Mail: redactie@niernieuws.nl | 030 - 288 9994 | NL16 TRIO 0197 707866



Reageer | Verstuur | Druk af   

De stilte voor de storm

Door Brenda de Coninck 

Een paar weken geleden had ik er nog een goed gevoel over, nu is het stil. We zweven in niemandsland, alsof we midden in het oog van een orkaan staan. De eerste storm is achter de rug, maar we weten dat hij terugkomt. En hoe hard? Ik wil er niet aan denken. We horen even niets meer uit het ziekenhuis en dat voelt tegenstrijdig: dat het eigenlijk wel lekker rustig is, voert voor nu de boventoon.

Er is veel gebeurd de afgelopen weken: een ‘rollercoaster’. Op vrijdag begint het met een telefoontje in de auto, waarbij we slecht nieuws te verwerken krijgen. Daarna wonen we een prachtige ceremonie bij, waar we gelukkig heel góed nieuws te horen krijgen: onze jongste dochter is cum laude geslaagd. ’s Middags lunchen we met alle genodigden. Daar wacht een verrassing als ze een lovende toespraak houdt over haar ouders en ons een cadeau overhandigt: een glinsterende Swarowski-sleutel met daarbij een kaart. De boodschap: jullie zijn de sleutel tot mijn succes. Ik houd het niet droog…
Afsluitend gaan we nog even naar haar studio om te borrelen en haar nieuwe optrekje te bekijken. Daar wil ze weten of we al ‘iets weten’. We besluiten het te vertellen, ook al wilden we dit eigenlijk niet doen op deze dag. Ze kan het gelukkig van zich afzetten. Het feest met leeftijdsgenoten duurt tot in de kleine uurtjes.

Maandag is het weer ‘business as usual’. Ik druk de teleurstelling over de uitslag uit het UMCG weg en focus mij op mijn boekpresentatie. Een paar dagen voordat de VSOP - de vereniging voor zeldzame en genetische aandoeningen - een conferentie houdt in Nieuwegein over Europese Referentie Netwerken, word ik gebeld met de vraag of ik mijn mening wil geven over de wenselijkheid van ERN’s. Ik zeg ‘ja’ en op World Kidney Day sta ik om elf uur op het podium in Nieuwegein, waar 200 mensen naar mijn reactie luisteren. Vol adrenaline rijd ik weer naar huis en kleed mij om voor de terugreis naar Utrecht, waar in theater Kikker mijn boekpresentatie plaatsvindt. Na een prachtige bijeenkomst signeer ik boeken, gaan we met z’n allen nog een hapje eten en rol ik om half een in bed: eigenlijk te moe. En de volgende morgen staat alweer een afspraak gepland.

Dan, anderhalve week later op een zaterdag, staat een lunch met een medetherapeut en vriend op het programma. We verheugen ons op zijn komst. Naast zijn vriendelijkheid, heeft hij het talent om woorden te horen die niet gezegd worden; het maakt dat zijn praktijk meer dan vol zit.
Hoe is het met jullie?' vraagt hij als hij plaatsneemt in de stoel, recht tegenover de houtkachel. ‘Met mij goed’ zeg ik, rechts van hem op de bank. Tegenover mij zit mijn man. Hij zit er ogenschijnlijk relaxed bij. ‘Dat was wel even een naar bericht zeker?’, vraagt onze vriend. Hij houdt zijn hand onder zijn linkerwang en kijkt mij aan. ‘Ja, dat is waar’, geef ik toe. ‘Maar’ - ik knik naar de overkant - ‘hij heeft mij gelukkig heel goed geholpen met een mooie herkadering.’

‘En met jou?’ Hij draait zijn hoofd om naar de andere kant. ‘Niet zo best’ zegt mijn eega. ‘Het doet veel meer met me dan ik had verwacht. Ik merk dat ik prikkelbaar ben, de hele week al. Kan niet zoveel hebben. Ik denk dat het komt omdat ik het waarschijnlijk heb weggestopt. Het was zo’n mooie dag, vrijdag. Dat heeft het nare nieuws eigenlijk overschaduwd.’

‘Wat is dít?!’ denk ik. Ik kijk hem aan en zie de trekken rondom zijn mond en ogen die boekdelen spreken. Hij heeft mij dit nooit verteld, maar kennelijk leeft dit wel bij hem. Hij was de afgelopen anderhalve week inderdaad kribbig, realiseer ik mij. Ik heb er wel wat van gezegd, maar door alle drukte er eigenlijk weinig aandacht aan besteed.
‘Ik had zo graag mijn nier aan Brenda gegeven. Ik heb het daar best moeilijk mee. Ik denk dan maar: als ik mijn nier niet aan een vreemde geef, krijgt zij ook niks. Dus ja: indirect geef ik toch mijn nier aan haar. Maar ik had het liever anders gezien.'

‘En jij?’ zegt onze vriend en draait zich weer om. ‘Jij hebt daar minder problemen mee?' ‘Ja’, zeg ik, en val stil. Ineens bekruipt mij een gevoel, een soort Aha-erlebnis, en snap ik weer iets meer over mezelf. ‘Weet je, misschien speelt het ook wel mee dat als ik een nier van hem zou krijgen en het onverhoopt misgaat, ik mij dan heel schuldig zou voelen. Gek genoeg heb ik dat niet als ik de donor niet ken. Misschien is dat het ook wel.’
Hij draait zijn hoofd van mij af. ‘Hmmm… goed dat het bespreekbaar is, dat onderdrukte gevoelens naar boven kunnen komen. Laat dat er maar even zijn’ is zijn advies. Mijn man knikt.

