Mail: redactie@niernieuws.nl | 030 - 288 9994 | NL16 TRIO 0197 707866



Reageer | Verstuur | Druk af   

Zeven vragen aan programmamanager Jasper Boomker

Door Redactie NierNieuws 

Jasper Boomker (1976) studeerde Medische
Biologie aan de Universiteit van Utrecht en
promoveerde in 2006 bij de afdeling Medische
Biologie van het UMC Groningen op virale
chemokine modulerende eiwitten. Na zijn
promotie deed hij onderzoek naar de bio-
artificiële nier en verrichtte hij in opdracht van
de Nierstichting een kennisinventarisatie over
tissue engineering van nieren. Sinds 2009 werkt
hij als programmamanager bij de afdeling
Zorg & Innovatie van de Nierstichting en is hij
betrokken bij verschillende nationale en
Europese publiek-private samenwerkingen
gericht op verbetering van de dialyse-
behandeling, de draagbare kunstnier en
stamcelonderzoek. 

Waarom is nefrologie zo’n mooi vak 
Het mooie aan de nefrologie vind ik de veelzijdigheid, het raakt aan veel aspecten van onze gezondheidszorg, van publieke gezondheid tot dialyse en transplantatie. Daarnaast zijn er ook veel sociaal-maatschappelijke uitdagingen waar een nierpatiënt mee te maken krijgt. Het leuke aan het werken bij de Nierstichting vind ik de samenwerking met veel verschillende partijen in het veld die betrokken zijn bij de zorg voor nierpatiënten en niet in de laatste plaats de nierpatiënten zelf. De gedrevenheid van vele deskundigen die zich –vaak belangeloos- inspannen om een project voor ons te beoordelen of mee denken over een bepaalde oplossing vind ik er stimulerend.  

Wat maakt u het meest en wat het minst gelukkig in uw werk
Mijn werk gaat vaak over innovatieve projecten gericht op verbetering van de dialysebehandeling. Bijvoorbeeld de draagbare kunstnier. Als programmamanager probeer ik een initiërende en daarna een faciliterende rol te spelen in het tot stand komen van nieuwe projecten gericht op de technologische verbetering van de dialysebehandeling. En aangezien innovatie vaak tot stand komt door mensen uit verschillende kennisgebieden bij elkaar te brengen, ben ik het meest gelukkig als ik zie dat een ontmoeting tussen twee of meer mensen uit een ander vakgebied ook leidt tot een vruchtbare samenwerking en nieuwe inzichten. Het minst gelukkig word ik op de momenten dat je constateert dat je handen en hoofd tekort komt. Soms zijn er teveel onderwerpen tegelijk relevant. Keuzes maken is noodzakelijk, maar het liefste zou ik alles tegelijk doen.   

Welke gebeurtenis heeft in uw loopbaan de meeste indruk op u gemaakt
Ik vind het moeilijk om nu één specifieke gebeurtenis te noemen. Maar de verhalen van patiënten die zelfs na twee mislukte transplantaties en vele tegenslagen toch de moed niet laten zakken vind ik altijd erg aangrijpend. 

Op welke prestaties in uw werk bent u het meest trots
Als programmamanager sta je toch een beetje aan de zijlijn en probeer je de randvoorwaarden te scheppen die onderzoek of ontwikkeling door anderen mogelijk maken. In mijn werk kan ik een beetje trots zijn op de projecten die inmiddels zijn ingezet ten behoeve van de ontwikkeling van een draagbare kunstnier. Onze bijdrage daaraan is vooral dat we hebben geholpen de goede ideeën hierover samen te vatten in een onderzoeksagenda, de juiste mensen hebben weten te motiveren om hierop samen te werken, en dat we door fondsenwerving geld hebben gevonden om deze ontwikkeling in gang te zetten. Maar echt trots ben ik pas als die kunstnier er ook daadwerkelijk is.
Het minst trots ben ik op de projecten die ook belangrijk zijn, maar waarvan ik vind dat we er te weinig voortgang in maken. In mijn aandachtsgebied zijn dat bijvoorbeeld de projecten gericht op verbeteringen van de vaattoegangszorg en onderzoek naar herstel en genezing van nierziekte. Deze staan uiteraard op de agenda voor volgend jaar.  

