Mail: redactie@niernieuws.nl | 030 - 288 9994 | NL16 TRIO 0197 707866



Reageer | Verstuur | Druk af   

Is eculizumab het wondermiddel van de toekomst?

Door Merel Dercksen 

Het Amerikaanse farmaceutisch bedrijf Alexion is gestart met een studie naar het effect van zijn medicijn eculizumab (Soliris) op getransplanteerde nieren die traag op gang komen. Dit onderzoek werd begin van dit jaar al aangekondigd, toen het middel in de VS en Europa de weesgeneesmiddelenstatus kreeg. Deze status maakt het makkelijker om onderzoek te doen. Met deze en andere indicaties lijkt eculizumab de verwachting te wekken dat het bijna net zo breed inzetbaar is als statines, de hedendaagse wonderpillen. Met dat verschil dat eculizumab vooralsnog wordt uitgeprobeerd bij problemen en aandoeningen die een duidelijk gemeenschappelijke oorzaak lijken te hebben.

Remming van het complementsysteem
Eculizumab is een middel dat ingrijpt in het immuunsysteem. Om precies te zijn bindt het aan het eiwit C5, een onderdeel van het complementsysteem. Het complementsysteem is onderdeel van het aangeboren immuunsysteem. Eculizumab was in Nederland, op het moment dat het beoordeeld werd door het toenmalige CVZ (nu: Zorginstituut Nederland), niet in de handel. Daarom is het niet opgenomen in het geneesmiddelenvergoedingssysteem (GVS). Maar het is wel, in veel landen, goedgekeurd voor gebruik bij twee verschillende aandoeningen.

Registraties voor twee aandoeningen 
De eerste is paroxismale nachtelijke hemoglobinurie. Bij deze aandoening verhindert het medicijn, door complementremming, de voor de ziekte kenmerkende afbraak van bloed. Daarnaast is er een registratie voor gebruik bij atypische HUS, een auto-immuunaandoening die tot nierfalen kan leiden. Bij aHUS ontstaan er juist bloedpropjes in de kleinste vaatjes als gevolg van een (overmatige) complementactivering. Deze trombotische microangiopathie wordt tegengegaan door de complementremming die eculizumab veroorzaakt. Voor beide aandoeningen is dit medicijn op dit moment de enige therapie.

Het onderzoek dat fabrikant Alexion en de Mount Sinai School of Medicine in New York nu gaan uitvoeren in verschillende Amerikaanse ziekenhuizen, focust op getransplanteerde nieren die niet direct na transplantatie goed werken. Patiënten bij wie dit gebeurt moeten vaak nog tijdelijk dialyseren en lopen een hoger risico hun nier kwijt te raken of te overlijden dan getransplanteerde patiënten bij wie de nier wel meteen op volle kracht werkt. Dit vertraagd op gang komen treft een groot deel van de nieren van overleden donoren, zeker een kwart. 

Vertraagd op gang komen transplantaatnier
Een belangrijke oorzaak van het vertraagd op gang komen van een getransplanteerde nier is de schade die ontstaat wanneer een nier, nadat die afgekoeld is geweest en afgesloten van de bloedsomloop, weer doorbloed raakt. Deze ischemie-reperfusieschade is gedeeltelijk te voorkomen door de donornier bijvoorbeeld te bewaren in een speciale spoelbox in plaats van op ijs. Maar als de nier ondanks deze maatregelen toch traag op gang komt, is er nog geen manier om dit te behandelen.

Uit experimenteel onderzoek blijkt een verband tussen complementactivatie en ischemie-reperfusieschade. Dit heeft de wetenschappers ertoe gebracht te onderzoeken of het remmen van het complementsysteem tot minder ischemie-reperfusieschade leidt. De Amerikaanse onderzoekers zetten meteen een stap extra: zij onderzoeken of transplantatiepatiënten die tweemaal een infuus met eculizumab kregen, minder vaak een traag op gang komende nier hebben dan patiënten die een infuus met fysiologisch zout kregen. Het eerste infuus wordt toegediend tijdens de operatie, het tweede maximaal 24 uur daarna.

Het vertraagd (of niet) op gang komen van de nier meten de onderzoekers aan de hand van criteria als: hoeveel patiënten moeten tijdelijk gedialyseerd worden, hoeveel urine produceert de nier na drie dagen, etc. Aan dit onderzoek kunnen patiënten deelnemen die een nier ontvangen van een hersendode donor bij wie de nier ten minste 18 uur koude ischemietijd heeft gekend, of patiënten die een nier krijgen volgens de 'opgerekte criteria'. Dit is een nier van een oudere donor, of bijvoorbeeld een donor die een te hoge bloeddruk had. Deze twee patiëntgroepen lopen het grootste risico op een trage nier.

