Mail: redactie@niernieuws.nl | 030 - 288 9994 | NL16 TRIO 0197 707866



Reageer | Verstuur | Druk af   

De dood geneest alle ziekten

Door Yvette van der Schaaf 

Met dit citaat begint Yorick de Groot zijn dissertatie ‘Herkenning van orgaandonoren, praktische en ethische overwegingen’. Orgaandonatie heeft zich in de loop der jaren ontwikkeld tot een economisch verantwoorde levensreddende therapie. Die echter wel is ingehaald door zijn eigen succes. Inmiddels zien we een groeiend tekort aan beschikbare organen.

In dat licht doorloopt de auteur de gehele orgaandonatieketen. Op zoek naar mogelijke verbeterpunten. Die zoektocht mondt uit in een aantal aanbevelingen.

Groeiend tekort aan postmortale organen oplosbaar?
Het aantal donaties na hersendood nam de afgelopen 15 jaar met 30% af. Een sociaal gewenste ontwikkeling die zich naar verwachting zal voortzetten. De belangrijkste oorzaak is preventie (bevordering verkeersveiligheid,
rookverbod) gepaard aan betere behandelmethoden.

Om te beginnen vermeldt de auteur mogelijke alternatieven voor donatie na hersendood, zoals levende donatie (overwegend nieren) en donatie na hartdood (geen harten). De bijdragen van die beide vormen van orgaandonatie zijn de afgelopen jaren sterk gegroeid. En dan is er natuurlijk sprake van stamcelonderzoek gericht op het laten groeien van organen en ook van voortgaande technische ontwikkelingen (harten).

Een mogelijkheid is ook orgaandonatie na staking van levensverlengende therapie bij wakkere patiënten. Tegenwoordig komt in zo’n geval het onderwerp orgaandonatie niet aan de orde. De auteur vraagt zich af
waarom. Idealiter stemt immers juist de patiënt zelf (vooraf) in met orgaandonatie. En in grofweg vergelijkbare gevallen waar de patiënt niet aanspreekbaar is wordt de donatievraag wel aan de familie voorgelegd.

Vanzelfsprekend blijft het zaak om ook het slinkend potentieel aan hersendode donoren optimaal te benutten.

Optimale herkenning potentiële donoren
Effectieve en tijdige identificatie van alle patiënten die in beginsel in aanmerking komen als orgaandonor is essentieel. Daarom bestaat behoefte aan een uniform gedefinieerde klinische indicatie van een potentiële
orgaandonor. Die ook kan dienen om vergelijking van uitkomsten te vergemakkelijken, zowel internationaal als tussen regio’s en ziekenhuizen onderling.

Mogelijke criteria voor dreigende hersendood
Hiertoe zijn in twee onderzoeken verschillende mogelijke criteria met elkaar vergeleken. Let wel, het gaat hier om criteria voor zogeheten ‘dreigende hersendood’. Dit betreft patiënten waarvoor een flinke kans bestaat dat hersendood zal intreden. Dat hoeft echter niet het geval te zijn. Onderzocht zijn de uitkomsten van de thans gebruikte criteria in de Verenigde Staten (dreigend neurologische dood) en in Nederland (ernstig hersenletsel) en twee nieuwe criteria. Deze laatsten gaan uit van het begrip dreigende hersendood.

De ene is gebaseerd op de Glasgow Coma Scale en op zijn minst drie (van de zes) afwezige hersenstamreflexen. De andere is de zogeheten FOUR score (Full Outline of UnResponsiveness). Deze FOUR score omvat de belangrijkste elementen uit de Glasgow Coma Scale gecombineerd met afwezigheid van spontane ademhaling en bepaalde hersenstamreflexen. Per saldo is dit een strengere definitie.

Criteria voor potentiële hartdood
Patiënten die voldoen aan criteria voor dreigende hersendood zullen veelal binnen een uur na het stopzetten van de levensreddende therapie overlijden. Bij langer dan een uur is sprake van een snelle verslechtering van hun organen. Daarom zijn de hiervoor geschetste criteria ook van belang bij identificatie van mogelijke hartdode donoren. Voor dit doel bestaat reeds een werkbaar model. Wat idealiter nog wel nader moet worden gefinetuned.

