Mail: redactie@niernieuws.nl | 030 - 288 9994 | NL16 TRIO 0197 707866



Reageer | Verstuur | Druk af   

Niet alle HLA-antilichamen zorgen voor afstoting

Door Merel Dercksen 

Antilichamen tegen een transplantatienier verhogen het risico op afstoting. Maar uit Frans onderzoek blijkt dat niet alle anti-HLA-antilichamen dit doen. Het risico op falen van de nieuwe nier wordt alleen groter wanneer de antilichamen in staat zijn aan eiwitten van het complementsysteem te binden. Sommige patiënten maken wel antilichamen tegen het donorweefsel aan, maar die zijn niet in staat het complementsysteem te activeren. Deze patiënten lopen geen grotere kans op nierfalen dan getransplanteerde patiënten zonder antilichamen.

Als een getransplanteerde nierpatiënt antilichamen ontwikkelt tegen specifieke eiwitten van de donornier (HLA, humaan leukocyten antigeen), kan dat leiden tot afstoting. Bij dit proces is het complementsysteem betrokken, een deel van het immuunsysteem. De anti-HLA-antilichamen activeren het complementsysteem, en daardoor ontstaat een afweerreactie. Maar niet alle anti-HLA-antilichamen zijn in dezelfde mate in staat om aan een factor uit het complementsysteem te binden. Franse wetenschappers hebben onderzocht of de complementbindende capaciteit van antilichamen tegen donor-HLA een rol speelt bij het verloren gaan van de getransplanteerde nier.

De deelnemers aan hun onderzoek zijn patiënten die in de jaren 2005 tot en met 2010 in Parijs getransplanteerd zijn. De onderzoekers screenden hen op de aanwezigheid van donor-specifieke antilichamen tegen HLA, en bepaalden de mate waarin die antilichamen konden binden aan een complementfactor. Ook hielden ze bij of de getransplanteerde nier schade opliep, of er daarbij sprake was van antilichaam-geïnduceerde afstoting en, indien van toepassing, hoe lang het duurde voor een nier verloren ging.

De onderzoekers hebben de ruim duizend patiënten ingedeeld in drie groepen: met complementbindende antilichamen tegen donor-HLA, met antilichamen tegen donor-HLA die niet in staat zijn het complementsysteem te activeren, en zonder donorspecifieke antilichamen. Het blijkt dat het aantal patiënten dat vijf jaar na transplantatie nog een functionerende donornier heeft, in de laatste twee groepen vergelijkbaar hoog is. Maar de patiënten die antilichamen tegen donor-HLA hebben die in staat zijn het complementsysteem te activeren, krijgen veel vaker te maken met antilichaamgemedieerde afstoting en lopen een ruim vier keer zo groot risico hun nier in die eerste vijf jaar te verliezen.

Voorspellende modellen die patiënten die een groot risico op verlies van de getransplanteerde nier lopen moeten identificeren, scoren beter als daar de aanwezigheid van complementbindende anti-donor-HLA antilichamen als variabele aan wordt toegevoegd.

sterren Gepubliceerd: dinsdag 01-10-2013
Bron: New England Journal of Medicine | Nog geen reacties




Thuis prikken voor medicijnspiegel

Een dried blood spot is niets anders dan een bloeddruppeltje uit een vingerprik op een kaartje. Thuis op de bank afgenomen en opgestuurd naar het lab. Herman Veenhof, ziekenhuisapotheker in opleiding en onderzoeker in het UMC Groningen, vraagt zich in zijn promotieonderzoek af of dit polibezoeken van transplantatiepatiënten kan vervangen. En als je toch naar de poli moet komen, kan het dan voor de artsen en voor de patiënten efficiënter? Op 24 februari zal hij zijn proefschrift hierover verdedigen.

'Uit zo'n dried blood spot, ik gebruik bewust de Engelse term want dat doet iedereen, kunnen we creatinine en de vijf meest gebruikte immunosuppressiva meten', legt Veenhof uit. Een patiënt kan zelf thuis bloed prikken en een enkel druppeltje opsturen naar het lab waar het geanalyseerd wordt. De vraag is echter of dit net zo goed en betrouwbaar is als de gewone methode, de buisjes bloed die al twintig jaar worden geprikt en geanalyseerd?

Om antwoord op die vraag te vinden heeft Veenhof transplantatiepatiënten op de prikpoli gevraagd om op hetzelfde tijdstip, tijdens de afname van het buisje bloed, ook een dried blood spot te prikken. Wat bleek? De labwaardes uit een buisje bloed en uit de dried blood spots die op hetzelfde tijdstip geprikt waren, kwamen goed overeen.

Lees meer »

Nier kan na acute schade soms toch getransplanteerd worden »

Veel donornieren van overleden donoren worden meteen afgeschreven omdat de donor acuut nierfalen (Acute Kidney Injury - AKI) had. Recent Amerikaans onderzoek suggereert echter dat een aantal van deze afgeschreven donornieren nog goed getransplanteerd hadden kunnen worden. In Amerika staan ongeveer 95.000 mensen op de wachtlijst voor een donornier. Per jaar vallen ongeveer 9.000 wachtenden af, omdat zij overlijden, of te veel achteruit gaan om nog een nier te ontvangen.

Lees meer »

Schommeling medicijnspiegel beïnvloedt afweercellen na transplantatie »

Patiënten hebben zelf aardig wat invloed op een goede afloop na een niertransplantatie door hun medicijnen elke dag trouw in de dezelfde dosis en op hetzelfde tijdstip in te nemen. Als ze dat niet doen, dan kunnen schommelingen in de bloedwaardes van de afweeronderdrukkende medicijnen ertoe leiden dat de nieuwe nier minder goed werkt en in het ergste geval wordt afgestoten. Maar ook patiënten die hun medicijnen wel altijd netjes op tijd innemen kunnen schommelende bloedwaardes hebben.

Lees meer »







NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
Ons Pricaystatement vindt u hier