Russisch onderzoek
Tegelijkertijd met dit onderzoek loopt er in Moskou een vergelijkbare studie, die zich meer direct richt op de hernieuwde doorbloeding. De onderzoekers van de Russian Academy of Medical Sciences meten eerst hoe snel de getransplanteerde nier in eerste instantie opwarmt: dit is een maat voor de snelheid waarmee het orgaan weer doorbloed raakt. Ze doen dit met behulp van infraroodopnames. Daarnaast kijken ze in de eerste week na transplantatie naar de snelheid waarmee het creatinine van de patiënt daalt, als maat voor het functioneren van de nier. Ze gebruiken ook de Dopplertechniek om de bloedstroom in de nier te meten in de eerste week na transplantatie.

Op een termijn van een jaar vergelijken deze onderzoekers ook hoe de nieren en de patiënten zich houden, vergeleken met de controlegroep. Anders dan in de Amerikaanse studie krijgt deze controlegroep geen placebobehandeling: die ondergaan een normale transplantatie. Een ander verschil is dat aan dit onderzoek ook patiënten mogen deelnemen die een nier van een levende donor ontvangen.

Frans onderzoek
Behalve deze twee onderzoeken, die zich beide richten op ischemie-reperfusieschade, loopt er in Frankrijk nog een onderzoek naar eculizumab bij subklinische afstoting van een getransplanteerde nier waarbij antilichamen een rol spelen. In de Verenigde Staten een naar de inzetbaarheid van het middel om transplantatie mogelijk te maken bij patiënten met het anti-fosfolipidensyndroom. En dan nog naar toepassingen buiten de nieren, zoals bij maculadegeneratie.

De meeste van deze onderzoeken zijn fase II-studies, wat een vrij vroeg stadium is van onderzoeken bij mensen. Het gebeurt regelmatig dat een nieuw geneesmiddel in deze fase sneuvelt. Het voordeel dat eculizumab hierbij dan weer heeft, is dat het een bestaand, al goedgekeurd middel is. Hoewel niet te verwachten valt dat het voor alle aandoeningen waarbij het onderzocht wordt veilig en werkzaam ingezet zal kunnen worden, lijkt eculizumab op dit moment de weg af te leggen van een medicijn voor enkele zeer zeldzame aandoeningen, naar een behoorlijk brede toepasbaarheid.

sterren Gepubliceerd: dinsdag 02-09-2014 | Nog geen reacties




Hogere sterfte niertransplantatiepatiŽnten die maagzuurremmers gebruiken

Door Rosa Wouda - Een interview met arts-onderzoeker Rianne Douwes en nefroloog Stephan Bakker van het UMCG over hun onderzoek naar het verband tussen het gebruik van maagzuurremmers en sterfte na niertransplantatie.

Rianne heeft geneeskunde gestudeerd aan de universiteit van Groningen. Tijdens haar studie was ze lid van het Prometheus-Nierteam, waardoor haar interesse in wetenschappelijk onderzoek en transplantatiegeneeskunde groeide. Haar laatste coschap heeft ze gedaan op de afdeling maag-, darm- en leverziekten. Sinds ruim drie jaar werkt zij als arts-onderzoeker voor de TransplantLines studie; een grootschalig onderzoek, langlopend onder in het UMCG getransplanteerde patiŽnten, onder leiding van prof. dr. Bakker. Passend bij haar interesse in de transplantatiegeneeskunde, alsmede het maagdarmstelsel, doet zij nu onderzoek naar het gebruik van maagzuurremmers bij patiŽnten met een niertransplantatie.

Lees meer »

Verfijndere behandeling ANCA-vasculitis stap dichterbij »

Van de Late Breaking Clinical Trials die tijdens het ERA-EDTA congres gepresenteerd zijn, hebben er twee betrekking op ANCA-vasculitis. Zowel met betrekking tot het terugdringen van een actieve aanval, als het voorkomen van een terugval is in Cambridge medicijnonderzoek gedaan dat een stap in de richting zet van meer op de patiënt afgestemde behandeling. Late Breaking Clinical Trials (LBCTs) zijn, zoals de naam al zegt, klinische studies, dus uitgevoerd onder patiënten.

Lees meer »

Kunnen ouderen met minder medicatie toe?  »

Ouderen die een nieuwe nier krijgen hebben veel minder vaak een afstoting dan jonge mensen. Als ze de eerste drie maanden na de transplantatie geen afstoting hebben gehad, dan is de kans ook klein dat dat nog gaat gebeuren. Dat ouderen minder vaak een afstoting hebben komt waarschijnlijk vooral doordat hun immuunsysteem minder goed werkt. Ouderen krijgen echter doorgaans wel dezelfde hoeveelheid medicatie als jongere mensen.

Lees meer »







NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
Ons Pricaystatement vindt u hier