Mail: redactie@niernieuws.nl | 030 - 288 9994 | NL16 TRIO 0197 707866



Reageer | Verstuur | Druk af   

Een broodje filet americain

Door Brenda de Coninck 

Het lijkt wel alsof ik een abonnement heb op vroeg wakker worden, denk ik als ik naar de klok in de kamer kijk die 04.30 uur aangeeft. Meneer Sterk rechts van mij slaapt nog en op de gang is alles stil. Vandaag is het alweer de derde dag na de transplantatie. Als ik onder het deken mijn buik aanraak, lijkt die qua omvang niet veranderd. ‘Houd moed Bren’ zeg ik tegen mezelf. ‘Je buik zal heus wel een keer platter worden.’ Na een rustgevende meditatie ga ik er opnieuw vroeg uit om te douchen. Ik voel mij te onrustig om te blijven liggen. Meneer Sterk en ik delen de douche nu samen. Hij wil er vandaag voor het eerst gebruik van maken. Het gaat gelukkig erg goed met hem.

Gisteren is de fysiotherapeut langs geweest. Een indrukwekkende vrouw met een bulderstem en ze is tevreden als ze hoort dat ik al rondjes over de afdeling heb gelopen en zelfs naar beneden ben geweest. ‘Dan kom ik maandag terug om trappen met u te lopen’ zegt ze en duldt geen tegenspraak. Ik vind het prima. Misschien loop ik maandag al wel op mijn eigen trap - thuis - naar boven, hoewel ik er nu nog een hard hoofd in heb dat dat gaat lukken. Meneer Sterk is het volgende ‘slachtoffer’. Ook hij moet ‘uit bed!’ Zijn reactie is zoals altijd rustig en Gronings onomwonden: ‘Da’s goud.’ Ze maken samen een afspraak om ’s middags over de afdeling te wandelen.

Vandaag word ik opnieuw gewogen door de verpleging en wéér ben ik een paar ons aangekomen. Ik word nu toch wel ongerust. Er moet nou maar eens wat gebeuren. Bij elke stap hijg ik en praten tijdens het lopen kan niet meer. Toch laat ik mij daar niet door afschrikken en loop steevast mijn rondjes over de afdeling. Als ik bezoek krijg, ga ik net als altijd naar beneden. Rust roest.

De zaalarts is vanwege mijn benauwdheid vandaag een extra welkome gast. Ze vertelt dat mijn Hb inmiddels naar 3,8 is gedaald, een recordlaagte. Ik word er even moedeloos van. Kan nou niemand hier iets aan doen? ‘Ik verwacht dat we al wel voortekenen in je bloed kunnen zien waaruit blijkt dat voorlopers van rode bloedcellen zijn aangemaakt, maar ze moeten nog groeien en dat kan wel een paar weken duren’ legt ze uit. ‘Kan ik dan geen plaspillen krijgen?’ vraag ik verwachtingsvol. Ze kijkt mij aan. Haar gezicht staat op ‘moewah’. ‘We zijn daar niet zo dol op, om plaspillen te geven, omdat we niet willen dat de nieuwe nier ‘droog’ komt te staan’ zet ze uiteen. ‘We wachten liever tot de nieuwe nier het lichaam stimuleert om rode bloedcellen te maken. Wat we wel kunnen doen, is bloed geven.’ ‘Daar gaan we weer’ roept een stemmetje in mijn hoofd. ‘Dat wil ik niet’ zeg ik beslist. ‘Ik heb het ook al aan een paar verpleegkundigen verteld die dezelfde oplossing opperden. Ik ben bang voor antistoffen. Dan doe ik er maar wat langer over om te herstellen.’ Ze lijkt mij te begrijpen. ‘Ik noteer in het systeem dat je geen bloed wilt. Kijk het nog even aan. Morgen ben ik er niet, maar je kunt het ook met de weekendarts bespreken.’

Rond 11.00 uur komt een voor mij bekende diëtiste binnen: Tineke. Ik ken haar zowel als mijn behandelaar als van overleggen bij de Nierstichting. Daar namen we samen deel aan een project voor het verbeteren van patiëntenzorg. Ze komt om te vertellen welk dieet ik moet volgen, nu ik getransplanteerd ben. Ik denk het al te weten: een ‘zwangerschapsdieet’. Om een besmetting met vooral de listeriabacterie te voorkomen, mag ik onder andere geen rauw vlees, rauwe vis, schaal- en schelpdieren, rauwmelkse producten en schimmelkazen eten. Mijn zo geliefde filet americain en zachtgekookte eitje zijn voor altijd uit den boze. Ik heb mij ermee verzoend. Ik denk maar zo: ik mag veel meer wél eten dan niet en ik verheug mij al op normale boterhammen en broodjes, zoveel cherrytomaatjes eten als ik wil en ‘liters’ karnemelk.

