Mail: redactie@niernieuws.nl | 030 - 288 9994 | NL16 TRIO 0197 707866



Reageer | Verstuur | Druk af   

De wereld van gescheiden trajecten

Door Brenda de Coninck 

De ochtend is nog donker als we wakker worden. Vijf minuten later zingen we een heel vroeg 'Lang zal ze leven', samen met een blaffende hond. We vieren vandaag de verjaardag van ons oudste kind, die meegaat naar het Hoge Noorden voor mijn eerste afspraak op de predialysepoli, waar we al rond 09:00 uur verwacht worden. 'De volgende afspraken kunnen we later maken hoor', belooft de dame aan de andere kant van de lijn. 'Een eerste ontmoeting duurt wat langer: daarom plannen we die in de vroege ochtend.'

We rijden een uur later op de snelweg, waar het lekker rustig is. 'Hoe lang gaat het gesprek duren mam? Dan kunnen we daar rekening mee houden.' Tja: 'ik denk zo’n twintig minuten', mijmer ik. 'Ze vertelde aan de telefoon dat dit een dubbele afspraak is, dus dat betekent in de reguliere zorg 2 x 10 minuten, schat ik zo. Bij de huisarts ben je per consult ook maar 7 minuten binnen: dat zal hier niet veel anders zijn.' 'Mooi: dan hebben we lekker de tijd om de rest van de dag met elkaar mijn verjaardag te vieren', zegt mijn dochter opgewekt. 'Zet je mij even af bij m’n zus pap? Dan komen we naar jullie toe als jullie klaar zijn.'

De vertrouwde omgeving van de wachtkamer voelt deze keer anders. Bij de balie krijgen we te horen dat de arts met wie ik een afspraak heb, mij heeft 'overgedaan' aan een ander. Daar gaat m’n mentale voorbereiding, denk ik: ik weet niet wie ik ga treffen. 'Jammer', zeg ik tegen mijn man, terwijl we op de stoeltjes plaatsnemen. 'Het leek me een aardige man, zo aan de foto te zien. Maar ja: we zien wel.' 'Komt goed', zegt mijn man geruststellend.

Na wat bloeddrukmetingen, die onveranderd goed zijn met slechts 2,5 mg Lisonipril (het biologisch eten bevalt prima :) ), komt hij ons ophalen: 'mijn' nefroloog. Hij blijkt nieuw, overgekomen vanuit een ziekenhuis in de Randstad, en moet zijn weg nog vinden. Als ik vertel dat ik een maand geleden een voorlichtingsavond van dit ziekenhuis heb bijgewoond ter voorbereiding op ons gesprek, zegt hij: 'U weet er al veel van, dan hoef ik niet zoveel meer uit te leggen.' Dat scheelt, denk ik. Dan zijn we hier zo weg.

'U heeft al een donor?' Ik knik en kijk naar mijn man. Hij steekt zijn vinger omhoog en zegt: 'Ja, ik.' 'Mooi', zegt hij goedkeurend. 'Dan kunt u straks naar de balie gaan en dat aangeven. Zullen we het traject van onderzoeken dan maar starten? Nu hebben we nog alle tijd en anders wordt het misschien een haastklus.' We knikken. 'Ik wil graag weten waar ik aan toe ben' beaam ik. 'Oké. Dan wil ik u nu graag nog even onderzoeken.' Na wat luisteren en drukken lijkt alles in orde. Ten afscheid geeft hij mij een lijst mee voor de prikpoli en een formulier voor het maken van een thoraxfoto. Een thoraxfoto? Vandaag? Hmmm… denk ik: dit gaat langer duren dan ik had verwacht.

'Hoi Mam! Ben je al klaar?' Mijn twee kanjers staan te stralen in de hal. 'Ja, wel bij de arts, maar ik moet nog naar de prikpoli en ik hoor net dat ik een thoraxfoto moet laten maken en ook nog voor een gesprek naar een verpleegkundige moet. Dat wist ik niet: sorry.' 'Dan wordt het wel laat zo', zegt mijn man. 'We zouden nog de stad in gaan vanmorgen.' 'Ik weet het', antwoord ik beduusd.

Nadat er 14 buisjes bloed zijn afgenomen, sta ik voor de balie als de verpleegkundige op mij afkomt. Ik ken haar. Ze is goedlachs en hartelijk. Haar ogen kijken mij onderzoekend aan. 'Ik wist niet dat ik een thoraxfoto moest maken en ook niet dat ik een gesprek met jou had.' Mijn man staat achter mij en luistert mee. 'Mijn dochter is vandaag jarig en we zouden nog de stad in gaan. Nu wordt het wel een beetje laat daarvoor.' 'Och', zegt ze vriendelijk, 'dan verschuiven we ons gesprek toch gewoon door naar een volgende afspraak. Wanneer komt je weer?' Ik kijk haar aan. Haar ogen staan zacht en ze helt een beetje met haar hoofd naar links. 'Oh, dat zou ik heel fijn vinden. Vindt je het niet erg?' vraag ik overbodig. 'Nee hoor.' Ze schudt met haar hoofd. 'Ik heb het al in mijn agenda gezet. Veel plezier vandaag.'

