Mail: redactie@niernieuws.nl | 030 - 288 9994 | NL16 TRIO 0197 707866



Reageer | Verstuur | Druk af   

De laatste taxi

Door Brenda de Coninck 

DEEL 6 - De zon schijnt als we 's ochtends het terrein oprijden van Bouw en Infra Park BV in Harderwijk. De bewaker stuurt ons naar gebouw 20, de plek waar de Nierpatiënten Vereniging Nederland (NVN) een Themadag voor donoren heeft georganiseerd. We worden bij binnenkomst hartelijk welkom geheten. Zoals ik van de NVN gewend ben, is alles tiptop in orde. We melden ons bij de balie en de stickers met onze namen erop liggen al klaar. Een oranje sticker voor mij, een gele voor mijn man. Zo gaan we elkaar herkennen deze dag: een oranje sticker is een teken dat je een naaste bent van een donor en een gele dat je een nier hebt afgestaan.

Aan mijn linkerkant strekt zich een lange, hoge ruimte uit. Dit was ooit een kazerne, die met veel grote ramen tot aan de grond en lichte kleuren een eigentijdse uitstraling heeft gekregen. Als we de ruimte inlopen, zien we de koffie en thee al staan. Verderop zullen we vanmiddag een heerlijke lunch geserveerd krijgen.

We nemen met onze koffie en thee plaats aan één van de tafels. Naast ons zit een koppel dat een paar jaar jonger oogt dan wij: hij heeft een oranje sticker op en zij een gele. We raken al gauw in gesprek en luisteren naar hun verhaal. Ze vertellen enthousiast over hun medewerking aan een boek, getiteld '20 dubbelportretten nierdonatie bij leven'. Als ik de prachtige foto’s zie in het boek en de mooie verhalen diagonaal doorlees, neem ik mij voor dit te bestellen.

Als we een plekje hebben gekozen in de zaal, opent Hans Bart, directeur van de NVN, deze themadag. Ik heb plaatsgenomen naast een vrouw die vol aandacht luistert. Daarna start Regien Meijer-Vogt, coördinator nierdonatie bij leven aan het UMCG, haar verhaal over verschillende scenario's na donatie. Als ze vertelt over Samaritaanse donoren, merk ik dat de vrouw naast mij knikt - haar krullen dansen zachtjes op en neer als ze haar hoofd beweegt. En ik realiseer mij ineens dat ik misschien wel naast een Samaritaanse donor zit.

Ik hoor het verhaal van Regien niet meer, buig mijn hoofd naar rechts en fluister; 'Ben jij een Samaritaanse donor?' Ze knikt en kijkt mij aan. In haar ogen zie ik iets onpeilbaar dieps, iets waarvan ik volschiet. Ik kan het niet bevatten. Deze vrouw heeft zonder te weten aan wie, belangeloos haar nier afgestaan. Ongelooflijk. Terwijl Regien doorpraat, heb ik alleen nog maar oog voor haar. Wat heeft haar bewogen? Ik vraag het recht voor z'n raap. Haar gezichtsuitdrukking verandert. 'We zijn allemaal mensen. Ik heb mijn nier gegeven aan iemand die ook man, vrouw, dochter of zoon is. Het maakt toch niet uit aan wie je het geeft.' En ze haalt zachtjes haar schouders op.

Nog nadenkend over wat ze heeft verteld, volgt het even indrukwekkende verhaal over een vrouw - moeder van een gezin - die haar broer heeft geholpen door aan hem een nier af te staan. Haar man vertelt op een vrolijke, innemende manier en krijgt veel lachers op zijn hand. En dat is knap, want tegelijkertijd voelen we allemaal dat hij een serieus verhaal vertelt. En even later merken we dat ook concreet als hij even niet uit zijn woorden kan komen als hij over zijn neef praat, die er helaas niet meer is, en wiens vader vlak voordat zijn zoon ziek werd, ook nog eens door een transplantatieproces moest. En dan is God er nog. 'Kun je dat zomaar doen, vroegen we ons af, ingrijpen in wat Hij bedoeld heeft? Een moeilijke ethische vraag. Wij dachten: als we merken dat alles 'lukt', dat alle voortekenen goed zijn, dan moet dat een signaal zijn van boven dat we er mee door mogen gaan. En dat was gelukkig zo.'

