Mail: redactie@niernieuws.nl | 030 - 288 9994 | NL16 TRIO 0197 707866



Reageer | Verstuur | Druk af   

Zeven vragen aan nefroloog Ron Gansevoort

Door Redactie NierNieuws 

Ron Gansevoort (1964), werkt in het UMC
Groningen als nefroloog, studeerde in
Groningen, werd opgeleid in Groningen, Tanzania
en Glasgow en promoveerde in 1995 cum laude
op het proefschrift “Mechanism and benefits of
the antiproteinuric effect of ACE inhibition”.
Zijn belangrijkste nevenfuncties: lid van de
Wetenschappelijke Raad van de Nierstichting en
de werkgroep STOP Chronische Nierschade, en
lid van de stuurgroepen van het CKD Prognose
Consortium, het EuroCYST consortium en het
DIPAK Consortium.

Waarom is nefrologie zo’n mooi vak
Nefrologie is een beschouwend vak met chronische patiënten, die ik gedurende langere tijd mag begeleiden en daardoor goed kan leren kennen. Vaak gaat de nierfunctie achteruit, maar in tegenstelling tot andere chronische ziektebeelden in de Interne Geneeskunde die 'bergaf' gaan kun je patiënten uiteindelijk ook wat bieden, in de vorm van dialyse en met name transplantatie. Deze aspecten spreken mij zeer aan. 

Wat maakt u het meest en wat het minst gelukkig in uw werk
Patiëntencontacten. Wetenschap is heel mooi, maar patiëntencontacten vormen toch de echte motivatie voor het vak. Dat in een consult van 15 minuten patiënten soms volledige openheid geven, en dat je als dokter met hen mag meedenken en hen begeleiden wat betreft lief en leed, medisch zowel als sociaal, is een groot voorrecht, waar ik iedere keer weer van onder de indruk ben. Dat we in ziekenhuizen in steeds grotere structuren gaan werken, waarvan het de insteek is dat die doelmatig gaan werken spreekt me het minst aan. Het doel is vaak een effectieve bedrijfsvoering, dat wil zeggen kostenreductie, en helaas vaak niet een betere zorg voor patiënten.

Welke gebeurtenis heeft in uw loopbaan de meeste indruk op u gemaakt
Dat is een moeilijke vraag. Waarschijnlijk toch dat in het verleden één van mijn familieleden afhankelijk is geworden van nierfunctie-vervangende behandeling. Dat maakt waarschijnlijk toch dat ik anders ben gaan kijken naar het vakgebied, organisatie van zorg en omgang met patiënten.

Op welke prestaties in uw werk bent u het meest en het minst trots
Het meest trots ben ik dat ik op 'meta-niveau' zaken heb kunnen toevoegen aan mijn vakgebied. Ik heb bijvoorbeeld substantieel kunnen bijdragen aan de nieuwe KDIGO classificatie van Chronische Nierschade. Dat zal impact hebben op miljoenen mensen wereldwijd en op de toekomst van mijn vakgebied. Hetzelfde geldt voor de ontwikkeling van nieuwe behandelingen voor patiënten met erfelijke cystenieren. En het minst dat het niet gelukt is screening op albuminurie onderdeel te laten zijn van het Preventie Consult zoals dat door huisartsen is ingevoerd om te screenen op chronische aandoeningen zoals diabetes en hart- en vaatziekten. Een gemiste kans voor huisartsen en met name de patiëntengroep. 

Waar zou meer of juist minder onderzoek naar gedaan moeten worden
Meer naar wat mij betreft twee aspecten. Ten eerste preventie van chronische nierschade. Vaak komt de grote winst in de geneeskunde voort uit preventie, en niet uit intensieve zorg voor het latere probleem. Ten tweede, onderzoek wordt vooral verricht naar zogenaamd hard te meten eindpunten, zoals sterfte, optreden van ziekte en ziekenhuisopnames. Voor patiënten zijn vaak andere problemen veel relevanter, zoals een vermindering van moeheid en jeuk. Dit soort problemen zou in onderzoek moeten worden opgenomen als eindpunten. En minder onderzoek naar zogenaamde 'me-too' producten. Geneesmiddelen voor indicaties waar het grote geld te verdienen is, maar waarvoor eigenlijk weinig medische vraag is, bijvoorbeeld het zoveelste bloeddrukverlagende medicament.

