Mail: redactie@niernieuws.nl | 030 - 288 9994 | NL16 TRIO 0197 707866



Reageer | Verstuur | Druk af   

Depressieve symptomen verdwijnen niet door niertransplantatie

Door Godelieve Gros 

Nierpatiënten zijn na het krijgen van een nier van een overleden donor niet minder angstig of somber dan patiënten die dialyse ondergaan. Ook het omgaan met en het accepteren van de ziekte gaan na de transplantatie niet gemakkelijker. Psychologische begeleiding blijft derhalve ook na een niertransplantatie van groot belang.

Voor patiënten met een chronische nieraandoening is een niertransplantatie de beste behandeling. Een donornier levert namelijk belangrijke fysieke verbeteringen op zoals een kleiner risico op hart- en vaatziekten en een kleinere kans op overlijden. Deze fysieke voordelen blijken echter niet te leiden tot minder angstgevoelens of depressiviteit.

Angst en depressie ook na een transplantatie
Liefst 25% van de dialysepatiënten lijdt aan aandoeningen in het depressieve spectrum, een percentage dat zelfs hoger is dan bij kankerpatiënten (17%). Er is weinig bekend over het verschil in kwaliteit van leven bij patiënten met dialyse en patiënten met een donornier. Duitse onderzoekers hebben nu het psychologisch welbevinden van deze twee groepen patiënten met elkaar vergeleken in de zogenaamde Psychiatric Impairments in Kidney Transplantation (PI-KT) study. In het onderzoek is gekeken naar het vóórkomen van angstgevoelens en depressies en het verschil in het aanpassings- en acceptatievermogen met betrekking tot de ziekte tussen beide groepen patiënten.

Bovendien is gekeken naar een mogelijke relatie tussen psychologische factoren enerzijds (stemming, om kunnen gaan met de ziekte etc.) en de fysieke toestand (zoals type en duur van de dialysebehandeling, creatininegehalte, filtratiesnelheid etc.) en sociaal-demografische kenmerken anderzijds (zoals leeftijd, geslacht, wel of geen partner, opleidingsniveau).

Onderzoeksgroep en uitkomsten
Het onderzoek is uitgevoerd met twee groepen patiënten. De eerste groep bestond uit 68 patiënten met een hemodialysebehandeling, 11 patiënten met een peritoneale dialysebehandeling en 21 patiënten die nog geen nierfunctievervangende behandeling ondergingen. De tweede groep bestond uit 151 patiënten die een nier hadden ontvangen van een overleden orgaandonor.

De enige sociaal-demografische factor die van invloed bleek op angst en depressie, is het al dan niet hebben van een partner: mensen met partner waren minder vaak somber en angstig. Wat betreft het omgaan met en de acceptatie van de ziekte, bleek alleen een hogere leeftijd een positieve invloed te hebben: oudere patiënten hadden een actievere en meer oplossingsgerichte houding.

Psychologische begeleiding ook na transplantatie
Een opmerkelijke uitkomst van het onderzoek is dat er geen enkel verschil blijkt te bestaan tussen het aantal patiënten met angstgevoelens en depressies in de onderzoeksgroep met dialyse, en de onderzoeksgroep met patiënten die een transplantatie had ondergaan. Ook drie maanden na de transplantatie veranderde angst, depressie, omgaan met en accepteren van de ziekte niet in positieve zin. Dat betekent dat nierpatiënten na het ondergaan van een niertransplantatie een risicogroep blijven voor het ontstaan van psychologische problemen. Psychologische ondersteuning blijft dus ook bij deze groep patiënten van groot belang.

sterren Gepubliceerd: maandag 07-12-2015
Bron: PLOS ONE | Reacties (1)

Reacties

Reageer op dit artikel

  • Brenda de Coninck, Lelystad
    07-12-2015 13:32

    Van mensen die een traumatische ervaring achter de rug hebben is bekend dat 80% van hen de draad weer kunnen oppakken, zonder restverschijnselen: daarvoor zorgt het adaptief verwerkingssysteem in de hersenen. De overige 20% zat bij voorbaat al niet zo 'lekker in hun vel' en was de gebeurtenis de druppel die de emmer deed overlopen. Daarom vraag ik mij af - holistisch gezien - of deze factor (hoe stond iemand vóór de transplantatie in het leven) is meegewogen?




Wensen Amerikaanse nierpatiënten worden meegenomen in ontwikkelingen

De Amerikaanse Food and Drug Administration heeft een contract gegund aan het Kidney Health Initiative om te onderzoeken welke innovatieve niervervangende therapieën de voorkeur hebben van nierpatiënten. De uitkomsten van dit onderzoek kunnen helpen de ontwikkeling van nieuwe niervervangende behandelingen te sturen in een richting waarbij de aandacht ook uitgaat naar de wensen van nierpatiënten die deze behandelingen moeten ondergaan. Dit blijkt uit een persbericht dat de ASN (American Society of Nephrology) uitgaf.

Het Kidney Health Initiative (KHI) is een Amerikaans onderzoeksinstituut dat in 2012 werd opgericht met als doel de ontwikkeling van nieuwe niervervangende behandeling te versnellen en verbeteren, omdat men inzag dat de bestaande behandelingen op den duur niet zouden voldoen om het groeiende aantal nierpatiënten effectief te behandelen. Het KHI vindt bijvoorbeeld dat er te weinig nieuwe medicijnen ter behandeling van nierziekten op de markt komen, en probeert derhalve de ontwikkeling daarvan te stimuleren.

Lees meer »

NN TV: De calciumpoortwachter TRPV5 in beeld »

Onderzoekers van de Radboud Universiteit Nijmegen zijn erin geslaagd de structuur van het ionkanaal TRPV5 in beeld te brengen. Dit eiwit bevindt zich in niercellen en regelt hoeveel calcium de cellen in en uit gaat. Dr. Jenny van der Wijst en Mark van Goor MSc vertellen hoe ze tot deze doorbraak zijn gekomen.

Vrouwen- en mannennieren verschillen genetisch »

Amerikaanse onderzoekers hebben de nieren van muizen ontleed tot op cel-niveau, en de daaruit verkregen gegevens opgeslagen in een database, die online doorzoekbaar is. Deze database is een eerste stap op weg naar stamceltherapie om nierweefsel te genereren voor patiënten die dat weefsel als gevolg van een nierziekte zijn verloren.

Lees meer »







NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
Ons Pricaystatement vindt u hier