Het tweede deel van de middag mis ik mijn Samaritaanse donor. Op haar plek zit nu een rijzige, vriendelijke man die knikt als ik naast hem ga zitten. We zien een voorstukje van een documentaire over de nierdonatie tussen de broers Patrick en Harald Wychgel die op 21 oktober a.s. om 17:00 uur op Nederland 2 wordt uitgezonden. Ze blijven nog even 'na' om alle vragen te beantwoorden. En als het onderwerp Samaritaanse donor weer even wordt aangestipt, zie ik mijn buurman - net als de vrouw vanmorgen - bevestigend knikken. Dit kan niet. Wat?! Alsof de Staatsloterij twee keer op hetzelfde adres valt. Hij óók een Samaritaanse donor?

Is het waar? Ja, knikt hij vriendelijk. Een ook hij kijkt mij aan. Met aandacht, en rust. En natuurlijk wil ik alles weten. Hoe, waarom?

'Ik was 40 jaar geleden taxichauffeur - vind het mooi om met mensen om te gaan. Ik maakte tijdens één van die ritjes kennis met een vrouw die vertelde welke impact dialyse op haar leven had. Dat heeft veel indruk op mij gemaakt. Toen ik 60 werd overdacht ik mijn leven en de dingen die ik nog wilde doen. En toen dacht ik ineens aan haar. Ik heb het aan mijn gezin voorgelegd. Als zij bezwaren hadden gehad, was ik er niet aan begonnen. Maar ze vonden het prima. En dus heb ik het gedaan.'

Hij grinnikt een beetje als hij mijn verbaasde gezicht ziet. En ik denk: een vrouw van 40 jaar geleden, heeft indirect bijgedragen aan het redden van een leven in het hier en nu. Ineens zie ik een puzzel voor me van mensen die elkaar over de tijd heen helpen. Die vrouw van 40 jaar geleden zal er vast niet meer zijn, en toch beïnvloedt ze nog altijd levens, op een onvoorstelbaar mooie manier. En ik stel mij voor, dat toen ze uiteindelijk de laatste taxi naar boven nam, ze vast achterom naar beneden heeft gekeken en net zo heeft gegrinnikt als hij.

sterren Gepubliceerd: donderdag 04-10-2012 | Reacties (1)

Reacties

Reageer op dit artikel

  • christa, zuid beijerland
    04-10-2012 19:37

    Zit met tranen in mijn ogen dit stuk te lezen...
    Wat ontroeren de samaritaanse donoren uit dit verhaal mij.
    Heel erg veel respect voor hen....




Het lot is je niet altijd goed gezind

“Geachte mevrouw De Coninck,

Zojuist hebben we gerandomiseerd, en heeft de computer u helaas - waar u en wij al bang voor was/waren - in de TACrolimus-arm geloot. Daarom hoeft u morgen alleen te prikken, de bloeddruk, pols, gewicht, lengte en temperatuur worden gemeten en genoteerd, er wordt een volledig lichamelijk onderzoek gedaan, en daarna moet er nog een ECG gemaakt.”

‘Zie je wel. Ik zei het je toch?!’ ‘Wat is er?’ Mijn man kijkt vanaf zijn bureau naar die van mij en naar het scherm van mijn computer, waarop een bericht is binnengekomen vanuit het UMCG. ‘Ik ben in de tac-arm geloot. Ik wist het gewoon, het voelde al meteen niet goed.’ ’Aaaah, dat méén je niet!’ Ik kijk hem aan en ik ben heel…..tja, wat ben ik eigenlijk? Teleurgesteld? Uiteraard. Maar er is nog iets. Ik kijk hem aan en voel het: ik ben boos!

Lees meer »

Een onbestemd gevoel »

‘Je moet er niet door achteruitgaan hoor’ zegt mijn man. ‘Je bent destijds niet voor niets van de Prograft afgegaan en dan zou je dat nu weer moeten slikken? Je ben net lekker ingesteld.’ Ik zucht. We zitten in de huiskamer te relaxen en ik heb mij net hardop afgevraagd wat ik moet doen: wel of niet aan het onderzoek meedoen? Hij heeft gelijk: ik wil er niet onder hoeven ‘lijden’.

Lees meer »

De Tac-arm... »

‘Zullen we over drie maanden afspreken?’ vraag ik. Ik heb het gevoel dat het nu wel kan. Na twee jaar van zoeken, aanpassen, controleren en verfijnen, ben ik perfect ingesteld. Marnix kijkt mij in de spreekkamer aan. Hij zit aan de andere kant van de tafel en schuift even met zijn muis over zijn bureau, terwijl hij de uitslagen op het scherm controleert. ‘Dat wilde ik ook al voorstellen’ glimlacht hij. Mooi, denk ik.

Lees meer »







NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
Ons Pricaystatement vindt u hier