Als u minister van Volksgezondheid was, wat zou u dan als eerste veranderen
Het elektronisch patiëntendossier zou zo snel mogelijk ingevoerd worden. Dat huisartsen, specialisten en apothekers niet op de hoogte zijn van elkaars bevindingen en beleid is omslachtig en zorgt voor veel onnodige fouten, complicaties en zelfs sterfgevallen.

Ten slotte: waar bent u en wat doet u over tien jaar
Had ik maar een kristallen bol waarmee ik de toekomst kon voorspellen… Als ik hem had zou ik overigens niet willen weten waar ik was en wat ik deed over 10 jaar. Dergelijke kennis zou mij verlammen. Mijn werk is voor een groot deel afhankelijk van het inspelen op de actualiteit. Zelfs een streven wat ik zou doen over 10 jaar is daarom moeilijk aan te geven. Dat kan onder invloed van de omstandigheden zo wijzigen. Maar ik hoop op 'meta-niveau' aan mijn vakgebied te blijven bijdragen.


Dit is een artikel in een serie visies op het werkveld van professionals in de nierzorg. De artikelen verschijnen onregelmatig. Meewerken aan de serie? Mail naar redactie@niernieuws.nl

sterren Gepubliceerd: donderdag 05-09-2013 | Reacties (3)

Reacties

Reageer op dit artikel

  • Annetta , sappemeer
    03-02-2015 20:59

    Echt een geweldige arts (en nu ook nog eens professor geworden, TOP)! Bij veel artsen krijg ik al snel te horen (of alleen de indruk al) dat iets "achter de oren zit" maar bij Gansevoort heb ik dat helemaal niet!! Een duidelijke man....daar hou ik van!😉

  • Brenda de Coninck
    06-09-2013 10:50

    Een nierpatiŽnt mag zich gelukkig prijzen met een arts zoals hij: een uitblinker op zijn vakgebied, ťn oog en oor hebbend voor de mens achter de aandoening.

  • Margot
    05-09-2013 23:27

    Geweldig arts! Mijn persoonlijke held! Ontzettend leuk stukje!




Kinderen met cystenieren hebben vaak hoge bloeddruk

Hoge bloeddruk blijkt vaak voor te komen bij kinderen met cystenieren, zowel overdag als 's nachts. Ook bij kinderen die verder geen klachten hebben. Wel lijkt er een verband tussen hoe snel de cysten zich op de kinderleeftijd ontwikkelen en het risico op te hoge bloeddruk.

Cystenieren, specifiek ADPKD, is de meest voorkomende erfelijke nierziekte. Meestal geeft deze aandoening pas klachten als patiënten volwassen zijn. Maar soms treden er op kinder- of tienerleeftijd al symptomen op, zoals een hoge bloeddruk. Hoe vaak dat voorkomt is nog maar beperkt vastgelegd, omdat veel ouders die de aandoening zelf hebben, hun kinderen niet laten testen zolang die geen klachten hebben. De kinderen hoeven dan ook niet op te groeien in de wetenschap dat ze een ziekte hebben waar op dat moment niets aan te doen is.

Andere ouders laten hun kinderen juist wel testen, zodat ze er op tijd bij kunnen zijn als het kind klachten begint te krijgen. Van deze kinderen zijn dan vaak ook wel bloeddrukgegevens bekend. Een internationaal team onderzoekers heeft in 22 voornamelijk Europese behandelcentra gegevens verzameld van kinderen bij wie bevestigd was dat ze ADPKD hadden.

Lees meer »

Onderzoeksdeelnemers met cystenieren vooraf indelen voor meer effect »

Amerikaanse onderzoekers hebben een methode ontwikkeld om patiënten met erfelijke cystenieren in te delen naar ernst, op basis van beeldvormend onderzoek. Ze hebben deze methode getest op een groep patiënten uit een ander onderzoek. De indeling blijkt het mogelijk te maken die patiënten te selecteren bij wie de aandoening het snelst verergert, en bij wie daardoor ook het grootste effect van de onderzochte ingreep te zien is.

Lees meer »

Grotere kans op trombose bij verwijderen cystenieren tijdens transplantatie »

Met het oog op afstoting kan het geen kwaad in dezelfde operatie cystenieren te verwijderen en een donornier te plaatsen, zo blijkt uit recent Amerikaans onderzoek. Wel is er een hoger risico op trombose in de niervaten. Bij patiënten met polycysteuze nierziekte (Polycystic Kidney Disease - PCKD of ook wel PKD) ontstaan cysten (vochtblazen) in de nieren, die daardoor steeds slechter gaan functioneren. De ziekte is erfelijk.

Lees meer »







NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
Ons Pricaystatement vindt u hier