Mail: redactie@niernieuws.nl | 030 - 288 9994 | NL16 TRIO 0197 707866



Reageer | Verstuur | Druk af   

Lage magnesiumspiegel verhoogt kans op diabetes na niertransplantatie

Door Merel Dercksen 

Een te laag magnesiumgehalte in het bloed lijkt het risico op diabetes na een niertransplantatie te vergroten, stellen Canadese onderzoekers. Een mogelijke verklaring is dat een lage magnesiumspiegel bijdraagt aan insulineresistentie, wat, als het maar erg genoeg wordt, tot diabetes leidt.

Er is een verband tussen magnesium en diabetes, maar hoe dat precies ligt is nog niet duidelijk. Ook is diabetes een bekende complicatie na een transplantatie, maar krijgt niet iedere niergetransplanteerde dat. Er zijn eerder onderzoeken uitgevoerd waaruit een lage magnesiumspiegel een risicofactor voor nieuw ontstane diabetes bleek, maar er is nog geen consensus over of dit verband wel bestaat, laat staan over de sterkte ervan. 

Een team wetenschappers uit Toronto heeft de statussen van 838 mensen die tussen 2000 en 2010 in het Toronto General Hospital een nieuwe nier kregen, geanalyseerd. Patiënten die tegelijkertijd of eerder een ander orgaan getransplanteerd hadden gekregen, al diabetes hadden, van wie de nier niet direct werkte of van wie labbepalingen ontbraken, lieten ze buiten beschouwing. Van de 838 overgebleven patiënten waren bepalingen van de magnesiumspiegels voor en enkele malen na de transplantatie beschikbaar.

Driekwart van de patiënten had voorafgaand aan de transplantatie te weinig magnesium in zijn bloed. De beide groepen, met normaal en te laag magnesium, waren op andere punten vergelijkbaar. De onderzoekers vonden een verband tussen de magnesiumspiegel een maand na transplantatie, en het risico op nieuw ontstane diabetes. Patiënten met de laagste magnesiumspiegels hadden een bijna 50% verhoogd risico op diabetes vergeleken met patiënten met een normale magnesiumspiegel.

Het verband dat de onderzoekers vonden was groot, maar de stijging bleek niet statistisch relevant, en moet beschouwd worden als een trend. Toch zegt hoofdonderzoeker Joseph Kim, die zijn studie gepresenteerd heeft tijdens de jaarlijkse bijeenkomst van de Canadian Society of Transplantation: 'Als we dit verband kunnen bevestigen in verdere analyses, kan dat gevolgen hebben voor de handhaving van een goede magnesiumspiegel na een niertransplantatie, vooral bij de patiënten die een verhoogd risico op diabetes lopen. We voeren geen veranderingen door in onze zorg tot we de follow-up-analyse compleet hebben, hopelijk eind september.'

sterren Gepubliceerd: vrijdag 05-04-2013
Bron: Renal and Urology News | Nog geen reacties




Familie wel screenen bij zeldzame erfelijke nierstenen

Primaire hyperoxalurie is een zeldzame, erfelijke ziekte. De meeste patiënten krijgen de diagnose als ze al symptomen vertonen. Volgens recent Amerikaans onderzoek is het echter wenselijk om familieleden van patiënten te testen op de ziekte, ook als ze nog geen symptomen hebben. De ziekte kan dan eerder ontdekt worden, en de patiënt beter behandeld.

Primaire hyperoxalurie (PH) is een erfelijke stofwisselingsziekte, waarbij de lever te veel oxaalzuur aanmaakt. Het teveel aan oxaalzuur moet via de nieren en de urine worden uitgescheiden, maar in de nieren kan het zuur zich aan het aanwezige calcium verbinden, waardoor nierstenen kunnen ontstaan. De nieren, en overigens ook andere organen, kunnen met de tijd slechter gaan functioneren, zelfs tot nierfalen aan toe. De ernst van de symptomen verschillen echter van patiënt tot patiënt; sommige mensen hebben de ziekte zonder veel symptomen te vertonen. Het komt weinig voor, in Nederland zijn er ongeveer 100 patiënten.

Lees meer »

NN TV: De calciumpoortwachter TRPV5 in beeld »

Onderzoekers van de Radboud Universiteit Nijmegen zijn erin geslaagd de structuur van het ionkanaal TRPV5 in beeld te brengen. Dit eiwit bevindt zich in niercellen en regelt hoeveel calcium de cellen in en uit gaat. Dr. Jenny van der Wijst en Mark van Goor MSc vertellen hoe ze tot deze doorbraak zijn gekomen.

Nierstenen groeien net als kristallen »

Calciumoxalaatnierstenen, de meest voorkomende vorm, ontwikkelen zich net zoals steenachtige kristallen in de vrije natuur, schrijven geologen. Dat betekent dat er afwisselend periodes van afzetting en aangroeien en van weer oplossen plaatsvinden. Tot nu toe werd altijd gedacht dat nierstenen in het lichaam onoplosbaar zijn. Kristalvorming in de natuur is een dynamisch proces. Vanuit een kleine kern groeit het gesteente laag voor laag aan, maar tussentijds lost er ook weer een deel op.

Lees meer »







NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
Ons Pricaystatement vindt u hier