Mail: redactie@niernieuws.nl | 030 - 288 9994 | NL16 TRIO 0197 707866



Reageer | Verstuur | Druk af   

Aanbevelingen bij lithiumgebruik opgesteld

Door Redactie NierNieuws 

Patiënten die chronisch lithium gebruiken lopen risico op nierschade. Wat doe je als dat gebeurt? Een groep Nederlandse nefrologen en psychiaters heeft literatuuronderzoek gedaan en op basis daarvan aanbevelingen voor de behandelpraktijk opgesteld. Een eenduidig advies dat voor elke patiënt geldt is niet te geven, behalve dan, dat iedere afweging individueel gemaakt moet worden.

Lithium is het meest effectieve medicijn voor mensen met een bipolaire stoornis. Maar zoals bij elk medicijn kunnen gebruikers last krijgen van bijwerkingen. Bij een te hoge spiegel kan het giftig zijn. Maar ook bij normaal werkzame doseringen kan op termijn schade ontstaan aan schildklier, bijschildklieren of nieren. Vooral dat laatste kan een reden zijn om terughoudend voor te schrijven. En wat doe je, als een patiënt nierschade heeft opgelopen?

Een groep nefrologen en psychiaters die zich het consortium nefropsychiatrie noemen, heeft honderden artikelen nageplozen die sinds 2010 gepubliceerd zijn en de woorden kidney en lithium bevatten. Daarvan bleken er 79 relevant voor de vraag 'wat te doen met lithium in relatie tot mogelijke nierschade?'.

Op basis van dit literatuuronderzoek komt het consortium tot de conclusie dat enige vorm van nierschade redelijk vaak voorkomt bij gebruikers van lithium. Vaak gaat het daarbij om nefrogene diabetes insipidus. Hierbij zijn de nieren niet meer in staat voldoende vocht terug te resorberen uit de voorurine. Dit komt door de manier waarop lithium in bepaalde niercellen wordt opgenomen, maar niet meer naar buiten gewerkt kan worden. De stapeling van lithium in deze cellen zorgt ervoor dat ze ongevoeliger worden voor het antidiuretisch hormoon, een stof die een belangrijke rol speelt in de instandhouding van een juiste vochtbalans in het lichaam.

Een van de aanbevelingen die het consortium doet is dat bij patiënten die dorst hebben en erg veel plassen wordt uitgesloten dat daar geen andere oorzaak voor is, zoals bijvoorbeeld de 'gewone' diabetes mellitus. En ze waarschuwen dat een dorstproef, een manier om diabetes insipidus vast te stellen, niet zonder risico's is als die wordt uitgevoerd door iemand die er geen ervaring mee heeft. Diabetes insipidus door lithium blijkt overigens omkeerbaar als het medicijn gestopt wordt, al hangt het van meerdere omstandigheden af of dit helemaal herstelt. En het blijkt niet zo gevaarlijk te zijn, zolang de patiënt maar genoeg drinkt. In tegenstelling tot wat eerder gedacht werd, is dit geen sterke voorbode van een verminderde nierfunctie.

Een verminderde nierfunctie als bijwerking komt wel voor bij chronisch lithiumgebruik. Minder vaak dan diabetes insipidus als bijwerking, maar nog altijd bij 10 tot 20% van de patiënten die het tussen de 5 en 10 jaar gebruiken. Uit de literatuur blijkt echter ook, dat terminaal nierfalen, dus waar nierfunctievervangende behandeling voor nodig is, nauwelijks optreedt als bijwerking van lithium.

De vraag is dan ook: wat te doen als de nierfunctie van een patiënt die lithium gebruikt, achteruit begint te gaan? De eerste aanbevelingen die het consortium doet gaan over preventie: zorg dat de bloedspiegel van lithium zo laag mogelijk is, binnen de werkzame bandbreedte. Daarvoor zou de behandelaar zowel de lithiumspiegel als de nierfunctie elke drie tot zes maanden moeten controleren. 

