Mail: redactie@niernieuws.nl | 030 - 288 9994 | NL16 TRIO 0197 707866



Reageer | Verstuur | Druk af   

Risico's bij 'door de bloedgroepen heen' transplanteren

Door Gerard Kok 

Een niertransplantatie heeft een hogere kans van slagen als de bloedgroepen van de donor en de ontvanger 'compatibel' zijn. Er is echter een tekort aan donornieren, en daarom wordt af en toe een AB0-incompatibele niertransplantatie uitgevoerd: de donor en de ontvanger hebben een verschillende bloedgroep. Dit heet ook wel door de bloedgroepen heen transplanteren. Het is een optie die pas overwogen wordt als de patiënt ook via het cross-overprogramma niet op afzienbare termijn geholpen kan worden.

Om de kans op acute afstoting te verlagen, krijgt de ontvanger voorafgaand aan de transplantatie een intensieve behandeling. Hierdoor is het risico op afstoting bij AB0-incompatibele transplantaties bijna net zo laag als bij compatibele, maar er zijn nog steeds gevallen waarin de incompatibele nier vrij snel na de operatie afgestoten wordt. Zuid-Koreaanse artsen hebben nu in kaart gebracht wie een hoger risico op afstoting loopt bij een AB0-incompatibele transplantatie.

Acute afstoting bij een AB0-incompatibele transplantatie wordt veroorzaakt doordat incompatibel bloed de neiging heeft samen te klonteren ('agglutineren'), wat op zijn beurt weer zaken zoals trombose kan veroorzaken, bijvoorbeeld in de donornier. Verantwoordelijk hiervoor zijn de anti-A en anti-B antilichamen, samen ook wel iso-agglutininen genoemd. Dit zijn dezelfde 'A' en 'B' die we in bloedgroepenverband gebruiken. Een ontvanger met bloedgroep 0 heeft antilichamen tegen zowel A als B in zijn bloed.

De behandeling voorafgaand aan een AB0-incompatibele transplantatie bestaat uit twee delen. De afweer van de ontvanger moet onderdrukt worden, dat gebeurt met een medicijn als rituximab. Daarnaast halen de behandelaars de isoagglutininen uit het bloed. Dit kan met behulp van plasmaferese of immunoadsorbtie. Met deze behandeling wordt doorgegaan totdat de hoeveelheid isoagglutininen, dus de antilichamen tegen de bloedgroep van de donor, onder een bepaalde waarde is gezakt. Hierna vindt de transplantatie plaats.

Het Zuid-Koreaanse onderzoek bekeek 95 patiënt die een AB0-incompatibele niertransplantatie hadden ondergaan. Bij vier patiënten ging het donororgaan verloren. De onderzoekers concluderen dat patiënten waarbij het isoagglutinine-niveau binnen twee weken na de transplantatie weer naar het oude niveau steeg, het meeste risico lopen op afstoting. Dit gebeurt vaker bij patiënten bij wie het isoagglutinine-niveau voorafgaand aan desensitisatie al behoorlijk hoog was en patiënten waarbij dit niveau niet snel genoeg naar beneden ging. Andere risicofactoren zijn dat er minder dan een week zat tussen het toedienen van rituximab en de eerste plasmaferese, en bloedgroep O (wellicht omdat het bloed van deze patiënten zowel anti-A als anti-B antilichamen bevat).

sterren Gepubliceerd: vrijdag 12-09-2014
Bron: Journal of clinical apheresis | Nog geen reacties




Hogere sterfte niertransplantatiepatiŽnten die maagzuurremmers gebruiken

Door Rosa Wouda - Een interview met arts-onderzoeker Rianne Douwes en nefroloog Stephan Bakker van het UMCG over hun onderzoek naar het verband tussen het gebruik van maagzuurremmers en sterfte na niertransplantatie.

Rianne heeft geneeskunde gestudeerd aan de universiteit van Groningen. Tijdens haar studie was ze lid van het Prometheus-Nierteam, waardoor haar interesse in wetenschappelijk onderzoek en transplantatiegeneeskunde groeide. Haar laatste coschap heeft ze gedaan op de afdeling maag-, darm- en leverziekten. Sinds ruim drie jaar werkt zij als arts-onderzoeker voor de TransplantLines studie; een grootschalig onderzoek, langlopend onder in het UMCG getransplanteerde patiŽnten, onder leiding van prof. dr. Bakker. Passend bij haar interesse in de transplantatiegeneeskunde, alsmede het maagdarmstelsel, doet zij nu onderzoek naar het gebruik van maagzuurremmers bij patiŽnten met een niertransplantatie.

Lees meer »

Verfijndere behandeling ANCA-vasculitis stap dichterbij »

Van de Late Breaking Clinical Trials die tijdens het ERA-EDTA congres gepresenteerd zijn, hebben er twee betrekking op ANCA-vasculitis. Zowel met betrekking tot het terugdringen van een actieve aanval, als het voorkomen van een terugval is in Cambridge medicijnonderzoek gedaan dat een stap in de richting zet van meer op de patiënt afgestemde behandeling. Late Breaking Clinical Trials (LBCTs) zijn, zoals de naam al zegt, klinische studies, dus uitgevoerd onder patiënten.

Lees meer »

Kunnen ouderen met minder medicatie toe?  »

Ouderen die een nieuwe nier krijgen hebben veel minder vaak een afstoting dan jonge mensen. Als ze de eerste drie maanden na de transplantatie geen afstoting hebben gehad, dan is de kans ook klein dat dat nog gaat gebeuren. Dat ouderen minder vaak een afstoting hebben komt waarschijnlijk vooral doordat hun immuunsysteem minder goed werkt. Ouderen krijgen echter doorgaans wel dezelfde hoeveelheid medicatie als jongere mensen.

Lees meer »







NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
Ons Pricaystatement vindt u hier