Aanbeveling auteur: bestaande criteria vervangen
De auteur concludeert dat toepassing van de FOUR score de meest efficiënte werkwijze is voor het herkennen van potentiële hersendoden. Dat geldt echter niet in gelijke mate voor potentiële hartdode donoren. Een gerichte benadering, gebaseerd op uniform gedefinieerde criteria kan in de praktijk leiden tot een effectievere aanwending van middelen (zoals IC-capaciteit). En tevens resulteren in (inter)nationaal beter vergelijkbare uitkomsten. Maar bovenal in het tijdig herkennen van een optimaal aantal potentiële donoren. De auteur pleit ervoor om de bestaande definitie van ernstig hersenletsel te vervangen door (een combinatie van) de hiervoor geschetste nieuwe criteria.

Conversie van potentiële in feitelijke donoren
De volgende stap is die van potentiële donor naar gerealiseerde donor. Eventuele medische aandoeningen en leeftijd kunnen een verhindering vormen. Daaraan valt weinig te veranderen. Familie weigering en patiëntweigering zijn echter de belangrijkste redenen voor het verlies aan effectieve donoren. En op dat gebied bestaat wel degelijk ruimte voor significante verbetering.

Verzoek aan familie
Het contact met de familie is een complex en moeilijk grijpbaar proces. Dat zich afspeelt op een emotioneel moment. Daar zijn inmiddels vele studies aan gewijd. Essentiele elementen betreffen:

  • Ervaringen op het punt van de kwaliteit van de patiëntenzorg voor de potentiële donor
  • De timing van het verzoek
  • De bekendheid met het begrip hersendood
  • Locatie en sfeer tijdens het verzoek
  • Ervaring en expertise van de vraagsteller
  • Hoeveelheid en kwaliteit van de verschafte informatie

De auteur heeft gekozen voor twee invalshoeken: de timing van de donatievraag en de mogelijke aanwezigheid van familieleden gedurende de hersendooddiagnostiek.

Timing donatievraag
Bij timing van het verzoek is van belang om twee zaken gescheiden te houden. Enerzijds de mededeling aan de familie dat hun dierbare hersendood is. De familie moet dit rustig kunnen bevatten en aanvaarden. Anderzijds de vraag naar de bereidheid om de organen van de overledene te doneren. Komen beide aspecten in één en hetzelfde gesprek aan de orde, dan neemt de bereidheid tot donatie beduidend af.

In de huidige Nederlandse praktijk krijgt de familie van een potentiële hersendode (in afwijking van de geldende regels) doorgaans in een vroegtijdig stadium de donatievraag voorgelegd. Dat gebeurt niet zelden in hetzelfde gesprek waarin ook de slechte prognose voor de patiënt aan de orde komt. In zo’n gesprek ontbreekt vaak nadere uitleg over het verschijnsel hersendood. Vaststelling van de hersendood vindt veelal pas plaats nadat de familie met orgaandonatie heeft ingestemd.

Aanbevelingen auteur: donatievraag later stellen
De auteur pleit ervoor om de donatievraag daarentegen juist na de diagnose van hersendood, in een afzonderlijk gesprek aan de orde te stellen. Hij meent ook dat het gehele bestaande proces rond vaststelling van de hersendood nog eens grondig door deskundigen onder de loep moet worden gehouden. Onder meer teneinde het vertrouwen van nabestaanden van patiënten in dit systeem te vergroten. En daarmee hun bereidheid om in te stemmen met orgaandonatie.

Aanwezigheid familie bij hersendood diagnostiek
Hersendood is geen algemeen gangbaar begrip. En op basis van visuele waarneming ook moeilijk te bevatten. De patiënt oogt niet dood. Het kan dus helpen om de familie getuige te laten zijn van het vaststellen van de
hersendood. Dat bevordert waarschijnlijk acceptatie. En illustreert zorgvuldigheid en aandacht voor de patiënt (kwaliteit van patiëntenzorg). Een recent onderzoek naar de effectiviteit van een dergelijk benadering bleek onvoldoende representatief.

Aanbeveling auteur: laat familie zelf de keus
Toch beveelt de auteur aan om families in ieder geval de gelegenheid te bieden desgewenst de hersendooddiagnostiek bij te wonen. Daarbij trekt hij een parallel met de bestaande praktijk in geval van reanimatie. Na afronding van de diagnostiek wordt dan in een afzonderlijk gesprek de donatievraag gesteld.

