Mail: redactie@niernieuws.nl | 030 - 288 9994 | NL16 TRIO 0197 707866



Reageer | Verstuur | Druk af   

'DNA-test maakt zorg voor nierpatiŽnten straks beter'

Door Shanty Sterke 

Bij een deel van de patiënten met een nierziekte is niet duidelijk waar de ziekte precies door komt. Daarom kunnen zij een nierbiopsie krijgen. Hierbij wordt met een lange naald een stukje nierweefsel onder lokale verdoving verwijderd om onder een microscoop te onderzoeken. Zo’n onderzoek kan best pijnlijk zijn wanneer de verdoving is uitgewerkt. Bovendien vertelt een nierbiopsie je niet altijd wat de onderliggende oorzaak van de nierziekte is, terwijl dat wel heel belangrijk is om te weten zodat de patiënt geen zinloze behandeling krijgt. Onlangs is hiernaar in het UMC Utrecht een studie gestart. Er wordt gekeken of er met DNA-onderzoek (erfelijk materiaal) eerder een goede diagnose kan worden gegeven. Arts-onderzoeker Rozemarijn Snoek legt uit waarom ze deze studie doen.

In het DNA wordt onderzocht of de patiënt een erfelijke nierziekte heeft. De patiënten die meedoen aan de studie kunnen ook te horen krijgen of hun nierziekte erfelijk is of niet. ‘Voor hen is dat heel belangrijk. Als de ziekte erfelijk is, dan hebben hun broers, zussen en kinderen allemaal kans op dezelfde ziekte. Moet je je voorstellen dat je op je veertigste een niertransplantatie hebt gehad. Als je kinderen hebt, dan zijn die nog relatief jong. Weet je dat de ziekte erfelijk is, dan kunnen je kinderen onder controle gaan bij een dokter misschien eerder behandeld worden als ze symptomen van een nierziekte krijgen. Als er sprake is van een erfelijke nierziekte, is de kans dat je kind, broer of zus dezelfde ziekte krijgt tussen de nul en 50 procent. Voor de bekende erfelijke nierziekte ADPKD geldt bijvoorbeeld dat als je vader of moeder die ziekte heeft, jij vijftig procent kans hebt om die ook te krijgen.’

De onderzoekers analyseren het DNA van patiënten die in het verleden een niertransplantatie hebben ondergaan in het UMC Utrecht. Bij hen is namelijk bloed geprikt om in het DNA te bekijken of er kans is op afstoting. ‘We zijn verplicht dat DNA te bewaren, en het is dus nog steeds beschikbaar. Dat kunnen wij nu gebruiken om te onderzoeken wat de oorzaak is van de nierziekte bij die patiënt’, legt Snoek uit. ‘De patiënt hoeft dus niet nog een keer te worden geprikt.’

Snoek hoopt de gegevens van ongeveer tweehonderd patiënten te kunnen analyseren. Zij benadert patiënten die jonger dan vijftig jaar waren toen ze in het UMC Utrecht een donornier kregen met de vraag of ze hun DNA mag gebruiken voor het onderzoek. ‘De reden dat we de grens van vijftig jaar hebben gesteld, is omdat we weten dat de meeste genetische nierziekten zich op relatief jonge leeftijd uiten. Bij oudere patiënten is er vaker een andere oorzaak, zoals een hoge bloeddruk. De kans dat we iets erfelijks vinden is dan kleiner.’

Als de onderzoekers iets vinden in het DNA van de patiënt, dan halen ze de patiëntgegevens erbij en kijken of een nierbiopsie voorkomen had kunnen worden als ze die informatie over de medische oorzaak eerder hadden gehad.

