Mail: redactie@niernieuws.nl | 030 - 288 9994 | NL16 TRIO 0197 707866



Reageer | Verstuur | Druk af   

FGF-23: meer dan fosfaat alleen

Door Merel Dercksen 

Martin de Borst is internist-nefroloog en onderzoeker in het UMCG. Als nefroloog ziet hij patiënten in alle stadia van nierfalen, van beginnende nierschade tot aan hopelijk een geslaagde transplantatie. Als onderzoeker richt hij zich vooral op de mineraalhuishouding. Afgelopen vrijdag tijdens de najaarsvergadering van de Nederlandse Federatie voor Nefrologie vertelde hij over het hormoon FGF-23, dat niet alleen gerelateerd is aan fosfaat, maar ook een link lijkt te hebben met ijzer en kalium.

'FGF-23 is een hormoon dat de fosfaathuishouding regelt. Het is 15 jaar geleden ontdekt bij mensen die door een genetische afwijking een botziekte krijgen. Dat lijkt lang, 15 jaar, maar het is vrij recent. Er worden nu nog elke dag nieuwe dingen over FGF-23 ontdekt.'

'Het idee is, dat het hormoon in botcellen gemaakt wordt. Eet je een maaltijd die veel fosfaat bevat, dan stijgt de fosfaatspiegel in je bloed. Dat is een signaal om extra FGF-23 aan te maken, en dat dient weer als prikkel voor de nieren om het overtollige fosfaat uit te plassen.' Zo werkt het tenminste als de nieren en de fosfaathuishouding in orde zijn. Het is al langer bekend, dat mensen met een verminderde nierfunctie slechter in staat zijn het fosfaat uit te plassen, waardoor de fosfaatspiegel stijgt.

Betere voorspeller
'Als je plaatjes maakt waarin je de achteruitgang van de nierfunctie uitzet tegen de tijd, en daarin ook de spiegels van fosfaat en FGF-23 weergeeft, zie je dat FGF-23 eerder stijgt dan het fosfaat. Het is dus een gevoeligere manier om te meten dat er iets met het fosfaat mis aan het gaan is. Het lichaam stelt op dat moment alles in het werk om de hoeveelheid fosfaat in het bloed zo normaal mogelijk te maken. De prijs die je als patiënt daarvoor betaalt, is een hogere FGF-23-spiegel. De vraag is of dat kwaad kan. Doe je er goed aan als je dan al een fosfaatbinder geeft? Krijgen deze patiënten dan minder vaatverkalkingen of hartfalen? Dit onderzoek is niet gedaan, maar als zou blijken dat het gunstig is om eerder te behandelen, heeft dat wel invloed op de klinische praktijk.'

'Maar tijdens de najaarsvergadering van de Nederlandse federatie voor Nefrologie, ga ik het over andere aspecten van FGF-23 hebben dan de link met fosfaat. Een van de interessante nieuwe ontdekkingen is dat er een relatie is tussen een hoog FGF-23 en een ijzertekort, ook bij mensen met een normale nierfunctie. Er lijkt iets aan de hand met de verwerking van het FGF-23-molecuul, maar hoe dat precies zit weten we niet.'

IJzer
'IJzer is een belangrijke co-factor bij veel processen in het lichaam. Uit studies bij patiënten met hartfalen blijkt bijvoorbeeld dat het een rol speelt in het energiemetabolisme. Een ijzertekort leidt tot problemen met de spierfunctie, zowel in de hartspier als in skeletspieren. Als deze patiënten extra ijzer krijgen, verbetert hun inspanningstolerantie. We weten nog niet wat dat extra ijzer doet op het FGF-23 bij deze patiënten, maar er zijn wel andere onderzoeken waar uit blijkt dat ijzersuppletie samengaat met een daling van FGF-23.'

'Wij willen nu een onderzoek gaan doen onder transplantatiepatiënten, waarbij we loten of ze extra ijzer krijgen, of een placebo. Na een geslaagde transplantatie hebben mensen namelijk ongeveer 70% van het inspanningsvermogen van een gezonde persoon en we denken dat er een link is met FGF-23. Onze onderzoeksvraag is: verbetert de conditie van de patiënten die ijzer krijgen ten opzichte van die van de patiënten die een placebo krijgen? En gebeurt er ook iets met FGF-23? Als dat zo is, kunnen we ook nog uitzoeken wat dat voor de lange termijn betekent.'

