Mail: redactie@niernieuws.nl | 030 - 288 9994 | NL16 TRIO 0197 707866



Reageer | Verstuur | Druk af   

Bloedtransfusie gelinkt aan afstoting transplantaat

Door Merel Dercksen 

Nierpatiënten die na hun transplantatie een bloedtransfusie hebben ondergaan, lopen een groter risico dat zij alsnog antilichamen tegen hun donornier gaan maken. Mogelijk komt bij hen ook vaker afstoting voor.

Na een niertransplantatie kan afstoting plaatsvinden waarbij antilichamen een rol spelen. Het is ook mogelijk dat de ontvanger antilichamen tegen de donor gaat aanmaken, terwijl de patiënt die voor de transplantatie niet had. Franse onderzoekers vroegen zich af of het krijgen van een bloedtransfusie hier mogelijk een rol in speelt.

Om dit na te gaan hebben ze onderzoek gedaan onder 390 patiënten die een nier hadden ontvangen van een donor met dezelfde bloedgroep, en die ook geen antilichamen tegen vreemde weefselkenmerken in hun bloed hadden. Daarnaast mochten deze patiënten, om mee te kunnen doen aan het onderzoek, nooit een transplantatie met een ander orgaan hebben ondergaan.

In het eerste jaar na transplantatie blijken 64 van deze patiënten een bloedtransfusie te hebben ondergaan waarbij ze rode bloedcellen kregen - dus niet alleen plasma. De meeste patiënten kregen die transfusie in de eerste maand na de transplantatie. Na dat eerste jaar was het percentage getransplanteerden dat alsnog antilichamen tegen hun donor had gevormd tien keer zo hoog onder degenen die bloed hadden gekregen, als onder degenen die geen transfusie hadden ondergaan. In de laatste groep kwam dat bij maar een patiënt voor.

De onderzoekers hebben ook naar afstoting waarbij antilichamen betrokken zijn gekeken. Hierbij zijn de verschillen tussen wel of geen bloedtransfusie minder groot, waardoor ze niet significant zijn. De onderzoekers concluderen daarom dat een bloedtransfusie op vrij korte termijn na een niertransplantatie het immunologische risico, namelijk het vormen van antilichamen, kan verhogen. En dan waarschijnlijk vooral bij patiënten bij wie het immuunsysteem eigenlijk onvoldoende geremd wordt met medicatie.

sterren Gepubliceerd: dinsdag 05-04-2016
Bron: American Journal of Transplantation | Nog geen reacties




Amerikaanse onderzoekers leiden afweer ontvanger om de tuin

Ontvangers van donororganen moeten de rest van hun leven medicijnen slikken die hun immuunsysteem onderdrukken, omdat het lichaamsvreemde orgaan anders wordt afgestoten. Het langdurig onderdrukken van het immuunsysteem brengt echter wel een verhoogd risico op infecties en sommige vormen van kanker met zich mee, en daarnaast slaagt het immuunsysteem er na verloop van jaren vaak toch in om het donororgaan af te stoten. Een methode om het immuunsysteem het nieuwe orgaan te laten accepteren als lichaamseigen zou dus een ideale oplossing vormen. Amerikaanse onderzoekers zijn wellicht zo'n methode op het spoor.

Lees meer »

Leuvense test toont afstoting door antilichamen aan zonder biopt »

Onderzoekers uit Leuven en enkele andere Europese centra hebben een manier gevonden om afstoting van een getransplanteerde nier waarbij antistoffen een rol spelen, te herkennen zonder dat er een biopt genomen hoeft te worden. De methode is nog niet zo ver ontwikkeld dat die direct in de praktijk ingezet kan worden. Afstoting van een getransplanteerde nier kan op verschillende manieren plaatsvinden: langs een weg waarbij de T-cellen betrokken zijn (cellulaire afstoting), of door antilichamen.

Lees meer »

Botmetabolisme blijft ook na transplantatie vaak afwijkend »

Op het eerste gezicht zijn botten de meest stabiele onderdelen van je lichaam, maar zelfs botweefsel wordt eens in de zoveel tijd vervangen. Bij gezonde volwassenen wordt sponsachtig botweefsel eens per drie jaar vervangen, en compact bot eens per tien jaar. Bij patiënten met nierschade verloopt dit proces, 'botremodellering', slechter.

Lees meer »


Bloedtransfusie gelinkt aan afstoting transplantaat





NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
Ons Pricaystatement vindt u hier