Eigenlijk hoefde ze wat mij betreft niet te komen, maar het is nu eenmaal protocol en ik vind het gezellig dat ze er is. Maar boy oh boy: heb ik het even mis! Mijn mond valt wijd open als ze vertelt dat ‘de laatste medische ontwikkelingen ons leren dat dit dieet een jaar moet worden volgehouden.’ Zittend op een stoel naast mijn bed, kijkt ze mij aan alsof ik dit natuurlijk al weet. ‘Een jaar maar?’ vraag ik met grote ogen. Haar hoofd gaat zachtjes op en neer. ‘Na een jaar zijn de immunosuppressiva zo ver gedaald, dat je eigen immuunsysteem weer zelf indringers kan opruimen. Kijk, als je na een jaar elke dag een broodje filet americain gaat eten, is de kans op een infectie natuurlijk veel groter dan als je één keer in de maand zo’n broodje eet. Maar in principe kun je dan weer eten wat je wilt.’ ‘Jeetje’ zeg ik verbaasd. ‘Ik had bepaalde zaken al afgezworen, maar dat hoeft dus helemaal niet!' Dat is even lekker, denk ik. Dit bericht is een heerlijke opsteker!

'Hoe staat het met je gewicht?’ informeert ze. 'Ik maak vaak mee dat transplantatiepatiënten aankomen. Eén van mijn patiënten, een man, kwam zelfs acht kilo aan en dat moest er natuurlijk ook weer af.’ ‘Ik mik op 67/68 kilo, dan ben ik tevreden.’ Ik ben benieuwd wat ze daarvan vindt. ‘Nou, ik ben blij dat je voor een haalbaar gewicht gaat’ zegt ze tevreden. ‘Ik stuur je een uitnodiging toe voor een polibezoek drie maanden na nu. Vanaf tien weken kun je weer gaan sporten en in combinatie met gezond eten, zul je dan geleidelijk aan afvallen. Oké, ik laat je verder. Je hebt je al zóveel verdiept in eten, het zal jou wel lukken.’ Met een hartelijke handdruk neemt ze afscheid.

Ik kijk op de klok: tien voor half twaalf. ‘Shit!!!´ zeg ik hardop. ‘Ik had om 10.00 uur mijn medicatie moeten innemen!!!’ Ai!! Ik druk meteen op de bel en een verpleegkundige komt binnen. Ze lacht na het aanhoren van mijn misser en stelt mij gerust. Haar advies: ‘Neem de medicijnen nu in en vanavond weer op het normale tijdstip. Mocht je langer dan een paar uur je medicijnen zijn vergeten, overgeven of ernstige diarree hebben, bel dan de afdeling voor advies. Dit overkomt iedereen wel eens, maar jou nu niet meer denk ik zo!’ Er verschijnt een brede grijns op haar gezicht. Ik slaak een zucht van verlichting. ‘Nee’ zeg ik. ‘Daar ga ik meteen iets aan doen’ en haal mijn telefoon tevoorschijn om twee tijdstippen in te stellen waarop een alarm afgaat.

Nu ze er toch is, voert ze maar meteen een ontslaggesprek, ondanks dat mijn ontslagdatum nog niet bepaald is. Ik vind dat wel fijn. Het is een rustig moment van de dag en ik ben altijd nieuwsgierig naar meer kennis. ‘Het is mooi weer buiten. Zorg ervoor dat je je altijd insmeert met factor 50 als je in de zon loopt. Zoek op een terras liever een plekje in de schaduw. Ik heb een vrouw meegemaakt die een stukje ging wandelen over het strand met haar man, gewoon een wandelingetje van het ene dorp naar het andere. Ze kwam terug met blaren op haar armen. Zo zielig.’ Ik luister aandachtig. Gelukkig heb ik al factor 50 aangeschaft. Een grote fles staat thuis en een kleine heb ik in mijn tas. Voordat ik getransplanteerd werd, heb ik ook lange soepele zomerrokken en broeken gekocht met elastiek, om mijn benen te beschermen tegen de zon. Nadat ik merkte hoe lekker elastiek voelde, heb ik meteen besloten geen broeken of rokken meer te kopen met ritsen en/of knopen. Als ik ga zitten is dat alleen maar vervelend voor mijn nier, die dan in elkaar kan worden gedrukt.

‘Hygiëne is heel belangrijk’ vervolgt ze haar voorlichting. ‘Zorg ervoor dat je je handen wast na elk toiletbezoek en vlak voor het eten. Liefst met Sterillium, maar zeep is ook al mooi.’ Dat had ik zelf al bedacht. Twee maanden geleden heb ik uit voorzorg een paar liter Sterillium (een handdesinfectiemiddel) in huis gehaald, compleet met dispensers om vier halve literflessen in op te hangen. Toegegeven: wellicht wat rigoureus, maar ik voel me er goed bij. ‘Dat kleine flesje op het tafeltje mag je ook mee naar huis nemen’ wijst ze rechts van mij.

