Mail: redactie@niernieuws.nl | 030 - 288 9994 | NL16 TRIO 0197 707866



Reageer | Verstuur | Druk af   

Schommeling medicijnspiegel beÔnvloedt afweercellen na transplantatie

Door Shanty Sterke 

Patiënten hebben zelf aardig wat invloed op een goede afloop na een niertransplantatie door hun medicijnen elke dag trouw in de dezelfde dosis en op hetzelfde tijdstip in te nemen. Als ze dat niet doen, dan kunnen schommelingen in de bloedwaardes van de afweeronderdrukkende medicijnen ertoe leiden dat de nieuwe nier minder goed werkt en in het ergste geval wordt afgestoten. Maar ook patiënten die hun medicijnen wel altijd netjes op tijd innemen kunnen schommelende bloedwaardes hebben. Aleixandra Mendoza Rojas, biomoleculair onderzoeker en promovendus aan het Erasmus MC, wil in haar promotieonderzoek ontrafelen hoe medicatieschommelingen effect hebben op het afweersysteem. Onlangs publiceerde zij met medeonderzoekers een artikel hierover in het wetenschappelijke tijdschrift Expert Review of Clinical Immunology.

Het medicijn tacrolimus is een afweeronderdrukker die patiënten krijgen om afstoting na een transplantatie te voorkomen. De afgelopen jaren hebben voorgangers van Mendoza Rojas al het één en ander gepubliceerd over schommelingen van tacrolimus. 'Patiënten met grote schommelingen in hun tacrolimusspiegels blijken meer donorspecifieke antistoffen te hebben tegen hun transplantaat. Dat kan op de lange termijn heel schadelijk zijn. Ongeveer de helft van de patiënten met antistoffen krijgt een afstoting en dat is heel moeilijk te behandelen. Dus het liefst wil je überhaupt voorkomen dat die antistoffen ontstaan'.

Waar komen schommelingen vandaan?
De vraag is, hoe komt het dat sommige patiënten grote schommelingen in hun tacrolimusspiegels hebben en anderen niet? 'Dat kan allerlei redenen hebben. Onder andere medicatie die niet elke dag op hetzelfde tijdstip wordt ingenomen. Patiënten hebben dus heel veel invloed op de uitkomst van de operatie. Daar zullen ze zich ook heel erg bewust van zijn'. Echter, sommige patiënten die hun medicijnen trouw elke dag op hetzelfde tijdstip innemen hebben desondanks toch schommelingen. 'Wij pleiten ervoor om die schommelingen bij te houden in de kliniek. En als dat standaard wordt bijgehouden, zou de arts kunnen besluiten om aanpassingen in de medicatie te doen, zoals de tacrolimusdosering verhogen, overgaan naar een innameschema van eenmaal per dag in plaats van twee keer, of andere medicijnen verhogen of erbij voorschrijven, zoals prednison. Echter, zulke aanpassingen zijn alleen nodig als een arts zelf inschat dat de patiënt een risico heeft op vorming van donorspecifieke antilichamen of op een afstotingsreactie'.

Minder afstoting versus meer bijwerkingen
Maar brengt een hogere dosis dan niet meer bijwerkingen met zich mee? 'Ja dat kan, het kan ook schadelijk zijn. Daarom kan niet zomaar iedereen een hogere dosis krijgen. Het moet echt per patiënt bekeken worden door de behandelend arts. Iemand die bijvoorbeeld in het verleden al een afstoting heeft gehad en ook heel erg schommelt, heeft een risico dat het nog een keer gebeurt. Die persoon heeft misschien veel baat bij een hogere dosis medicatie. Die moet dan ook goed in de gaten gehouden worden en extra gemonitord'.

Ook moet er dan goed gekeken worden naar de andere medicijnen die de patiënt slikt. Als iemand bijvoorbeeld medicijnen voor een andere ziekte heeft, dan kunnen de verschillende medicijnen elkaar beïnvloeden. 'Daar kijken naast de nefrologen ook de farmacologen naar. Veel van dat soort afwegingen worden altijd in teamverband gemaakt'.

