Mail: redactie@niernieuws.nl | 030 - 288 9994 | NL16 TRIO 0197 707866



Reageer | Verstuur | Druk af   

Adembenemend

Door Brenda de Coninck 

DEEL 14 - Als we ’s middags het ziekenhuis inlopen, zit haar man tegenover de ingang in het restaurant opgewekt naar ons te zwaaien. Zoon en kleinzoon zitten naast hem aan tafel. 'Ze komt zo naar beneden hoor,' roept hij lachend. 'Ze is vanmorgen ook al even naar buiten geweest.' Hè? Naar beneden? Naar buiten geweest??!

Ik kijk mijn man aan, die na mij binnenkomt. De uitdrukking op zijn gezicht spreekt boekdelen. Jolanda heeft vijf dagen geleden na een traject van vier chemokuren, een ingrijpende operatie ondergaan, waarbij haar blaas, baarmoeder en plasbuis zijn verwijderd. Van haar dunne darm is 30 centimeter weggehaald. Haar urineleiders zijn vervolgens op haar verwijderde darm aangesloten, die als een vervangende blaas dienst doet en buiten haar buik hangt. Een operatie van zes uur. En nu komt ze 'gewoon' naar beneden.

Omdat het 'te lang' duurt voordat ze arriveert, gaan we toch maar even naar boven. Als we op de eerste verdieping de gang in lopen die naar haar kamer leidt, komt ze er al aan. In de verte zie ik een beeld dat mijn hersenen niet kunnen bevatten: met een infuusstandaard aan haar linkerhand, loopt ze kwiek onze kant op. ‘Hee, hallo!’ zwaait ze levenslustig. We lopen stomverbaasd haar kant op.

Vijf dagen eerder wordt haar dochter, vierenhalf uur nadat de operatie is begonnen, gebeld door de chirurg. Met zweethanden neemt ze op, bang dat er iets mis is gegaan. Als ze de hoorn aan haar oor heeft, hoort ze op de achtergrond de piepjes van de operatiekamer. ‘Niet schrikken hoor,’ zegt de chirurg vriendelijk. ‘Ze zijn haar nu aan het sluiten en ik dacht, dan bel ik u even om te vertellen dat de operatie goed is verlopen. ’Kijk, zo kan het ook’, zegt ze veelbetekenend, refererend aan de huisarts die het afgelopen jaar zo weinig aandacht aan haar heeft besteed.

Als Jolanda op de uitslaapkamer wakker wordt, is ze zó blij dat ze weer bij kennis is, dat ze honderduit praat tegen de verpleegkundigen. Terwijl iedereen verwachtte dat ze naar de intensive careafdeling zou moeten na de OK, mag ze meteen naar haar kamer op de normale afdeling. Daar verbijstert ze iedereen. De tweede dag na haar operatie roept ze al dat ze er naar uitziet om weer te gaan werken. De schoonmaakster die haar kamer poetst, adviseert haar lachend daar nog maar even mee te wachten. De ‘vervelende slangen’ die uit haar lichaam komen, verdwijnen als sneeuw voor de zon. Na vier dagen houdt ze alleen nog maar een infuusstandaard over en zit ze al beneden in het restaurant een bakje koffie te drinken met haar bezoek.

Ook nu kletst ze weer honderduit als ze naast mij zit. En ze schaamt zich helemaal niet voor haar veranderde lichaam. ‘Wil je het zien?’ Als ik knik, schuift ze haar truitje omhoog. De stoma ziet er keurig uit. Er hangt een zakje aan haar buik dat voor een deel gevuld is met urine. Ik zie een litteken dat van boven haar navel tot ver uit mijn gezichtsveld loopt, netjes onderhuids gedicht. Haar dochter heeft een broek gekocht met zacht elastiek in de band, waardoor ze geen last heeft van knellende stof. ‘Mooie broek toch? Je ziet er niets van’ zegt ze vrolijk. ‘Ik ben blij dat ik een stoma heb voor urine. Darmstoma’s kunnen zo ruiken en bol worden van darmgassen. Nee: hier kan ik nog wel twintig jaar mee door hoor.’

