Mail: redactie@niernieuws.nl | 030 - 288 9994 | NL16 TRIO 0197 707866



Reageer | Verstuur | Druk af   

Grotere kans op botbreuken na transplantatie ook bij goede botdichtheid

Door Gerard Kok 

Niergetransplanteerden krijgen vaak te maken met zwakke botten, en daarom worden ze regelmatig gecheckt op botbreukrisico. Traditioneel gebeurt dit door de botmineraaldichtheid te meten, maar sinds enige jaren is duidelijk dat dit niet alles zegt. Daarvoor is de trabeculaire bot score ontwikkeld, waarmee patiënten met goede botmineraaldichtheid die toch een hoog risico op botbreuken hebben, kunnen worden geïdentificeerd. Deze score blijkt ook goed in te zetten bij niergetransplanteerden, zo blijkt uit Amerikaans onderzoek.

Veel patiënten die getransplanteerd worden, krijgen in het eerste jaar na de transplantatie te maken met een behoorlijke verlaging van de botmineraaldichtheid. Dit geldt niet alleen voor niergetransplanteerden, maar ook voor hen die een nieuwe lever of long krijgen. Dit komt niet alleen door de ziekte die transplantatie noodzakelijk maakte, maar ook als gevolg van de gebruikte medicijnen. Een lage botmineraaldichtheid gaat gepaard met een hoger risico op botbreuken. Sinds een tiental jaren is echter duidelijk dat niet alleen botmineraaldichtheid ertoe doet, maar dat de 'trabeculaire bot score' ook belangrijk is. De trabeculaire bot score is een maat voor het aantal dwarsverbindingen in het binnenste, sponzige deel van het bot, het 'trabeculaire' bot.

Botmineraaldichtheid kan vrij eenvoudig worden gemeten door in een röntgenfoto de optische dichtheid van het bot te meten. Deze foto wordt meestal genomen van de heup en het onderste gedeelte van de wervelkolom. De trabeculaire bot score wordt bepaald aan de hand van variaties in de grijswaarden van de foto; dit is een maat voor het aantal dwarsverbindingen in het trabeculaire bot. Een hogere waarde betekent meer verbindingen en dus sterkere botten. De trabeculaire bot score kan ook worden bepaald met een CT-scan, maar dit is bewerkelijker en dus duurder.

Voor het Amerikaanse onderzoek werden 47 niergetransplanteerden in het eerste jaar na hun transplantatie gevolgd. Alle patiënten ondergingen vlak voor hun transplantatie, en 3, 6, en 12 maanden na hun transplantatie een bot-test. Alle keren werd de botmineraaldichtheid gemeten, en de trabeculaire bot score bepaald, die dan weer werd geverifieerd met een CT-scan.

Uit het onderzoek bleek dat de trabeculaire bot score goed overeenkwam met de uitkomst van de CT-scan, en dat er patiënten bleken te zijn die een goede botmineraaldichtheid hadden, maar waarvan de trabeculaire bot score toch aangaf dat ze een hoger risico op botbreuken hadden. De trabeculaire bot score lijkt dus een goede methode om te bepalen of niergetransplanteerden een verhoogd risico op botbreuken hebben.

sterren Gepubliceerd: donderdag 30-03-2017
Bron: Clinical Journal of the ASN | Nog geen reacties




Huisdieren mogelijk bron van hepatitis E

Huisdieren zijn veel vaker dan gedacht besmet (geweest) met het virus dat hepatitis E veroorzaakt, en zouden daarmee wel eens een bron van besmetting voor mensen kunnen zijn. Dit is voor gezonde mensen over het algemeen niet gevaarlijk, maar kan dat wel zijn voor mensen die een verminderde afweer hebben, bijvoorbeeld getransplanteerden.

Vrij veel mensen hebben op enig moment in hun leven een infectie met het hepatitis E-virus, meestal niet ernstig. Maar wie een verminderde afweer heeft, bijvoorbeeld door de medicatie die transplantatiepatiënten gebruiken, kan er wel heel ziek van worden. Er zijn verschillende vormen van het virus: sommige komen alleen bij mensen voor, maar andere types circuleren ook onder wilde en gedomesticeerde dieren. De idee is dat mensen vooral besmet raken via varkens, of door (onvoldoende verhitte) varkenslever te eten. Maar Rotterdamse onderzoekers dachten dat er mogelijk nog een andere besmettingsweg is, omdat er zo veel mensen zijn die ooit besmet raken. Terwijl het virus niet makkelijk van mens tot mens wordt overgedragen.

Ze hebben, in samenwerking met de faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht en Wageningen Universiteit, het bloed van honden, katten en paarden onderzocht. Daaruit blijkt dat 15 tot 20% van deze huisdieren antistoffen tegen het virus in het bloed heeft, en dus ooit besmet is geweest. Waarschijnlijk doordat er varkenslever verwerkt is in het voer.

Lees meer »

Wisselingen in Maastricht »

Twee grote veranderingen bij de afdeling nefrologie in Maastricht: prof.dr. Karel Leunissen is met emeritaat gegaan en prof.dr. Jeroen Kooman is benoemd tot nieuwe directeur van EDLAB, het UM-instituut voor onderwijsinnovatie. Bij zijn afscheid van het Maastricht UMC+ is internist-nefroloog prof.dr. Karel Leunissen benoemd tot officier in de Orde van Oranje-Nassau. Tevens is hij onderscheiden met de Maastricht UMC+ penning.

Lees meer »

Wiskundig model maakt schatting van druk in nierfilters »

Door Rosa Wouda - Een interview met arts-onderzoeker Didier Collard over het onderzoek naar het meten van druk in de nierfilters in het Amsterdam UMC. Didier heeft een bachelor wiskunde en natuurkunde gedaan, gevolgd door een master mathematische fysica aan de Universiteit van Amsterdam. Via de zij-instroom is hij daarna geneeskunde gaan studeren en hij heeft inmiddels zijn opleiding tot arts afgerond.

Lees meer »







NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
Ons Pricaystatement vindt u hier