Mail: redactie@niernieuws.nl | 030 - 288 9994 | NL16 TRIO 0197 707866



Reageer | Verstuur | Druk af   

Schommelingen in gemeten en geschatte nierfunctie vergelijkbaar

Door Gerard Kok 

De gouden standaard voor het bepalen van de nierfunctie is het meten van de GFR (Glomerular Filtration Rate, 'nierfiltratiesnelheid'). Het direct bepalen van de GFR kost echter relatief veel tijd (denk aan een dag), dus zijn er een aantal formules uitgewerkt, die een schatting van de GFR geven, op basis van één of enkele metingen die veel minder tijd kosten. Deze waarde wordt aangeduid met 'eGFR' (estimated GFR, geschatte nierfiltratiesnelheid). Regelmatig worden er onderzoeken uitgevoerd om te verifiëren dat deze formules de directe GFR voldoende goed benaderen.

De meest gebruikte formules zijn de MDRD-formule (Modification of Diet in Renal Disease, op basis van de creatininespiegel in het bloed), en de nieuwere CKD-EPI formule (Chronic Kidney Disease Epidemiology Collaboration, op basis van creatinine, cystatine C, of een combinatie). Naast creatinine of cystatine C maken de formules ook gebruik van eenvoudig meetbare zaken als leeftijd en geslacht.

Recent Engels onderzoek valt ook in deze groep van onderzoeken. Dit onderzoek richt zich op biologische variatie van de directe en geschatte GFR in patiënten. 'Biologische variatie' betekent dat de GFR in normale gevallen van een patiënt van dag tot dag wat kan verschillen, en dat een klein verschil tussen twee GFR metingen niks hoeft te betekenen. Pas als het verschil tussen twee metingen te groot wordt, kan er geconcludeerd worden dat er echt iets veranderd is, en kan tot een behandeling worden besloten.

Een reden om de formules niet te gebruiken zou kunnen zijn dat de formules belangrijke verschillen tussen twee metingen maskeren, zodat er wordt geconcludeerd dat die twee metingen binnen de biologische variatie vallen, en er dus niet hoeft te worden gehandeld. Je wilt dus graag dat als twee metingen van de eGFR binnen de biologische variatie vallen, twee metingen van de GFR dat ook zouden hebben gedaan.

Het Engelse onderzoek laat zien dat dat inderdaad het geval is. Van 20 chronische nierpatiënten werd vier weken lang de GFR direct gemeten, en geschat via MDRD en CKD-EPI (op basis van creatinine, cystatine C, en de combinatie van beide). Uit de aldus verkregen gegevens bleek dat alle eGFR waardes minstens zo betrouwbaar waren als de GFR metingen. Het monitoren van de eGFR bij chronische nierpatiënten werkt dus net zo goed als het monitoren van de GFR.

De conclusie betekent zeker niet het einde voor het direct meten van de GFR, er zijn momenten dat het belangrijk is om tamelijk precies de nierfiltratiesnelheid te bepalen. Daarnaast merken de onderzoekers zelf op dat er nog wel iets aan het onderzoek schort: de patiëntpopulatie is klein, en niet heel gemêleerd. Maar voor het gedurende langere tijd monitoren van de nierfunctie van chronische nierpatiënten voldoet eGFR dus net zo goed als GFR.

sterren Gepubliceerd: maandag 05-08-2019
Bron: Kidney International | Nog geen reacties




Huisdieren mogelijk bron van hepatitis E

Huisdieren zijn veel vaker dan gedacht besmet (geweest) met het virus dat hepatitis E veroorzaakt, en zouden daarmee wel eens een bron van besmetting voor mensen kunnen zijn. Dit is voor gezonde mensen over het algemeen niet gevaarlijk, maar kan dat wel zijn voor mensen die een verminderde afweer hebben, bijvoorbeeld getransplanteerden.

Vrij veel mensen hebben op enig moment in hun leven een infectie met het hepatitis E-virus, meestal niet ernstig. Maar wie een verminderde afweer heeft, bijvoorbeeld door de medicatie die transplantatiepatiënten gebruiken, kan er wel heel ziek van worden. Er zijn verschillende vormen van het virus: sommige komen alleen bij mensen voor, maar andere types circuleren ook onder wilde en gedomesticeerde dieren. De idee is dat mensen vooral besmet raken via varkens, of door (onvoldoende verhitte) varkenslever te eten. Maar Rotterdamse onderzoekers dachten dat er mogelijk nog een andere besmettingsweg is, omdat er zo veel mensen zijn die ooit besmet raken. Terwijl het virus niet makkelijk van mens tot mens wordt overgedragen.

Ze hebben, in samenwerking met de faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht en Wageningen Universiteit, het bloed van honden, katten en paarden onderzocht. Daaruit blijkt dat 15 tot 20% van deze huisdieren antistoffen tegen het virus in het bloed heeft, en dus ooit besmet is geweest. Waarschijnlijk doordat er varkenslever verwerkt is in het voer.

Lees meer »

Wisselingen in Maastricht »

Twee grote veranderingen bij de afdeling nefrologie in Maastricht: prof.dr. Karel Leunissen is met emeritaat gegaan en prof.dr. Jeroen Kooman is benoemd tot nieuwe directeur van EDLAB, het UM-instituut voor onderwijsinnovatie. Bij zijn afscheid van het Maastricht UMC+ is internist-nefroloog prof.dr. Karel Leunissen benoemd tot officier in de Orde van Oranje-Nassau. Tevens is hij onderscheiden met de Maastricht UMC+ penning.

Lees meer »

Wiskundig model maakt schatting van druk in nierfilters »

Door Rosa Wouda - Een interview met arts-onderzoeker Didier Collard over het onderzoek naar het meten van druk in de nierfilters in het Amsterdam UMC. Didier heeft een bachelor wiskunde en natuurkunde gedaan, gevolgd door een master mathematische fysica aan de Universiteit van Amsterdam. Via de zij-instroom is hij daarna geneeskunde gaan studeren en hij heeft inmiddels zijn opleiding tot arts afgerond.

Lees meer »







NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
Ons Pricaystatement vindt u hier