Kalium
'Behalve met ijzer, blijkt er ook een link met kalium te zijn. Dat hebben we in het UMCG toevallig ontdekt toen we monsters bekeken van een studie die in Wageningen is gedaan. Uit die studie bleek dat extra kalium een verlagend effect heeft op de bloeddruk van verder gezonde mensen bij wie die bloeddruk licht verhoogd is. Wij zagen, dat door de kaliumsuppletie ook FGF-23 omlaag ging. Nu willen we in het grote kaliumonderzoek dat in Nederland loopt(K+onsortium, zie ook de lezing van Ewout Hoorn in de eerste ronde van de wetenschapsdag – red) bekijken of we dat verband tussen kalium en FGF-23 kunnen bevestigen.'

'Wat mij betreft is FGF-23 de new kid on the block in het mineraalmetabolisme. We beginnen een beetje te begrijpen hoe het werkt en het zal nog wel even duren voor we precies weten hoe we FGF-23 bij patiënten kunnen verlagen en wat daar de gevolgen van zijn. Kunnen we daarmee de kwaliteit van leven verbeteren en het risico op hart- en vaatziekten verlagen? Het is de onderliggende drijfveer achter al deze inzicht gevende onderzoeken: als we FGF-23 verlagen, doen we dan ook iets goeds voor onze patiënten?'

 


Dit artikel verscheen eerder in de papieren uitgave van NierNieuws ter gelegenheid van de Wetenschapsdag 2017.

 

sterren Gepubliceerd: dinsdag 17-10-2017 | Nog geen reacties




Thuis prikken voor medicijnspiegel

Een dried blood spot is niets anders dan een bloeddruppeltje uit een vingerprik op een kaartje. Thuis op de bank afgenomen en opgestuurd naar het lab. Herman Veenhof, ziekenhuisapotheker in opleiding en onderzoeker in het UMC Groningen, vraagt zich in zijn promotieonderzoek af of dit polibezoeken van transplantatiepatiënten kan vervangen. En als je toch naar de poli moet komen, kan het dan voor de artsen en voor de patiënten efficiënter? Op 24 februari zal hij zijn proefschrift hierover verdedigen.

'Uit zo'n dried blood spot, ik gebruik bewust de Engelse term want dat doet iedereen, kunnen we creatinine en de vijf meest gebruikte immunosuppressiva meten', legt Veenhof uit. Een patiënt kan zelf thuis bloed prikken en een enkel druppeltje opsturen naar het lab waar het geanalyseerd wordt. De vraag is echter of dit net zo goed en betrouwbaar is als de gewone methode, de buisjes bloed die al twintig jaar worden geprikt en geanalyseerd?

Om antwoord op die vraag te vinden heeft Veenhof transplantatiepatiënten op de prikpoli gevraagd om op hetzelfde tijdstip, tijdens de afname van het buisje bloed, ook een dried blood spot te prikken. Wat bleek? De labwaardes uit een buisje bloed en uit de dried blood spots die op hetzelfde tijdstip geprikt waren, kwamen goed overeen.

Lees meer »

Nier kan na acute schade soms toch getransplanteerd worden »

Veel donornieren van overleden donoren worden meteen afgeschreven omdat de donor acuut nierfalen (Acute Kidney Injury - AKI) had. Recent Amerikaans onderzoek suggereert echter dat een aantal van deze afgeschreven donornieren nog goed getransplanteerd hadden kunnen worden. In Amerika staan ongeveer 95.000 mensen op de wachtlijst voor een donornier. Per jaar vallen ongeveer 9.000 wachtenden af, omdat zij overlijden, of te veel achteruit gaan om nog een nier te ontvangen.

Lees meer »

Schommeling medicijnspiegel beïnvloedt afweercellen na transplantatie »

Patiënten hebben zelf aardig wat invloed op een goede afloop na een niertransplantatie door hun medicijnen elke dag trouw in de dezelfde dosis en op hetzelfde tijdstip in te nemen. Als ze dat niet doen, dan kunnen schommelingen in de bloedwaardes van de afweeronderdrukkende medicijnen ertoe leiden dat de nieuwe nier minder goed werkt en in het ergste geval wordt afgestoten. Maar ook patiënten die hun medicijnen wel altijd netjes op tijd innemen kunnen schommelende bloedwaardes hebben.

Lees meer »







NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
Ons Pricaystatement vindt u hier