Mail: redactie@niernieuws.nl | 030 - 288 9994 | NL16 TRIO 0197 707866



Reageer | Verstuur | Druk af   

'Ook na niertransplantatie meer sturen op voorkoming hart- en vaatproblemen'

Door Redactie NierNieuws 

Charlotte Keyzer

Twee systemen in het lichaam, het renine-angiotensinesysteem en de vitamine D-FGF-23-klotho-as, blijken op elkaar in te werken. Ze verergeren nierschade en de daarmee gepaard gaande hart- en vaatproblemen. Charlotte Keyzer stelt in haar proefschrift dat er gezocht dient te worden naar een geÔntegreerde behandeling, die beide systemen aanpakt. Die behandeling kan dan bestaan uit een combinatie van medicijnen en dieet.

Nierschade gaat gepaard met een verhoogd risico op hart- en vaatproblemen. Hieraan overlijden zelfs meer nierpatiŽnten, dan aan de nierschade zelf. De behandeling van nierpatiŽnten is daarom niet alleen gericht op vertraging van de achteruitgang van de nierfunctie, maar ook op het voorkůmen van hart- en vaatschade. Een belangrijk doelwit binnen deze behandeling, waarmee beide problemen geadresseerd worden, is het renine-angiotensinesysteem (RAS). Als het RAS met medicijnen geremd wordt, daalt de bloeddruk en vermindert eiwitverlies met de urine. Dit werkt nog beter als de behandeling gepaard gaat met een zoutbeperking.

Ook na transplantatie blijft de sterfte aan hart- en vaatproblemen hoger dan onder mensen zonder nierproblemen. Het verminderen van het cardiovasculaire risico is daarmee ook belangrijk om de langetermijnoverleving van getransplanteerde nierpatiŽnten te verbeteren.

Hoewel hoge bloeddruk en eiwitverlies een belangrijk aandeel hebben in het verhoogde risico dat nierpatiŽnten op hart- en vaatziekten lopen, is behandeling hiervan niet voldoende om dat risico volledig te normaliseren. Er moeten dus meer factoren zijn die een rol spelen. Recent onderzoek heeft laten zien dat afwijkingen in de calcium-fosfaathuishouding en een vitamine D-tekort, die bij nierpatŽnten veel voorkomen, een rol spelen bij vaatverkalking. Er was al langer bekend, dat deze verstoringen de oorzaak zijn van botafwijkingen bij nierpatiŽnten.

De calcium-fosfaathuishouding is dus complexer dan het in eerste instantie leek. Er zijn in de afgelopen jaren nog twee stoffen ontdekt die hier een rol in spelen: de hormonen klotho en FGF-23. Deze stoffen, met vitamine D, werken op elkaar in. Daarom spreekt men wel van de vitamine D-FGF-23-klotho-as.

Recente studies suggereren dat het RAS en de vitamine D-FGF-23-klotho-as op verschillende niveaus met elkaar communiceren. Een tekort aan vitamine D activeert het RAS bijvoorbeeld. Hiermee zijn er twee systemen in het lichaam die elkaar beÔnvloeden, en beide het risico op hart- en vaatproblemen kunnen vergroten.

Charlotte Keyzer heeft in het kader van haar promotie onderzocht of de wisselwerking tussen RAS en de vitamine D-FGF-23-klotho-as in de praktijk gevolgen heeft voor het ontstaan en de behandeling van nierziekten. Ze ontdekte onder andere dat mensen die niet alleen een tekort aan vitamine D hebben, maar ook nog eens veel zout eten, het hoogste risico op nierschade lopen. Ook in de behandeling van nierschade blijkt dat zout het effect van vitamine D beÔnvloedt.

Een ander deel van het proefschrift behandelt de vaatverkalkende eigenschappen van het bloed van niertransplantatiepatiŽnten. Sinds kort is er een test beschikbaar die deze in beeld kan brengen. Keyzer en haar collega's hebben factoren in het bloed bepaald die op deze verkalkende eigenschap van invloed zijn, en ook onderzocht hoe sterk het effect is. De belangrijkste zijn fosfaat, bijschildklierhormoon en magnesium. Deze factoren blijken allemaal op een of andere manier een relatie te hebben met een verstoorde wisselwerking tussen RAS en de vitamine D-FGF-23-klotho-as.

Gezien het effect dat magnesium lijkt te (kunnen) hebben bij het voorkomen van vaatverkalking, doet Keyzer de aanbeveling dat het gebruik van medicijnen die de magnesiumspiegel in het bloed verlagen, wellicht heroverwogen moet worden. Dit betreft bepaalde maagzuurremmers, plaspillen en afweeronderdrukkende medicijnen.

Als laatste stof in het samenspel van RAS, de vitamine D-FGF-23-klotho-as en de calcium-fosfaathuishouding komt vitamine K aan bod. Deze vitamine kan de verkalkende eigenschappen van het bloed verminderen, maar getransplanteerde patiŽnten krijgen er te weinig van binnen met hun voeding. Vitamine K zit onder andere in groene bladgroente. Keyzer ziet in (extra) dieetadvisering een mogelijk goed werkende en niet al te ingewikkelde manier om de inname van vitamine K na transplantatie te verhogen en daarmee het risico op vaatschade te verlagen.

Charlotte Keyzer promoveert op 16 november 2015.

sterren Gepubliceerd: woensdag 28-10-2015 | Nog geen reacties




Jef Schaap overleden

Jef Schaap, oprichter van stiching Burung Manyar en steun en toeverlaat van nierpatiënten in Indonesië, is overleden aan covid-19. Dat laat het bestuur van de stichting, namens de familie van Jef, weten. Jef was 77 jaar oud. 

Het is op een maand na twintig jaar geleden dat Jef Schaap 'zijn' stichting oprichtte, nadat hij op persoonlijke titel benaderd was om een Indonesische patiënt te helpen die getransplanteerd was, maar de benodigde medicatie niet kon betalen. Hij vertelde daarover eerder aan NierNieuws: 'toen realiseerde ik me, dat dit niet vrijblijvend kon zijn. Een hulpprogramma vraagt om werk op lange termijn en niet om een kortstondige oplossing onder het motto wat niet lukt is jammer. Eind 2000 hebben we met een paar mensen de stichting opgericht, om het werk en de verantwoordelijkheid te delen.'

Lees meer »

Ontstaan vaatschade op moleculair niveau nader onderzocht »

Glomerulosclerose en atherosclerose zijn vaataandoeningen waarvoor tot op heden geen afdoende behandelingen bestaan. In de nierfilters (glomeruli) zorgen kleine bloedvaatjes voor bloedfiltratie. Bij glomerulosclerose vormt zich littekenweefsel in de glomeruli en raken bloedfiltratie en nierfunctie verstoord. Bij atherosclerose treedt verdikking van de wand van een slagader op, waardoor deze vernauwt.

Lees meer »

Op hol geslagen afweersysteem leidt vaak tot acuut nierfalen »

Een afweersysteem dat op hol slaat na een infectie kan leiden tot acuut nierfalen. Dat overkomt bijna de helft van de patiënten die na een ernstige infectie op een intensive care afdeling van een ziekenhuis belanden. Bij een deel van deze patiënten is dit tijdelijk. Maar bij het grootste gedeelte leidt dit tot aanhoudend nierfalen en zelfs dialyse.

Lees meer »







NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
Ons Pricaystatement vindt u hier