We hebben een fijne middag, waarin we mooie dingen met elkaar delen. Als onze vriend naar huis gaat, maalt het gesprek nog in mijn hoofd door. Eigenlijk ben ik wel een beetje geschrokken. Hoe heb ik dit niet kunnen zien? Waarom weet ik nu pas dat mijn man er zoveel meer moeite mee heeft dan ik?

‘Eigenlijk heb ik gisteren alles wel gezegd’ zegt mijn man als ik er de volgende ochtend over begin. ‘Hoe komt het dat je dat gisteren pas zei?’ vraag ik verbaasd. ‘Omdat ernaar gevraagd werd’ is zijn nuchtere antwoord. ‘Ook ik heb mij gestort op mijn werk, net als jij. Ik heb het eigenlijk weggeduwd.’

Zo, denk ik, dit is een flinke waarschuwing: dat moeten we in de toekomst anders doen. Maar hoe? De scheidslijn tussen het ‘er genoeg over hebben’ en ‘lekker genieten’ lijkt twee kanten van dezelfde medaille te worden.

Hmmm… de stilte voor de storm is minder rustig dan ik dacht.

sterren Gepubliceerd: zondag 27-03-2016 | Reacties (4)

Reacties

Reageer op dit artikel

  • Brenda de Coninck, Lelystad
    03-04-2016 15:33

    Beste Paul, Bart en en Wim,

    Hartelijk dank voor jullie reacties :-)
    Enne...ik ben heel benieuwd naar jouw verhaal Wim. Ik zie het graag tegemoet.

    H. Groet,
    Brenda

  • Wim van Heeringen, Zeewolde
    31-03-2016 14:20

    Brenda, vanmorgen in het UMC Utrecht jouw boek gezien en meegenomen. Al in het eerste hoofdstuk zie ik veel bekende (onvoorstelbare) dingen die gebeurd zijn. Ik heb in 2010 een nieuwe nier gekregen (van mijn vrouw) en dat was heftig. Ik voelde direct na de transplantatie de energie weer mijn lichaam instromen. Ongekend mooi. Maar de jaren voorafgaand aan de transplantatie zou ik ook een boek over kunnen schrijven. Als je wilt kan ik wel het één en ander op papier zetten voor je.

  • Bart, Urmond
    29-03-2016 11:23

    Beste Brenda,
    je weet het zoals altijd weer zo treffend en herkenbaar onder woorden te brengen.
    Bij mij gingen twee familie donaties niet door, zelfs niet als ruil donatie.
    Ook bij ons was de teleurstelling bij de beoogde donoren haast groter dan bij mijzelf.
    Zo zie je maar weer dat je een nierziekte niet alleen hebt, je gezin en naasten leiden er net zo onder.
    Ik wens jullie veel sterkte samen. En blijf vooral zo`n mooie stukjes schrijven. IK hoop op een dag te lezen dat er een donor voor je is, en dat alles mooi op zijn pootjes terecht komt (waar ik wel van overtuigd ben).

    Groet bart

  • Paul Offerman, Almere
    28-03-2016 17:52

    Ik ben van slag. Kan jullie teleurstelling zo goed begrijpen. Houd vol. Samen zijn jullie supersterk. Ik bel binnenkort. Toy toy.

    Paul




Het lot is je niet altijd goed gezind

“Geachte mevrouw De Coninck,

Zojuist hebben we gerandomiseerd, en heeft de computer u helaas - waar u en wij al bang voor was/waren - in de TACrolimus-arm geloot. Daarom hoeft u morgen alleen te prikken, de bloeddruk, pols, gewicht, lengte en temperatuur worden gemeten en genoteerd, er wordt een volledig lichamelijk onderzoek gedaan, en daarna moet er nog een ECG gemaakt.”

‘Zie je wel. Ik zei het je toch?!’ ‘Wat is er?’ Mijn man kijkt vanaf zijn bureau naar die van mij en naar het scherm van mijn computer, waarop een bericht is binnengekomen vanuit het UMCG. ‘Ik ben in de tac-arm geloot. Ik wist het gewoon, het voelde al meteen niet goed.’ ’Aaaah, dat méén je niet!’ Ik kijk hem aan en ik ben heel…..tja, wat ben ik eigenlijk? Teleurgesteld? Uiteraard. Maar er is nog iets. Ik kijk hem aan en voel het: ik ben boos!

Lees meer »

Een onbestemd gevoel »

‘Je moet er niet door achteruitgaan hoor’ zegt mijn man. ‘Je bent destijds niet voor niets van de Prograft afgegaan en dan zou je dat nu weer moeten slikken? Je ben net lekker ingesteld.’ Ik zucht. We zitten in de huiskamer te relaxen en ik heb mij net hardop afgevraagd wat ik moet doen: wel of niet aan het onderzoek meedoen? Hij heeft gelijk: ik wil er niet onder hoeven ‘lijden’.

Lees meer »

De Tac-arm... »

‘Zullen we over drie maanden afspreken?’ vraag ik. Ik heb het gevoel dat het nu wel kan. Na twee jaar van zoeken, aanpassen, controleren en verfijnen, ben ik perfect ingesteld. Marnix kijkt mij in de spreekkamer aan. Hij zit aan de andere kant van de tafel en schuift even met zijn muis over zijn bureau, terwijl hij de uitslagen op het scherm controleert. ‘Dat wilde ik ook al voorstellen’ glimlacht hij. Mooi, denk ik.

Lees meer »


De stilte voor de storm





NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
Ons Pricaystatement vindt u hier