Waar zou meer of juist minder onderzoek naar gedaan moeten worden
Ik denk dat er al heel veel goed onderzoek gedaan wordt in de nefrologie, maar het valt me op dat er niet veel projecten zijn die de grenzen van het vakgebied overstijgen. De Niertstichting financiert enkele projecten vanuit nefrologische centra die samenwerken met technische universiteiten, bijvoorbeeld op het gebied van nieuwe dialysemembranen, optische sensoren en vaattoegangswegen. Dan zie je dat er soms verrassend veel innovatie mogelijk is. Daar is nog veel te winnen! Een zorg is dat in Nederland veel geld gaat naar heel grote onderzoeksconsortia, vaak in samenwerking met het bedrijfsleven. Hoewel ik een groot voorstander ben van projecten die onderzoeksresultaten proberen te vertalen naar iets bruikbaars voor de patiënt, zie ik ook dat de balans de laatste jaren soms teveel in die richting is doorgeslagen. Helaas ten koste van kleinschalige, lokaal georganiseerde, onderzoeksprojecten die tenslotte de basis vormen voor de innovatie van morgen. Fundamenteel en toegepast onderzoek zouden meer in balans moeten zijn. 

Als u minister van Volksgezondheid was, wat zou u dan als eerste doen
De marktwerking in de zorg zou ik aanpakken. Tenminste in die gevallen waarin marktwerking niet meer het belang van de patiënt dient. Daarnaast denk ik dat we meer zouden moeten inzetten op preventie. Dat is een dooddoener, maar veel goede initiatieven voor vroege opsporing en behandeling van nierschade lopen nog steeds stuk door het ontbreken van een bekostiging of duidelijke inbedding. 

Ten slotte: waar bent u en wat doet u over tien jaar
Ik hoop dat de Nierstichting de maatschappelijke meerwaarde houdt die het nu heeft en dat we dat ook kunnen blijven uitdragen. In deze tijd waarin de collecte onder druk staat en er veel negatieve aandacht is voor de bestedingen van goede doelen is dat niet vanzelfsprekend meer en moeten we dus nog beter uitleggen wat we doen. Over tien jaar hoop ik te kunnen zeggen dat ik heb bijgedragen aan een positief en daadkrachtige imago van de Nierstichting en bovenal dat ik iets heb kunnen toevoegen aan de kwaliteit van leven van veel nierpatiënten. Geen idee waar ik dan werk, maar het zal iets zijn op het grensvlak van gezondheid en technologie in de non-profit sector. 


Dit is een artikel in een serie visies op het werkveld van professionals in de nierzorg. De artikelen verschijnen onregelmatig. Meewerken aan de serie? Mail naar redactie@niernieuws.nl

sterren Gepubliceerd: vrijdag 08-11-2013 | Nog geen reacties




Beterschappen start Gecombineerde Leefstijlinterventie gericht op nierpatiënten

Dat een gezonde leefstijl (gezonde voeding, voldoende beweging, slaap en ontspanning, stoppen met roken en alcohol matigen) belangrijk is, weten we al een tijd. Maar juist nu, tijdens deze COVID pandemie, is een gezonde leefstijl belangrijker dan ooit. De boodschap is 'Zorg goed voor jezelf. Gezond leven houdt je weerstand op peil. Je wordt minder snel ziek en bent beter beschermd tegen ziekmakende bacteriën en virussen, zoals het coronavirus. En als je toch ziek wordt, herstel je meestal sneller.' Tal van wetenschappelijke onderzoeken laten dit ook zien.

Voor wie zelf dit jaar ook een start wil maken met een gezondere leefstijl start Beterschappen met een leefstijlprogramma, de gecombineerde leefstijlinterventie (GLI). Speciaal voor nierpatiënten met een redelijke nierfunctie (30% of hoger) die een te hoog gewicht hebben (BMI van 25 of hoger) en graag willen afvallen. Het programma duurt twee jaar en je krijgt gedurende het gehele programma advies en begeleiding bij het aanleren van een gezonde leefstijl. Onder intensieve begeleiding van leefstijlcoach-diëtist Femke en fysiotherapeut Marieke werk je aan je gezondheid.

Lees meer »

Drijvende kracht achter donorwet publiceert boek: ‘Dat bepaal je zelf’ »

Vandaag, 5 februari 2021 verschijnt het boek ‘Dat bepaal je zelf’. Een onthullend boek over de tien jaar durende strijd voor een nieuwe Donorwet. ‘Dat bepaal je zelf' is geschreven door Ed van Eeden vanuit de ervaringen van Menno Loos. Van Eeden interviewde vele betrokkenen, onder wie Pia Dijkstra, Bruno Bruins, Frank de Grave en vele anderen.

Lees meer »

Verandering van symptomen belangrijk voor start dialyse »

Wat is het beste moment om te starten met dialyseren? Over deze vraag boog Cynthia Janmaat zich in haar promotie-onderzoek. Op 25 november j.l., verdedigde ze haar proefschrift waarin ze beschrijft hoe ze dichter bij een antwoord komt. In de praktijk blijkt regelmatig dat er patiënten zijn met een heel slechte nierfunctie, die daar nog nauwelijks last van hebben. Terwijl andere patiënten met een minder slechte nierfunctie juist meer symptomen ervaren.

Lees meer »







NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
Ons Pricaystatement vindt u hier