'Zo lieverd: dan moet jij alleen nog even naar de balie om je aan te geven als donor en dan kunnen we een foto maken en wat gaan drinken. Heb ik wel zin in.' 'Ik ben net geweest. Maar ik kan het daar niet aangeven. Kijk: ik heb een kaartje gekregen van de coördinatoren nierdonatie/transplantatie. Ik moet ze zelf bellen.' Hij steekt het kaartje onder mijn neus en ik kijk er verbaasd naar. 'Wat raar. Je hébt het daar toch al verteld?' vraag ik verwonderd. 'En ook al tegen de arts gezegd?' 'Tja', zegt hij, terwijl hij zijn mobiel tevoorschijn haalt. 'Ik ga mij wel aanmelden.'

Terwijl hij wegloopt om te bellen, komt het in mij op dat er kennelijk mensen zijn die 'ja' zeggen en 'nee' bedoelen. Die wellicht onder druk zich verplicht voelen een nier af te staan, terwijl ze dat eigenlijk niet willen. 'Die worden er zo uitgefilterd natuurlijk. Door ze alléén uit te nodigen voor een gesprek', leg ik mijn dochters uit, maar eigenlijk mezelf.

'En?' Hij is terug van zijn telefoontje. 'Ik heb een afspraak gemaakt voor de eerste week in januari. Je mag er niet bij zijn.' 'Ik mag er niet bij zijn?!' Ik val stil. Want ook al vind ik het niet leuk: ik begrijp het wel. Ze kunnen aan zijn neus niet zien dat hij écht zijn nier aan mij wil doneren en daar goed over nagedacht heeft. En dat dit gesprek wat hém betreft niet nodig is. Jeetje: welkom in de wereld van gescheiden trajecten: één voor de donor en één voor de ontvanger.

Gelukkig gaat het thuis anders :)

sterren Gepubliceerd: vrijdag 01-01-2016 | Reacties (3)

Reacties

Reageer op dit artikel

  • Margot
    02-01-2016 17:40

    Beste Jacob, mijn mama en ik hebben alleen elkaar, verder niemand anders. We hebben samen al heel veel stormen doorstaan en zijn er allebei nog dankzij elkaar. Onze band is intens. Daarom willen we zo graag ook van begin tot eind alles samen doen. Hoe ziek we ook allebei na de operatie zullen zijn, alleen al elkaars hand kunnen vasthouden, is genoeg...

  • Jacob, Hengelo
    02-01-2016 16:32

    Ik heb een nier van mijn vrouw gekregen.
    Eerst hadden we gekscherend gesuggereerd dat we twee bedden naast elkaar wilden na de transplantatie.
    Achteraf hebben we vastgesteld dat het tich beter was dat we een "eind" uit elkaar lagen. Vooral de eerste dagen hebben beide toch wat ongemakken en als je daar met je neus boven op ligt en er toch niets aan kan doen, levert dat ook stress op.
    Wij hielden intensief contact per whatsapp en na een korte tijd kwam mijn vrouw bij mij op bezoek. De eerste dagen was hulp van de kinderen daarbij onontbeerlijk.

  • Margot
    01-01-2016 10:19

    Mijn lieve mamsie is mijn toekomstige donor, als de goden gunstig gezind blijven. We wilden het hele traject saampjes in gaan. Nou, vergeet het maar, gesprek apart, keuring apart, en ik weet inmiddels ook dat we tzt na transplantatie op 2 verschillende afdelingen liggen, geen gedeelde kamer dus. Zo jammer!




Het lot is je niet altijd goed gezind

“Geachte mevrouw De Coninck,

Zojuist hebben we gerandomiseerd, en heeft de computer u helaas - waar u en wij al bang voor was/waren - in de TACrolimus-arm geloot. Daarom hoeft u morgen alleen te prikken, de bloeddruk, pols, gewicht, lengte en temperatuur worden gemeten en genoteerd, er wordt een volledig lichamelijk onderzoek gedaan, en daarna moet er nog een ECG gemaakt.”

‘Zie je wel. Ik zei het je toch?!’ ‘Wat is er?’ Mijn man kijkt vanaf zijn bureau naar die van mij en naar het scherm van mijn computer, waarop een bericht is binnengekomen vanuit het UMCG. ‘Ik ben in de tac-arm geloot. Ik wist het gewoon, het voelde al meteen niet goed.’ ’Aaaah, dat méén je niet!’ Ik kijk hem aan en ik ben heel…..tja, wat ben ik eigenlijk? Teleurgesteld? Uiteraard. Maar er is nog iets. Ik kijk hem aan en voel het: ik ben boos!

Lees meer »

Een onbestemd gevoel »

‘Je moet er niet door achteruitgaan hoor’ zegt mijn man. ‘Je bent destijds niet voor niets van de Prograft afgegaan en dan zou je dat nu weer moeten slikken? Je ben net lekker ingesteld.’ Ik zucht. We zitten in de huiskamer te relaxen en ik heb mij net hardop afgevraagd wat ik moet doen: wel of niet aan het onderzoek meedoen? Hij heeft gelijk: ik wil er niet onder hoeven ‘lijden’.

Lees meer »

De Tac-arm... »

‘Zullen we over drie maanden afspreken?’ vraag ik. Ik heb het gevoel dat het nu wel kan. Na twee jaar van zoeken, aanpassen, controleren en verfijnen, ben ik perfect ingesteld. Marnix kijkt mij in de spreekkamer aan. Hij zit aan de andere kant van de tafel en schuift even met zijn muis over zijn bureau, terwijl hij de uitslagen op het scherm controleert. ‘Dat wilde ik ook al voorstellen’ glimlacht hij. Mooi, denk ik.

Lees meer »


De wereld van gescheiden trajecten





NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
Ons Pricaystatement vindt u hier