De huidige richtlijn bipolaire stoornissen doet de aanbeveling te stoppen met lithium bij patiënten van wie de nierfunctie snel daalt of als de filtratiesnelheid in de buurt komt van 40 ml/min. Maar de onderzoekers concluderen op basis van de beschikbare literatuur dat het helemaal niet zeker is dat daarmee de achteruitgang van de nierfunctie geremd wordt. Het risico op terminaal nierfalen lijkt in elk geval niet te veranderen. Wat wel wijzigt bij het stoppen van lithium is dat er weer stemmingswisselingen optreden en dat het risico dat de patiënt zelfmoord pleegt, toeneemt. Lithium wordt tenslotte niet voor niets voorgeschreven.

De finale aanbeveling luidt dan ook: bepaal samen, per individu of het beter is om te stoppen of om door te gaan. De nefroloog kan nagaan of de nierfunctiestoornis het gevolg is van lithiumgebruik of eigenlijk van iets anders, een verwachting van de ontwikkeling van de nierfunctie geven en de bijbehorende scenario's en complicaties schetsen. De psychiater heeft zicht op de psychische risico's die samenhangen met het stoppen van lithium en weet wat mogelijke alternatieven zijn. En de patiënt tot slot is degene die kan beslissen welke risico's hij wel of niet wil nemen en welk aspect van de nefropsychiatrie hij het belangrijkst vindt.

sterren Gepubliceerd: woensdag 04-07-2018
Bron: Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde | Nog geen reacties




Verfijndere behandeling ANCA-vasculitis stap dichterbij

Van de Late Breaking Clinical Trials die tijdens het ERA-EDTA congres gepresenteerd zijn, hebben er twee betrekking op ANCA-vasculitis. Zowel met betrekking tot het terugdringen van een actieve aanval, als het voorkomen van een terugval is in Cambridge medicijnonderzoek gedaan dat een stap in de richting zet van meer op de patiënt afgestemde behandeling.

Late Breaking Clinical Trials (LBCTs) zijn, zoals de naam al zegt, klinische studies, dus uitgevoerd onder patiënten. Om het tot LBCT te schoppen moet een studie daarnaast ook tot resultaten geleid hebben die volgens de beoordelende wetenschappelijke commissie bijzonder genoeg zijn om uitgelicht te worden. Vanuit Cambridge zijn twee studies naar ANCA-vasculitis ingestuurd die hiervoor zijn geselecteerd. ANCA-vasculitis is een auto-immuun ontstekingsziekte van de kleine bloedvaten, waarbij het lichaam specifieke antistoffen vormt. Omdat kleine bloedvaten overal in het lichaam voorkomen, kan de ziekte zich op verschillende plekken manifesteren, maar de nieren zijn relatief vaak aangedaan.

Lees meer »

Kunnen ouderen met minder medicatie toe?  »

Ouderen die een nieuwe nier krijgen hebben veel minder vaak een afstoting dan jonge mensen. Als ze de eerste drie maanden na de transplantatie geen afstoting hebben gehad, dan is de kans ook klein dat dat nog gaat gebeuren. Dat ouderen minder vaak een afstoting hebben komt waarschijnlijk vooral doordat hun immuunsysteem minder goed werkt. Ouderen krijgen echter doorgaans wel dezelfde hoeveelheid medicatie als jongere mensen.

Lees meer »

Advies voor afweeronderdrukkers tijdens corona »

De richtlijncommissie van de Nederlandse Federatie voor Nefrologie (NFN) heeft een advies opgesteld voor de behandeilng met medicijnen van nier(transplantatie)patiënten tijdens de coronacrisis. De titel van het advies is 'Starten en aanpassen van immuunsuppressie voor nefrologische aandoeningen tijdens SARS-CoV2-epidemie'.

Lees meer »







NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
Ons Pricaystatement vindt u hier