Mogelijk Geen Bezwaar Systeem
In Nederland geldt een Toestemmingssysteem. Waarbij de burger positief moet aangeven na zijn overlijden orgaandonor te willen zijn. Bij ontbreken van toestemming vindt geen orgaandonatie plaats, tenzij de familie daar achteraf mee instemt. De omgekeerde situatie is dat iedere burger na zijn overlijden orgaandonor is, tenzij hij heeft vastgelegd dit niet te willen (Geen Bezwaar Systeem). Maar in de praktijk heeft de familie ook in dat geval bijna altijd de beslissende stem.

Het geldende systeem verschilt per land. Veel onderzoek is gedaan naar de relatieve effectiviteit van de beide systemen. Op het eerste gezicht lijken landen met een Geen Bezwaar Systeem een groter aantal donoren (per miljoen inwoners) te realiseren dan landen met een Toestemmingssysteem.

Maar ook de overige omgevingsfactoren verschillen doorgaans sterk. Bijvoorbeeld het aantal geschikte sterfgevallen, de dichtheidsgraad van gespecialiseerde ziekenhuizen, beschikbare intensive care bedden en personeel, de inzet en het enthousiasme van transplantatie-coördinatoren, etc. En dan valt moeilijk te concluderen dat betere resultaten overwegend zijn toe te schrijven zijn aan het geldende systeem. Spanje (als koploper op het gebied van orgaandonatie) pleegt bijvoorbeeld ten stelligste te ontkennen dat dit te danken is aan het aldaar geldende Geen Bezwaar Systeem.

Geen bezwaar is niet de oplossing
De auteur verwacht niet dat vervanging van het huidige (genuanceerde) toestemmingssysteem door een Geen Bezwaar Systeem veel zal opleveren. Bovendien zou dit relatief hoge kosten met zich meebrengen. En die gelden kunnen naar zijn mening op effectievere wijze worden aangewend.

sterren Gepubliceerd: maandag 12-03-2012
Bron: Herkenning van orgaandonoren: Praktische en ethische overwegingen. Y.J. de Groot, februari 2012 | Nog geen reacties




Schiet mij maar lek

'Ben je niet bang Brenda?' Zijn vraag verrast mij. 'Bang? Waarvoor?' 'Nou, dat ik nu zo dicht bij mensen kom en dan eventueel iets mee naar huis neem.' Ik val even stil. Aan de andere kant van de lijn hoor ik het geruis van het asfalt duidelijker, nu hij even niets zegt. 'TjaÖ je doet wat je kunt, toch? Anderhalve meter buiten de auto, mondkapjes op in de auto, na de sessies alles laten doorluchten en desinfecteren. Wat kun je nog meer doen?' Ik kijk vanuit ons kantoor naar buiten en zie de takken en bladeren van de bomen zachtjes heen en weer wuiven. 'Misschien kun je als je thuiskomt even gaan douchen en je kleren buiten laten luchten? En ach, iemand met corona kan net zo goed langs mij heen lopen in de supermarkt en dan loop ik hetzelfde risico. Je weet hoe sommige mensen zijn tegenwoordig. En je moet toch weer een keer aan het werk.'

Het is een vreemde gewaarwording als we begin maart onze deuren moeten sluiten om corona het hoofd te bieden. Met zoveel tijd over, besluiten we lang uitgestelde klussen op te pakken, waaronder rommel opruimen. 'Ik kan de schuur bijna niet meer in. Als ik iets wil pakken, moet ik hem helemaal verbouwen' klaagt mijn man.

Lees meer »

Werken als dialyseverpleegkundige tijdens covid-19 »

Hoe is de situatie in het ziekenhuis waar u momenteel werkt?Ivon Lijten, dialyseverpleegkundige: 'Er is veel onderling veel contact met andere dialyseverpleegkundigen op verschillende locaties en het is opvallend dat er weinig nierpatiënten en weinig dialyseverpleegkundigen besmet zijn met het coronavirus. In het begin waren de patiënten angstig en onzeker, maar de rust is inmiddels teruggekeerd.

Lees meer »

Kunnen ouderen met minder medicatie toe?  »

Ouderen die een nieuwe nier krijgen hebben veel minder vaak een afstoting dan jonge mensen. Als ze de eerste drie maanden na de transplantatie geen afstoting hebben gehad, dan is de kans ook klein dat dat nog gaat gebeuren. Dat ouderen minder vaak een afstoting hebben komt waarschijnlijk vooral doordat hun immuunsysteem minder goed werkt. Ouderen krijgen echter doorgaans wel dezelfde hoeveelheid medicatie als jongere mensen.

Lees meer »







NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
Ons Pricaystatement vindt u hier