Mail: redactie@niernieuws.nl | 030 - 288 9994 | NL16 TRIO 0197 707866



Reageer | Verstuur | Druk af   

Groningse transplantatiepatiŽnten bewegen meer

Door Shanty Sterke 

Rust roest en dat geldt ook voor patiënten die een transplantatie hebben ondergaan. Daarom heeft het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) een revalidatieprogramma ontwikkeld om mensen na zo’n operatie weer in beweging te krijgen. Want juist deze groep blijkt het vaak lastig te vinden om zich lichamelijk flink in te spannen of te sporten na een operatie.

Edwin van Adrichem is fysiotherapeut en bewegingswetenschapper en in maart dit jaar gepromoveerd op het onderwerp fysieke activiteit na orgaantransplantatie. Van Adrichem vertelt dat na een harttransplantatie in het UMCG al jaren een standaard nabehandeling volgt in het revalidatiecentrum Beatrixoord. Patiënten gaan vanuit het ziekenhuis direct door naar het revalidatiecentrum en blijven daar een periode eerst klinisch revalideren en daarna poliklinisch. Maar voor de andere groepen transplantatiepatiënten is dat niet zo geregeld. Dan wordt iemand na een transplantatie gewoon naar huis gestuurd en een fysiotherapeut in de buurt pakt het eerste deel van het herstel op. 'In sommige gevallen lukt dat uiteraard ook goed hoor', zegt Van Adrichem. 'Dus dat is niet per definitie slecht. Maar er is toch ook wel een heel groot deel van de groep die het op die manier gewoon niet, of onvoldoende, redt voor ons gevoel.'

Betere overleving
Volgens Van Adrichem is het scheef als je ziet hoeveel geld er gestoken wordt in de transplantatie zelf en in alle medicatie die gebruikt moet worden. 'Er wordt wel heel erg gekeken naar het technische aspect. Gaat die transplantatie goed? Kan het orgaan goed houden? Zo ja, dan is het klaar. Terwijl dat natuurlijk helemaal niet zo is. Aandacht voor een fysiek programma of voor voeding is of was er altijd veel minder. Terwijl dat ook heel belangrijk is. Bij niertransplantatiepatiënten zien we bijvoorbeeld dat de groep die het meest fysiek actief is ook het langst overleeft. En dat gaat om algehele overleving, maar ook hoe lang het transplantaat het redt.'

Grenzen zoeken
Het revalidatieprogramma in het Centrum voor Revalidatie, locatie Beatrixoord is samen met het Groningen Transplantatie Centrum van het UMCG op zo’n manier ontwikkeld dat binnen een week zo goed mogelijk in kaart wordt gebracht wat iemand lichamelijk aan kan, hoe de voedingstoestand is en het psychosociaal functioneren. 'In die week laten we de patiënten echt ervaren wat ze moeten voelen als ze aan krachttraining doen, en wat als ze aan duurtraining doen. En op basis daarvan finetunen we het programma nog een beetje en gaan mensen aan het eind van die week naar huis met een uitgebreid trainingsschema waarbij echt met de trainingsprincipes rekening wordt gehouden. Dat dragen we over naar de fysiotherapeut in de buurt. De patiënt heeft bij ons in het revalidatiecentrum zelf ervaren wat kan en mag en dat hij daar niet angstig voor hoeft te zijn. Veel patiënten zeggen: ik heb het gevoel dat ik nu af en toe mijn fysiotherapeut wat kan leren over wat wel kan en niet. Dat is mooi om te horen.'

Echt specifieke kennis heeft de fysiotherapeut niet nodig. 'Want na een transplantatie ben je net zo trainbaar als iemand anders. Dat wil zeggen dat patiënten echt moeten worden uitgedaagd. En dat zien we in veel fysiotherapiepraktijken niet gebeuren. Omdat ze toch terughoudend zijn. Dat is op zich natuurlijk niet gek, ze zien weinig transplantatiepatiënten. Maar als de patiënt angstig is om zich wat zwaarder in te gaan spannen en echt te trainen, en als er dan ook nog een fysiotherapeut staat die het eigenlijk ook niet helemaal weet, dan versterken die twee elkaar.'