‘Vandaag mag je infuus eruit omdat het lekt. Morgen krijg je een nieuw infuus met een zak immunosuppressiva.’ ‘Dan zetten ze maar een tijdelijk infuus in mijn elleboog en houd ik mijn arm wel even een uurtje gestrekt’ reageer ik. ‘Wel zo makkelijk.’ Ze knikt. ‘Een dag voordat je naar huis gaat, mag je katheter eruit en krijg je plastraining. Dat betekent dat je elk uur naar het toilet moet om uit te plassen en ’s nachts maken we je elke twee uur wakker met hetzelfde doel.’ ‘Getver. Ik plaste voor de transplantatie nog 2,5 liter per 24 uur. Is dit voor mij dan ook van toepassing?’ Als het moet, dan moet het, maar als ik daar onderuit kan komen… ‘Ah! is haar reactie. ‘Dan is dat voor jou niet nodig. Als je langere tijd niet geplast hebt, wordt je blaas kleiner en/of werkt minder goed. Voor zulke patiënten is plastraining wel nodig.’ Ik snap het.

Mijn man belt in de namiddag. Thuis gaat alles goed. Hij heeft onze oudste dochter naar haar vriendin gestuurd omdat hij best een avondje alleen kan zijn en haar ook wat rust gunt. Ze heeft heel lief voor hem gekookt en ook alle boodschappen in huis gehaald. We missen elkaar. Het is toch anders als je allebei in het ziekenhuis ligt. Dan ben je noodgedwongen met andere dingen bezig en is ‘thuis’ op de achtergrond. Nu één van ons alleen thuis is, valt dat na zo’n emotioneel avontuur niet mee. Gelukkig hebben we allebei een mobiele telefoon en dat scheelt enorm. We bellen en vooral appen wat af. In een van die berichtjes stuurt mijn man een foto van een brandende kaars op de houtkachel. ‘Die blijft aan staan totdat je weer thuis bent’ zegt hij lief. Mijn ogen worden nat.

Ik hoop dat ik hem heel snel uit kan blazen…

sterren Gepubliceerd: zaterdag 19-08-2017 | Reacties (2)

Reacties

Reageer op dit artikel

  • Jack Roks, MEERSSEN
    20-08-2017 18:48

    Beste Brenda,

    13 mei mijn 2de nier gekregen, met veel interesse lees ik jouw verhaal, heel veel sterkte

  • Thea Meijer, Vlaardingen
    20-08-2017 12:44

    Lieve Brenda, met veel interesse volg ik je verhalen. Ik ben ruim 5 jaar geleden getransplanteerd met de nier van een levende donor en het gaat heel goed. Ik heb ook meegemaakt dat ik nogal aankwam na de transplantatie en gelukkig ben ik dat extra gewicht ook weer kwijtgeraakt. Helaas is mijn dikke buik gebleven, mogelijk ook door de vele cysten in mijn lever. Ik wens je heel veel sterkte bij je verdere herstel.




Het lot is je niet altijd goed gezind

“Geachte mevrouw De Coninck,

Zojuist hebben we gerandomiseerd, en heeft de computer u helaas - waar u en wij al bang voor was/waren - in de TACrolimus-arm geloot. Daarom hoeft u morgen alleen te prikken, de bloeddruk, pols, gewicht, lengte en temperatuur worden gemeten en genoteerd, er wordt een volledig lichamelijk onderzoek gedaan, en daarna moet er nog een ECG gemaakt.”

‘Zie je wel. Ik zei het je toch?!’ ‘Wat is er?’ Mijn man kijkt vanaf zijn bureau naar die van mij en naar het scherm van mijn computer, waarop een bericht is binnengekomen vanuit het UMCG. ‘Ik ben in de tac-arm geloot. Ik wist het gewoon, het voelde al meteen niet goed.’ ’Aaaah, dat méén je niet!’ Ik kijk hem aan en ik ben heel…..tja, wat ben ik eigenlijk? Teleurgesteld? Uiteraard. Maar er is nog iets. Ik kijk hem aan en voel het: ik ben boos!

Lees meer »

Een onbestemd gevoel »

‘Je moet er niet door achteruitgaan hoor’ zegt mijn man. ‘Je bent destijds niet voor niets van de Prograft afgegaan en dan zou je dat nu weer moeten slikken? Je ben net lekker ingesteld.’ Ik zucht. We zitten in de huiskamer te relaxen en ik heb mij net hardop afgevraagd wat ik moet doen: wel of niet aan het onderzoek meedoen? Hij heeft gelijk: ik wil er niet onder hoeven ‘lijden’.

Lees meer »

De Tac-arm... »

‘Zullen we over drie maanden afspreken?’ vraag ik. Ik heb het gevoel dat het nu wel kan. Na twee jaar van zoeken, aanpassen, controleren en verfijnen, ben ik perfect ingesteld. Marnix kijkt mij in de spreekkamer aan. Hij zit aan de andere kant van de tafel en schuift even met zijn muis over zijn bureau, terwijl hij de uitslagen op het scherm controleert. ‘Dat wilde ik ook al voorstellen’ glimlacht hij. Mooi, denk ik.

Lees meer »


Een broodje filet americain





NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
Ons Pricaystatement vindt u hier