Erfelijke verschillen
Erfelijke verschillen kunnen ook een rol spelen. Zo'n tien tot twintig procent van de mensen heeft een risico dat de lever hun medicijnen te snel of te langzaam afbreekt. De standaarddosis heeft dan onvoldoende effect of veel bijwerkingen. Zij hebben dan meer of juist minder van een medicijn nodig dan de gebruikelijke dosis. 'Er wordt nu aan gewerkt om beter in kaart te brengen wat het effect is van deze genetische variatie op de bloedspiegels van tacrolimus. Er zijn meerdere studies hiernaar, binnen en buiten het Erasmus MC, maar het is nog niet voldoende om op basis van de genetische testen de patiënt andere tacrolimusdoseringen voor te schrijven. De techniek is wel aanwezig in het Erasmus MC en er wordt nog aan gewerkt om deze techniek in de toekomst te kunnen implementeren in de kliniek'. Deze specifieke genetische testen worden tot nu toe alleen gebruikt voor onderzoek. 'Als een patiënt daarvoor in aanmerking komt, dan kan die door de nefroloog, voor de transplantatie of tijdens een van de polibezoeken, worden gevraagd om mee te doen'.

Mendoza Rojas kijkt zelf in haar onderzoek niet naar genetische verschillen. Zij focust zich voornamelijk op het effect van tacrolimusvariabiliteit en de andere medicijnen op de afweercellen. 'We zijn vooral geïnteresseerd in hoe de verschillende soorten afweercellen zich gedragen als er veel verschil is in de bloedwaarden van afweer onderdrukkende medicatie ofwel grote schommelingen hierin'.

De belangrijkste boodschap die zij de patiënt op dit moment kan meegeven is dat therapietrouw, dus de medicijnen op tijd innemen, heel belangrijk is. Ze benadrukt nogmaals dat therapieontrouw schommelingen in de bloedwaardes kan veroorzaken en dat kan heel gevaarlijk zijn.

Voor wie meer wil weten over het onderzoek dat Mendoza Rojas en haar collega's in het transplantatielaboratorium doen heeft het Erasmus MC een website.

sterren Gepubliceerd: donderdag 09-01-2020 | Nog geen reacties




Weer grote prijs voor Martin de Borst

De Groningse nefroloog Martin de Borst, ontving zaterdag 6 juni de Stanley Shaldon Award for Young Investigators van de ERA-EDTA, de European Renal Association-European Dialysis and Transplant Association. De prijs, die bestaat uit onder andere een bedrag van 10.000 euro, werd uitgereikt tijdens het jaarlijkse ERA-EDTA congres dat dit jaar, vanwege de corona-pandemie, online plaatsvond in plaats van in Milaan.

Het onderzoek van De Borst richt zich op het ontwikkelen van nieuwe behandelingen voor patiŽnten met chronische nierschade. In diverse nationale en internationale onderzoekssamenwerkingen onderzoekt hij hoe ontregelingen in bot- en mineraalhuishouding, onder andere door een tekort aan magnesium en een teveel aan fosfaat, bijdragen aan het ontstaan van hart- en vaatziekten bij nierpatienten. Ook is hij een van de leiders van een door de Nierstichting gefinancierd landelijk onderzoek naar het effect van kaliumsupplementen als mogelijke behandeling voor nierfunctie verlies.

Een belangrijk deel van het onderzoek voert De Borst uit binnen TransplantLines, een grootschalig biobank-onderzoek van het UMCG waarin veel gegevens worden verzameld van donoren en getransplanteerden. Deze informatie is van grote waarde om bijvoorbeeld beter te begrijpen hoe afstoting ontstaat Ė hierover publiceerde &

Lees meer »

Helft Nederlanders heeft keuze vastgelegd in donorregister »

Op 2 januari 2020 stond 49 procent van de Nederlandse bevolking van 18 jaar of ouder geregistreerd in het Donorregister. Dat zijn 6,9 miljoen mensen, 556 duizend meer dan op 2 januari 2019. De toename van het aantal toestemmingen met of zonder donatiebeperking is meer dan de jaren daarvoor. Het aantal mensen dat expliciet geen toestemming voor orgaandonatie geeft, nam ook meer toe dan de jaren daarvoor. Dat blijkt uit cijfers van het CBS en het Donorregister.

Lees meer »

Wisselwerking: Levende donatie na covid-19 »

'Kun je nog donor zijn als je corona hebt gehad?' Dat vroeg Carla zich in lichte paniek af. Zij werkt in de thuiszorg en liep als een van de eersten COVID-19 op tijdens de verzorging van een van haar cliënten. Een relatief milde variant, hoewel de koorts door haar lijf gierde. 'Gelukkig was er geen ziekenhuisopname nodig, zoals bij Boris Johnson', zegt ze nu.

Lees meer »


Schommeling medicijnspiegel beÔnvloedt afweercellen na transplantatie





NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
Ons Pricaystatement vindt u hier