‘Wat is het toch een wonder’, zeg ik tegen mijn man als we naar huis rijden, ‘hoe deze vrouw zich hier doorheen heeft heengeslagen. Met zoveel kracht, optimisme en vertrouwen: ik kan nog heel veel van haar leren.’ Hij knikt. ‘Ja, heel bijzonder. Wat kunnen mensen toch sterk zijn.’

Een paar dagen later belt haar man. ‘Ik heb goed nieuws’ zegt hij. ‘Vanmorgen kwam een aantal artsen met taart aanlopen. Achter hen liepen de verpleegkundigen: het leek wel een optocht. Ze kwamen haar vertellen dat alle snijvlakken schoon zijn. We zijn zo blij! Maar ze heeft wel een terugklap gehad hoor. ’s Middags stond ze op de gang te hyperventileren. Het werd haar even teveel.’

Lieve Jolanda. In gedachten zie ik haar tegen de muur geleund, happend naar adem, als iedereen weg is. Ze heeft zóveel moeten doorstaan, om eindelijk, na maanden van onzekerheid en vechten, te horen dat er nog een leven vóór haar ligt. Dat zou iedereen de adem benemen. 

sterren Gepubliceerd: woensdag 19-06-2013 | Reacties (4)

Reacties

Reageer op dit artikel

  • Mieke, Lelystad
    21-06-2013 21:00

    Wat heerlijk, zo'n positief verhaal!

  • Marjolein Bos, Amstelveen
    20-06-2013 18:44

    In 1 woord: aangrijpend!

  • Robin, Lelystad
    20-06-2013 12:21

    Mooi geschreven mam!

  • Margot
    19-06-2013 10:24

    Wát een powergirl! Topvrouw!




Het lot is je niet altijd goed gezind

“Geachte mevrouw De Coninck,

Zojuist hebben we gerandomiseerd, en heeft de computer u helaas - waar u en wij al bang voor was/waren - in de TACrolimus-arm geloot. Daarom hoeft u morgen alleen te prikken, de bloeddruk, pols, gewicht, lengte en temperatuur worden gemeten en genoteerd, er wordt een volledig lichamelijk onderzoek gedaan, en daarna moet er nog een ECG gemaakt.”

‘Zie je wel. Ik zei het je toch?!’ ‘Wat is er?’ Mijn man kijkt vanaf zijn bureau naar die van mij en naar het scherm van mijn computer, waarop een bericht is binnengekomen vanuit het UMCG. ‘Ik ben in de tac-arm geloot. Ik wist het gewoon, het voelde al meteen niet goed.’ ’Aaaah, dat méén je niet!’ Ik kijk hem aan en ik ben heel…..tja, wat ben ik eigenlijk? Teleurgesteld? Uiteraard. Maar er is nog iets. Ik kijk hem aan en voel het: ik ben boos!

Lees meer »

Een onbestemd gevoel »

‘Je moet er niet door achteruitgaan hoor’ zegt mijn man. ‘Je bent destijds niet voor niets van de Prograft afgegaan en dan zou je dat nu weer moeten slikken? Je ben net lekker ingesteld.’ Ik zucht. We zitten in de huiskamer te relaxen en ik heb mij net hardop afgevraagd wat ik moet doen: wel of niet aan het onderzoek meedoen? Hij heeft gelijk: ik wil er niet onder hoeven ‘lijden’.

Lees meer »

De Tac-arm... »

‘Zullen we over drie maanden afspreken?’ vraag ik. Ik heb het gevoel dat het nu wel kan. Na twee jaar van zoeken, aanpassen, controleren en verfijnen, ben ik perfect ingesteld. Marnix kijkt mij in de spreekkamer aan. Hij zit aan de andere kant van de tafel en schuift even met zijn muis over zijn bureau, terwijl hij de uitslagen op het scherm controleert. ‘Dat wilde ik ook al voorstellen’ glimlacht hij. Mooi, denk ik.

Lees meer »


Adembenemend





NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
Ons Pricaystatement vindt u hier