, er wordt een volledig lichamelijk onderzoek gedaan, en daarna moet er nog een ECG gemaakt.”

‘Zie je wel. Ik zei het je toch?!’ ‘Wat is er?’ Mijn man kijkt vanaf zijn bureau naar die van mij en naar het scherm van mijn computer, waarop een bericht is binnengekomen vanuit het UMCG. ‘Ik ben in de tac-arm geloot. Ik wist het gewoon, het voelde al meteen niet goed.’ ’Aaaah, dat méén je niet!’ Ik kijk hem aan en ik ben heel…..tja, wat ben ik eigenlijk? Teleurgesteld? Uiteraard. Maar er is nog iets. Ik kijk hem aan en voel het: ik ben boos!

Lees meer »

Een onbestemd gevoel »

‘Je moet er niet door achteruitgaan hoor’ zegt mijn man. ‘Je bent destijds niet voor niets van de Prograft afgegaan en dan zou je dat nu weer moeten slikken? Je ben net lekker ingesteld.’ Ik zucht. We zitten in de huiskamer te relaxen en ik heb mij net hardop afgevraagd wat ik moet doen: wel of niet aan het onderzoek meedoen? Hij heeft gelijk: ik wil er niet onder hoeven ‘lijden’.

Lees meer »

De Tac-arm... »

‘Zullen we over drie maanden afspreken?’ vraag ik. Ik heb het gevoel dat het nu wel kan. Na twee jaar van zoeken, aanpassen, controleren en verfijnen, ben ik perfect ingesteld. Marnix kijkt mij in de spreekkamer aan. Hij zit aan de andere kant van de tafel en schuift even met zijn muis over zijn bureau, terwijl hij de uitslagen op het scherm controleert. ‘Dat wilde ik ook al voorstellen’ glimlacht hij. Mooi, denk ik.

Lees meer »







NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
Ons Pricaystatement vindt u hier