Het is belangrijke informatie voor onderzoekers, maar heeft deze patiënt iets aan deze kennis? ‘Ja’, benadrukt Snoek. ‘Als we iets vinden binnen de studie, dan verwijzen wij de patiënt naar een klinisch geneticus, een erfelijkheidsdokter. Die gaat dan met de patiënt in gesprek over wat in zijn of haar geval de mogelijkheden zijn, ook voor de familieleden. Dat is echt maatwerk en vereist goede begeleiding. Als je weet dat je deze ziekte ook kan doorgeven aan je kinderen, kunnen mensen dat betrekken bij een eventuele kinderwens. Ze komen dan bijvoorbeeld in aanmerking voor bepaalde technieken waardoor de kans dat het kind dezelfde erfelijke ziekte krijgt heel klein is. De relevantie voor de patiënt is dus heel groot.’

‘Als dokters en onderzoekers doen we dit zodat uiteindelijk de zorg verbetert voor alle nierpatiënten en hun familie. En het grappige is dat de patiënten die ik tot nu toe gesproken heb, allemaal precies hetzelfde zeggen. Die zijn heel solidair en zeggen: ik wil ook dat de zorg voor toekomstige nierpatiënten beter wordt. Dat vind ik heel bijzonder om terug te horen.’

sterren Gepubliceerd: dinsdag 23-10-2018 | Nog geen reacties




Syfilis komt vaker voor onder dialysepatiŽnten

Patiënten met nierfalen lopen een drie keer zo grote kans op syfilis als gezonde medemensen, althans in de Verenigde Staten. Het is belangrijk dat artsen hier alert op zijn, omdat syfilis in een vroeg stadium goed te behandelen is, maar onbehandeld ernstige gevolgen kan hebben.

Syfilis is een seksueel overdraagbare aandoening (soa), die veroorzaakt wordt door de bacterie Treponema pallidum. Een typisch verloop van de ziekte kent drie stadia: in het eerste stadium ontstaat een zweertje op de plek van de eerste besmetting (bijvoorbeeld de geslachtsdelen of de mond). Er is een tweede stadium waarbij huidafwijkingen ontstaan die echter niet jeuken, en een derde stadium waarbij het zenuwstelsel wordt aangetast, met vaak ernstige gevolgen voor de hersenen of het hart. Tussen het tweede en het derde stadium kunnen jaren verstrijken.

In de eerdere stadia is de ziekte goed te behandelen met antibiotica, en dus is het van belang er op tijd bij te zijn. Met het gebruik van antibiotica sinds de jaren 40, is het aantal gevallen van syfilis in de Westerse wereld drastisch gedaald. Sins de millenniumwisseling stijgt het aantal gevallen langzaam weer.

Lees meer »

Afweerweb uit witte bloedcel speelt belangrijke rol in auto-immuunziekten »

Door Rosa Wouda - Een interview met arts-onderzoeker Laura van Dam uit het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) over haar onderzoek naar de rol van NETs (neutrofiel extracellulaire traps) in de pathofysiologie van ANCA-geassocieerde vasculitis (AAV) en Systemische Lupus Erythematosus (SLE). Laura heeft biomedische wetenschappen gestudeerd aan de Universiteit van Amsterdam en heeft daarna via het SUMMA traject in Utrecht haar opleiding tot arts afgerond.

Lees meer »

Bioreactor als onderdeel van kunstnier bij varken ingebracht »

Amerikaanse onderzoekers zijn er in geslaagd een prototype van een 'bioreactor' die menselijke niercellen bevat, in varkens te implanteren. Deze bioreactor veroorzaakte geen afweerreactie, en ook werden er geen bloedpropjes gevormd. Dit is een belangrijke stap om zo'n bioreactor ook voor mensen geschikt te maken. Het tekort aan donornieren is een groot probleem; in de Verenigde Staten staan 100.000 nierpatiënten op de wachtlijst voor een nieuwe nier, terwijl er jaarlijks ongeveer 21.

Lees meer »


'DNA-test maakt zorg voor nierpatiŽnten straks beter'





NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
Ons Pricaystatement vindt u hier