Mail: redactie@niernieuws.nl | 030 - 288 9994 | NL16 TRIO 0197 707866



Reageer | Verstuur | Druk af   

Verhoogd sclerostine geen extra risico op hart- en vaataandoeningen

Door Merel Dercksen 

Na een niertransplantatie daalt de hoeveelheid sclerostine die nierpatiënten in hun bloed hebben vrij snel. Daarvoor is de stof, die een rol speelt in de bothuishouding, vaak verhoogd. Op korte termijn lijkt een hoge bloedspiegel van sclerostine voor dialysepatiënten juist gunstig: het gaat samen met een verlaagd risico op overlijden aan hart- en vaataandoeningen.

Sclerostine is een peptide, een soort klein eiwit, dat door botcellen wordt uitgescheiden. Een hoge bloedspiegel van deze stof remt de aanmaak van bot. Mensen met een nierfunctiestoornis hebben vaak te veel sclerostine in hun bloed. Het lijkt erop dat dit een rol speelt in het ontstaan van osteoporose die vaak optreedt bij nierfalen. Ook heeft het invloed op de calcificatie van vaatwanden, een ander onwenselijk symtoom bij nierfalen. Zwitserse onderzoekers vroegen zich af wat er gebeurt met de sclerostinespiegel wanneer nierpatiënten getransplanteerd worden.

Ze hebben deze spiegels gemeten bij 42 nierpatiënten: zowel voor hun transplantatie als op gezette tijden in het eerste jaar erna. Ook bepaalden ze de botdichtheid met behulp van röntgen. Bij alle patiënten was de sclerotinespiegel voor transplantatie verhoogd, met een gemiddelde van 62 pmol/l. Normale waarden liggen tussen de 20 en 30 pmol/l. Binnen 15 dagen na transplantatie daalde deze spiegel zodanig dat die bij sommige patiënten zelfs onder de ondergrens van de normaalwaarden uitkwam.

De daling die de onderzoekers zagen vertoonde een verband met de mate waarin de nierfunctie van de patiënten verbeterde. Ook zagen de onderzoekers dat de spiegel in de loop van een jaar weer wat steeg, maar nog steeds op een gemiddelde van 28 pmol/l bleef. Hoe hoger de spiegel voor de transplantatie, hoe groter de kans dat die in het eerste jaar na transplantatie weer steeg. De onderzoekers hebben geen verband gevonden tussen de sclerotinespiegel na transplantatie en de botdichtheid.

Terwijl de hoeveelheid sclerotine in het bloed snel daalt, blijven de spiegels van het bijschildklierhormoon, ook een maat voor de botstofwisseling, nog langer verhoogd. Intussen blijkt uit de Nederlandse NECOSAD-studie dat er bij dialysepatiënten nog wel een duidelijke relatie is tussen sclerostine en intact bijschildklierhormoon. Maar de eerste gedachte dat hoge spiegel van deze hormonen een sterke verstoring van de calciumfosfaathuishouding betekenen en daarom het risico op hart- en vaataandoeningen wel zullen verhogen, blijkt niet juist.

Onder de deelnemers aan de NECOSAD-studie liepen degenen met de hoogste sclerotinespiegels juist het minste risico om in de eerste anderhalf jaar na de start met dialyse te overlijden, zowel over all als aan hart- en vaatziekten. Na vier jaar is dit verschil vrijwel verdwenen. Of hier sprake is van een oorzakelijk verband, zal verder onderzocht moeten worden.

sterren Gepubliceerd: maandag 29-09-2014
Bron: Kidney & Blood Pressure Research | Nog geen reacties




Verandering van symptomen belangrijk voor start dialyse

Wat is het beste moment om te starten met dialyseren? Over deze vraag boog Cynthia Janmaat zich in haar promotie-onderzoek. Op 25 november j.l., verdedigde ze haar proefschrift waarin ze beschrijft hoe ze dichter bij een antwoord komt.

In de praktijk blijkt regelmatig dat er patiënten zijn met een heel slechte nierfunctie, die daar nog nauwelijks last van hebben. Terwijl andere patiënten met een minder slechte nierfunctie juist meer symptomen ervaren. Er is dus een discrepantie tussen enerzijds de nierfunctie en anderzijds het aantal symptomen en de last die patiënten ervaren. Een groots opgezet onderzoek waaraan veel patiënten meedoen, met uiteenlopende nierfuncties en ook een hele range aan symptomenlast, willekeurig verdeeld over groepen die wel of niet starten met dialyse, zou antwoord kunnen geven op deze vraag.

Het wetenschappelijk bewijs uit een dergelijke goed opgezette zogeheten gerandomiseerde studie geldt als sterk. Maar met zo een verscheidenheid aan patiënten en symptomen is een gerandomiseerd onderzoek in dit geval eigenlijk niet te doen. Daarom gebruikte Janmaat gegevens uit observationele studies. Dat zijn onderzoeken waarbij gegevens van patiënten worden verzameld. De patiënten krijgen de gebruikelijke behandeling en er wordt geen behandeling toegewezen door de arts of onderzoeker.

Lees meer »

Jef Schaap overleden »

Jef Schaap, oprichter van stiching Burung Manyar en steun en toeverlaat van nierpatiënten in Indonesië, is overleden aan covid-19. Dat laat het bestuur van de stichting, namens de familie van Jef, weten. Jef was 77 jaar oud.  Het is op een maand na twintig jaar geleden dat Jef Schaap 'zijn' stichting oprichtte, nadat hij op persoonlijke titel benaderd was om een Indonesische patiënt te helpen die getransplanteerd was, maar de benodigde medicatie niet kon betalen.

Lees meer »

Ontstaan vaatschade op moleculair niveau nader onderzocht »

Glomerulosclerose en atherosclerose zijn vaataandoeningen waarvoor tot op heden geen afdoende behandelingen bestaan. In de nierfilters (glomeruli) zorgen kleine bloedvaatjes voor bloedfiltratie. Bij glomerulosclerose vormt zich littekenweefsel in de glomeruli en raken bloedfiltratie en nierfunctie verstoord. Bij atherosclerose treedt verdikking van de wand van een slagader op, waardoor deze vernauwt.

Lees meer »







NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
Ons Pricaystatement vindt u hier