(Te) snel tevreden
Dat je niet bang hoeft te zijn om je na een transplantatie in te spannen blijkt wel uit de proef waarin Van Adrichem met een groep patiënten in oktober 2014 de Kilimanjaro beklom. Dit waren weliswaar patiënten die al redelijk fit waren. Zij kregen een gericht trainingsprogramma in de aanloop naar de klim. 'Maar, ik vond het opvallend dat die mensen, die zich eigenlijk ook al wel fit voelden, merkten dat ze nog veel meer winst konden boeken dan dat ze zelf hadden gedacht. Ze gaven ook wel toe: je bent heel lang ziek geweest. Dus op het moment dat je getransplanteerd bent en je kunt weer wat dan ben je ook best wel weer snel tevreden. We hebben ze geleerd om niet te snel tevreden te zijn en dat er echt wel heel veel uit te halen is.'

Doelen stellen
Van Adrichem streeft er niet naar dat iedere transplantatiepatiënt de Kilimanjaro gaat beklimmen. Maar het is wel heel belangrijk om echt een doel te stellen. 'Dat merk ik ook bij mezelf. Als ik kijk naar mijn eigen beweeg- en sportgedrag. Wanneer ik weet dat ik een halve marathon voor de boeg heb dan stimuleert dat.'

Misschien is het voor mensen die voor de transplantatie altijd al aan sport deden makkelijker om lichamelijk wat meer van zichzelf te durven vergen. Maar Van Adrichem ziet ook patiënten die voor de transplantatie helemaal niet fysiek actief waren en na de transplantatie een soort verplichting naar de donor voelen, uit dankbaarheid. Die eigenlijk zelf niet echt gemotiveerd zijn om te bewegen, maar het feit dat ze een orgaan van iemand gekregen hebben maakt wel dat ze het toch doen.  

sterren Gepubliceerd: donderdag 14-12-2017 | Nog geen reacties




Wensen Amerikaanse nierpatiŽnten worden meegenomen in ontwikkelingen

De Amerikaanse Food and Drug Administration heeft een contract gegund aan het Kidney Health Initiative om te onderzoeken welke innovatieve niervervangende therapieën de voorkeur hebben van nierpatiënten. De uitkomsten van dit onderzoek kunnen helpen de ontwikkeling van nieuwe niervervangende behandelingen te sturen in een richting waarbij de aandacht ook uitgaat naar de wensen van nierpatiënten die deze behandelingen moeten ondergaan. Dit blijkt uit een persbericht dat de ASN (American Society of Nephrology) uitgaf.

Het Kidney Health Initiative (KHI) is een Amerikaans onderzoeksinstituut dat in 2012 werd opgericht met als doel de ontwikkeling van nieuwe niervervangende behandeling te versnellen en verbeteren, omdat men inzag dat de bestaande behandelingen op den duur niet zouden voldoen om het groeiende aantal nierpatiënten effectief te behandelen. Het KHI vindt bijvoorbeeld dat er te weinig nieuwe medicijnen ter behandeling van nierziekten op de markt komen, en probeert derhalve de ontwikkeling daarvan te stimuleren.

Lees meer »

NN TV: De calciumpoortwachter TRPV5 in beeld »

Onderzoekers van de Radboud Universiteit Nijmegen zijn erin geslaagd de structuur van het ionkanaal TRPV5 in beeld te brengen. Dit eiwit bevindt zich in niercellen en regelt hoeveel calcium de cellen in en uit gaat. Dr. Jenny van der Wijst en Mark van Goor MSc vertellen hoe ze tot deze doorbraak zijn gekomen.

Vrouwen- en mannennieren verschillen genetisch »

Amerikaanse onderzoekers hebben de nieren van muizen ontleed tot op cel-niveau, en de daaruit verkregen gegevens opgeslagen in een database, die online doorzoekbaar is. Deze database is een eerste stap op weg naar stamceltherapie om nierweefsel te genereren voor patiënten die dat weefsel als gevolg van een nierziekte zijn verloren.

Lees meer »


Groningse transplantatiepatiŽnten bewegen meer





NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
Ons Pricaystatement vindt u hier