Mail: redactie@niernieuws.nl | 030 - 288 9994 | NL16 TRIO 0197 707866



Reageer | Verstuur | Druk af   

HIV in getransplanteerde nier ondanks effectieve antivirale therapie

Door Albert de Vreede 

Niertransplantatie bij mensen met een HIV-infectie is gemeengoed geworden sinds er goede resultaten mee behaald worden. Maar soms gaat de getransplanteerde nier om onduidelijke redenen verloren. Franse onderzoekers denken daar nu de reden voor gevonden te hebben. Ze hebben aangetoond dat de getransplanteerde nier met HIV-1 geïnfecteerd wordt, ondanks het feit dat HIV-1 met combinatie-antivirale-therapie zo goed onderdrukt wordt dat het virus in het bloed niet meer detecteerbaar is. De onderzoekers hebben meteen een test ontwikkeld, waarmee HIV-1 in de urine van de geïnfecteerde transplantaatnier kan worden aangetoond.

Door het beschikbaar komen van de combinatie-antivirale-therapie is een infectie met HIV-1 een goed te behandelen chronische ziekte geworden. Nierfalen komt verhoudingsgewijs vaak voor bij mensen met een HIV-1 infectie. De oorzaak van het nierfalen is meestal een agressieve vorm van FSGS die HIV-associated nefropathie (HIVAN) wordt genoemd. Bij HIVAN is de nier geïnfecteerd met HIV-1. Tot voor kort was dialyse de enige behandeling voor deze groep patiënten. Doordat HIV heel effectief onder controle te houden is, is niertransplantatie een uitstekend alternatief geworden. Met resultaten die even goed zijn als bij mensen die niet met HIV-1 geïnfecteerd zijn. De 3-jaars overleving van de getransplanteerde nier is echter slechter; iets wat men nog niet goed begrijpt.

Franse onderzoekers hebben nu gekeken of HIV-1 zelf misschien een rol speelt bij het niet meer goed functioneren van de getransplanteerde nier. In hun transplantatiecentrum zijn 939 niertransplantaties gedaan waarvan 19 naar HIV-1 geïnfecteerde patiënten. Alle patiënten met HIV werden behandeld met combinatie-antivirale-therapie zodat geen virus meer in het bloed gedetecteerd kon worden. Met verschillende technieken (PCR en in situ hybidisatie) hebben ze in nierbiopten naar de aanwezigheid van het HIV-virus gezocht. Bij zes patiënten vonden ze geen virus in de nier.

Bij vijf patiënten troffen ze HIV-1 in cellen van nierfilters (podocyten) aan. En bij acht patiënten is HIV-1 in de cellen van de nierbuisjes (tubuluscellen) gevonden. Hoewel het aantal bestudeerde patiënten klein is, lijkt het erop dat voornamelijk bij de patiënten die HIV-1 in de nierfilters hebben zitten, de nierfunctie snel achteruit gaat. Bij patiënten met HIV-1 in de nierbuisjes blijft de nierfunctie stabiel. Bij de patiënten met HIV-1 in de cellen van de nierfilters is ook veel eiwit (albumine) in de urine aan te tonen, terwijl dat bij de patiënten met virus in de cellen van de nierbuisjes niet zo is. Twee van deze vijf patiënten met HIV-1 in de podocyten verloren hun nier al binnen drie jaar na transplantatie en moesten weer gaan dialyseren.

De getransplanteerde nier wordt geïnfecteerd, terwijl er geen HIV-1 virus (RNA)  meer in het bloed aantoonbaar is. Dat is moeilijk te begrijpen. De onderzoekers probeerden om naar zoveel mogelijk factoren te kijken die een rol zouden kunnen spelen. Zowel het APO L1 genotype als een SNP bij de HLA-C locus speelt geen rol. Ook het coreceptorgebruik van het virus (CCR5 of CXCR4) lijkt niet belangrijk te zijn. Mogelijk vindt infectie van de getransplanteerde nier plaats via cel-celcontact tussen latent geïnfecteerde CD4+ T-cellen in het bloed en cellen van de nier.

Omdat door de effectieve antivirale therapie HIV-1 in het bloed niet meer aan te tonen is, keken ze of het virus wellicht in de urine is te vinden. Dat blijkt inderdaad het geval te zijn. Bij een geïnfecteerde nier is er met een PCR HIV-1 DNA en/of RNA in de urine te vinden en bij een niet geïnfecteerde nier is dat niet zo. Als er ook nog eiwit in de urine zit, zijn de nierfilters aangetast en leidt dat waarschijnlijk op termijn tot nierfalen. Op basis van dit onderzoek lijkt het dan ook nodig om met grote regelmaat te blijven testen op eiwit in de urine van getransplanteerden met HIV-1.

sterren Gepubliceerd: dinsdag 17-12-2013
Bron: Journal of the American Society of Nephrology | Nog geen reacties




Huisdieren mogelijk bron van hepatitis E

Huisdieren zijn veel vaker dan gedacht besmet (geweest) met het virus dat hepatitis E veroorzaakt, en zouden daarmee wel eens een bron van besmetting voor mensen kunnen zijn. Dit is voor gezonde mensen over het algemeen niet gevaarlijk, maar kan dat wel zijn voor mensen die een verminderde afweer hebben, bijvoorbeeld getransplanteerden.

Vrij veel mensen hebben op enig moment in hun leven een infectie met het hepatitis E-virus, meestal niet ernstig. Maar wie een verminderde afweer heeft, bijvoorbeeld door de medicatie die transplantatiepatiënten gebruiken, kan er wel heel ziek van worden. Er zijn verschillende vormen van het virus: sommige komen alleen bij mensen voor, maar andere types circuleren ook onder wilde en gedomesticeerde dieren. De idee is dat mensen vooral besmet raken via varkens, of door (onvoldoende verhitte) varkenslever te eten. Maar Rotterdamse onderzoekers dachten dat er mogelijk nog een andere besmettingsweg is, omdat er zo veel mensen zijn die ooit besmet raken. Terwijl het virus niet makkelijk van mens tot mens wordt overgedragen.

Ze hebben, in samenwerking met de faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht en Wageningen Universiteit, het bloed van honden, katten en paarden onderzocht. Daaruit blijkt dat 15 tot 20% van deze huisdieren antistoffen tegen het virus in het bloed heeft, en dus ooit besmet is geweest. Waarschijnlijk doordat er varkenslever verwerkt is in het voer.

Lees meer »

Kunnen ouderen met minder medicatie toe?  »

Ouderen die een nieuwe nier krijgen hebben veel minder vaak een afstoting dan jonge mensen. Als ze de eerste drie maanden na de transplantatie geen afstoting hebben gehad, dan is de kans ook klein dat dat nog gaat gebeuren. Dat ouderen minder vaak een afstoting hebben komt waarschijnlijk vooral doordat hun immuunsysteem minder goed werkt. Ouderen krijgen echter doorgaans wel dezelfde hoeveelheid medicatie als jongere mensen.

Lees meer »

Advies voor afweeronderdrukkers tijdens corona »

De richtlijncommissie van de Nederlandse Federatie voor Nefrologie (NFN) heeft een advies opgesteld voor de behandeilng met medicijnen van nier(transplantatie)patiënten tijdens de coronacrisis. De titel van het advies is 'Starten en aanpassen van immuunsuppressie voor nefrologische aandoeningen tijdens SARS-CoV2-epidemie'.

Lees meer »







NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
Ons Pricaystatement vindt u hier