Mail: redactie@niernieuws.nl | 030 - 288 9994 | NL16 TRIO 0197 707866



Reageer | Verstuur | Druk af   

Microbioom al bij matige nierschade anders

Door Gerard Kok 

In het microbioom van patiënten met matige nierschade komen bepaalde bacteriën vaker voor dan in het microbioom van gezonde medemensen. Dit blijkt uit een recente Amerikaanse voorstudie.

Ons lichaam huisvest ongeveer 2 kilogram bacteriën, virussen en gisten, die samen het 'microbioom' worden genoemd. Het grootste gedeelte van het microbioom bevindt zich in de darmen, waar het ons helpt vezels te verwerken. De bacteriën in het microbioom zijn dus 'goede bacteriën'; ons lichaam heeft ze nodig.

Het microbioom staat de laatste jaren in de belangstelling, niet in laatste plaats van nefrologen, omdat het vermoeden bestaat dat sommige bacteriën uit het microbioom 'uremische toxines' (gifstoffen) produceren, die door mensen met nierschade onvoldoende goed kunnen worden uitgescheiden. Het onderzoek van het microbioom is erop gericht uit te vinden of de productie van deze gifstoffen bij mensen met nierschade kan worden verminderd.

De Amerikaanse pilot-studie bekeek bacterieel DNA van 20 mensen met matige nierschade, en 20 gezonde mensen. Dit bacterieel DNA haalden de onderzoekers uit het bloed; uit het laagje dat zich bij het centrifugeren van het bloed vormt tussen het plasma en de rode bloedcellen, en dat in het Engels de 'buffy coat' wordt genoemd. Dit laagje bevat vooral leukocyten en trombocyten. Uiteindelijk bleken bacteriën uit sommige stammen, klassen en families veel vaker bij de patiënten met nierschade gevonden te worden, dan bij de gezonde personen.

De gedachte achter dit onderzoek is interessant: kunnen we nierpatiënten beter behandelen door ons op het microbioom te richten? Het artikel trekt, wat dat betreft, geen sterke conclusies, naar ik aanneem omdat het om een pilot gaat om een groter onderzoek te bepleiten. Niet iedereen blijkt echter even enthousiast, er zijn ook wat sceptische geluiden op te vangen. Andere Amerikaanse onderzoekers vinden dat we nog te weinig weten van het microbioom om nu al uitspraken te doen over de relatie tussen het microbioom en het functioneren van de nieren in patiënten met nierschade.

sterren Gepubliceerd: zondag 14-04-2019
Bron: Clinical Journal of the ASN | Nog geen reacties




VENI 2019: kleinste bloedvaatjes en acute nierschade

NWO heeft 166 veelbelovende jonge wetenschappers een Veni-financiering van maximaal 250.000 euro toegekend. Hiermee kunnen de laureaten gedurende drie jaar hun eigen onderzoeksideeën verder ontwikkelen. Twee van deze onderzoeken richten zich direct op de nieren, een aantal andere zijn algemener maar kunnen een resultaat opleveren dat ook in de nefrologie van toegevoegde waarde kan zijn.

De Veni wordt jaarlijks door NWO toegekend. In totaal dienden in deze Veni-ronde 1151 onderzoekers een ontvankelijk onderzoeksvoorstel in voor financiering. Daarvan zijn er nu 166 gehonoreerd. De eerste onderzoeker binnen het nierveld die met een VENI-subsidie aan de slag kan is dr.ing. Charissa van den Brom (Amsterdam UMC, Locatie VUmc, afdeling Anesthesiologie). Haar onderzoek richt zich op slechte doorbloeding van de allerkleinste bloedvaten in ernstig zieke patiënten, omdat dit de nieren kan beschadigen door zuurstoftekort. Van den Brom gaat de rol van de beschadigde binnenbekleding van deze haarvaten bestuderen om behandelingen gericht tegen het lekken van haarvaten te ontwikkelen en schade aan de nieren te voorkomen.

Lees meer »

Rituximab net zo goed als ciclosporine bij membraneuze nefropathie »

B-cellen (een bepaald type witte bloedcel) spelen een rol bij het ontstaan van de nierziekte membraneuze nefropathie (MN). Omdat het medicijn rituximab specifiek op B-cellen aangrijpt, leek het Amerikaanse onderzoekers niet onvoorstelbaar dat dit net zo goed werkt voor patiënten met MN als ciclosporine. Ze hebben dit onderzocht in de MENTOR-studie.

Lees meer »

Mantelzorgers zwaarder belast bij oudere dialysepatiënten »

Er zijn steeds meer aanwijzingen dat starten met dialyseren op hogere leeftijd niet per se leidt tot een langer leven. Daarentegen kan het wel problemen met zich meebrengen, zowel voor de patiënt als voor de mantelzorger. Ouderen moeten een weloverwogen keuze kunnen maken tussen wel of niet starten met dialyse op basis van hun persoonlijke voorkeur, vindt Namiko Goto. Zij is geriater in opleiding en doet onderzoek naar de geriatrische problemen bij oudere patiënten met nierfalen.

Lees meer »







NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
Ons Pricaystatement vindt u hier