Mail: redactie@niernieuws.nl | 030 - 288 9994 | NL16 TRIO 0197 707866



Reageer | Verstuur | Druk af   

Beeldvorming van nieren zonder jodium of gadolinium

Door Merel Dercksen 

NN Achtergrond

Beeldvormende technieken die gebruik maken van contrastmiddelen als jodium of gadolinium kunnen schadelijk zijn voor de nieren en zijn daarom niet erg geschikt voor mensen met een (chronische) nierfunctiestoornis. Toch kan het juist bij mensen met nierproblemen nodig zijn, zulk soort onderzoek aan de nieren te doen. Menno Pruijm beschreef samen met enkele andere Zwitserse nefrologen en een radioloog een aantal, grotendeels vrij nieuwe, methoden die een stuk minder belastend zijn in een artikel dat verscheen in de Revue Mťdicale Suisse.

Kleurendoppler echo

De gewone echografie is al lang bekend. Hiermee kan het formaat en de ligging van de nieren bepaald worden, maar het beeld is vrij grof. Gecombineerd met een kleurendoppler kan er een beeld op het scherm getoverd worden waarbij de bloedstroom in de verschillende grote vaten te zien is. Hierbij wordt gebruik gemaakt van ultrageluid dat weerkaatst wordt door de rode bloedcellen in het door de nieren stromende bloed. Hierbij kan in een moeite door de 'weerstandsindex' berekend worden, die gebaseerd is op het verschil en de verhouding tussen de stroomsnelheid van het bloed in de slagaders en in de aderen. Op deze manier is het mogelijk een vernauwing of andere obstructie in de niervaten op te sporen die de doorstroming van het bloed verhindert.

De doorbloeding van het nierweefsel, dus in kleinere vaten, kan in beeld gebracht worden door een contrastmiddel in te spuiten bij gebruik van een echo. Dat is dan alleen geen contrastmiddel zoals gebruikt bij een MRI of CT-scan. In dit geval bestaat het uit heel kleine bolletjes gas, die ingepakt zijn in albumine of vetten. Deze microdeeltjes hebben het formaat van rode bloedcellen. Ze kunnen niet door de halfdoorlaatbare wand van de bloedvaten heen, en blijven dus in het vaatstelsel. De stof verdeelt zich na inspuiting in een vat volgens een vast patroon door de nier en op die manier is dus goed te zien of alle delen van de nier goed doorbloed zijn. Is er een deel waar geen bloed doorheen stroomt, omdat er een afsluiting is, een deel is afgestorven of bijvoorbeeld omdat er een cyste gevormd is, dan is dat op deze manier in beeld te brengen.

MRI met 'micorbolletjes'

Zoals alle stoffen die ingebracht worden kunnen deze gasbolletjes ook bijwerkingen hebben, maar die zijn gering. De patiŽnt kan er hoofdpijn van krijgen, wat vervelend is, maar ze zijn in elk geval niet giftig voor de nieren. Ze reageren ook niet met andere stoffen in het lichaam en worden uiteindelijk via de longen uitgescheiden.

Ten slotte is het nog mogelijk om een laag zuurstofgehalte van het nierweefsel te meten. Traditionele methodes daarvoor worden merendeels niet bij mensen gebruikt, omdat ze invasief en te belastend zijn. Denk daarbij aan het inbrengen van micro-elektrodes om de zuurstofdruk te meten. Een nieuwe methode is gebruik te maken van een MRI maar met een heel ander soort contrastmiddel dan gebruikelijk. In plaats van een lichaamsvreemde stof in te spuiten, dient 'desoxyhemoglobine' als lichaamseigen contrastmiddel. Hemoglobine is in het bloed de stof waaraan zuurstof bindt zodat het getransporteerd ka worden.

Desoxyhemoglobine bevat een vrij ijzeratoom in het heemmolecuul. Hierdoor is de reactie in het bij een MRI aangebrachte magnetisch veld anders dan van met zuurstof verzadigd hemoglobine. De concentratie desoxyhemoglobine in de verschillende soorten nierweefsel is op deze manier te bepalen, waarna te zien is of deze afwijkend zijn van een normale verdeling.

BOLD MRI

Deze methode is zeer geschikt om door de tijd heen de invloed te bepalen van bijvoorbeeld medicatie op de zuurstofvoorziening in de nieren. Er is immers geen contrastmiddel nodig, en daarom kan een dergelijk onderzoek ook vaker uitgevoerd worden zonder het risico op stapeling van een schadelijke stof.

Wetenschappers van de Mayo Clinic hebben uitgebreid onderzoek gedaan naar deze techniek (BOLD-MRI, Blood oxygenation level-dependent MRI) en hebben bijvoorbeeld laten zien dat een nier met een stenose in de nierslagader een vermindering van het zuurstofgehalte vertoont dat zichtbaar wordt bij een BOLD-MRI.

Hoewel nog minder bekend, en vaak ook duurder of niet in alle ziekenhuizen uitvoerbaar, zijn er tegenwoordig interessante alternatieven voor nierpatiŽnten bij wie een beeld gevormd moet worden van de nieren, die minder schadelijk zijn dan de gebruikelijke technieken.

Vertaling en samenvatting: Merel Dercksen

sterren Gepubliceerd: dinsdag 14-06-2011
Bron: Revue Mťdicale Suisse | Nog geen reacties




De maatschappelijk werker is er voor iedereen

In de eerste gesprekken die medisch maatschappelijk werker Laura Haasdijk met patiŽnten voert vragen mensen zich af waarom ze naar de maatschappelijk werker moeten. Het voelt alsof er iets met ze aan de hand is. Terwijl het maatschappelijk werk tot het standaard aanbod hoort bij een nierziekte, net zoals de diŽtiste, verpleegkundige en de dokter. Onlangs hebben de maatschappelijk werkers die werkzaam zijn in de nefrologie hun visie op wat zij doen en hoe ze willen werken vastgelegd in de zogeheten kwaliteitsstandaarden. Deze zijn voor iedereen gratis te downloaden.

'Het kost altijd eventjes, misschien wel een paar gesprekjes, voordat mensen gaan ervaren wat maatschappelijk werk kan betekenen. Je hebt heel vaak een klein stukje weerstand te overwinnen,' vertelt Haasdijk. Zij werkt in het HagaZiekenhuis in Den Haag en is voorzitter van de Vereniging Maatschappelijk Werk Nefrologie. Haar werk is eigenlijk tweeledig, zo legt ze dat aan patiŽnten uit. Een nierziekte heeft heel veel invloed op je gewone leven. Een maatschappelijk werker kan je op weg helpen met praktische dingen, en ook psychosociale ondersteuning bieden.

Lees meer »

De regie over je leven krijgen kan je leren »

De regie over je leven met een chronische ziekte krijgen, dat kan je leren. Zelfmanagement is het toverwoord.

Lees meer »

Andreas Vesalius en zijn fascinatie voor de nier »

In de 16e eeuw was de medische wetenschap nog steeds gebaseerd op de wijsheid van de klassieke oudheid. Wetenschappers uit dit verre verleden bepaalden nog altijd hoe er over het menselijk lichaam werd gedacht. Ruim 2000 jaar lang waren de bevindingen van Aristoteles over de medische wetenschap onbetwist. Hoewel Aristoteles en later zijn volgeling Galenus (Grieks/Romeins arts 129-199 n.Chr.

Lees meer »







NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
Ons Pricaystatement vindt u hier