Mail: redactie@niernieuws.nl | 030 - 288 9994 | NL16 TRIO 0197 707866



Reageer | Verstuur | Druk af   

Nierstenen: Pijnlijk maar vaak te voorkomen

Door Mustafa Alamyar 

NierNieuws Special door Mustafa Alamyar

Nierstenen zijn een probleem waar relatief veel patiŽnten mee geconfronteerd worden. De nierstenen zijn er in verschillende soorten en elk soort heeft zijn eigen vormingsproces. Veel mensen zijn zich niet bewust van het feit dat hun leefstijl een grote invloed heeft op de kans dat ze ooit een steen krijgen in de urinewegen.

Het proces van steenvorming wordt in de medische literatuur urolithiasis genoemd. Afhankelijk van de locatie noem je het een niersteen (in de nier), uretersteen (in de urineleider) of een blaassteen (in de blaas). Tot 1900 kwamen de urinewegstenen vooral voor in de blaas, maar met de toegenomen hygiŽne hebben we tegenwoordig vooral te maken concrementen hoger in de urinewegen. De volgende soorten stenen worden onderscheiden: calciumoxalaatmonohydraat (wheweliet), calciumoxalaatdihydraat (weddeliet), apatiet, brushiet, struviet, urinezuurstenen en cystinestenen.

Een wheweliet concrement groeit langzaam, maar is heel hard en dus meestal moeilijk te vergruizen. Een weddeliet is bros en het groeit snel en daardoor komt het ook sneller terug. Deze twee soorten stenen koment het meest voor (61%). Een apatietsteen, 18% van het totaal, is bros, wit en groeit in alkalische (niet zure) urine. Struvietstenen (een mengsel van magnesium, ammonium en fosfaat) worden ook wel infectiestenen genoemd, omdat ze alleen in geÔnfecteerde urine ontstaan. Bij infectiestenen wordt vooraf aan de uitwendige vergruizingsbehandeling altijd antibiotica gegeven om bijvoorbeeld een urosepsis (bacterie in de circulatie) te voorkomen.

Urinezuurstenen, 3% van het totaal, ontstaan bij een heel zure urine en lossen langzaam op wanneer de urine medicamenteus basischer wordt gemaakt. Cystinestenen zijn het zeldzaamst en deze stenen ontstaan door een autosomaal dominant erfelijke afwijking waardoor de nieren door een resorptiestoornis onder andere cystine niet goed kunnen opnemen.

De stenen ontstaan doordat de urine te weinig stoffen bevat die steenvorming tegengaan, zoals citraat dat zich kan binden aan calcium wat een rol speelt bij calciumoxalaatstenen (grootste groep stenen). Citraat gaat dus samen met nog enkele eiwitten kristalvorming tegen in de urine. Kristalvorming is op zichzelf geen probleem, want ook gezonde mensen krijgen kristalletjes na een maaltijd (die rijk is aan oxaalzuur). Het wordt pas een probleem wanneer de desbetreffende kristallen aan elkaar gaan kleven en zo een steen vormen die klachten geeft. Sterke thee (zonder melk), chocolade, bladgroente, ijsthee, rabarber, bieten en spinazie zijn voorbeelden van voedingsmiddelen met veel oxaalzuur.

Door veel water te drinken nemen de concentraties van de zouten in de urine af en wordt de kans op kristalvorming in urine kleiner. Vooral na het eten en voor het slapen is het aan te raden om goed te drinken.

Als iemand eenmaal een niersteen heeft gekregen dan is er 50% kans dat er nog een keer steentjes gevormd zullen worden in de nier nadat iemand steenvrij is. Waarom een pijnlijke niersteenvergruizing ondergaan als het makkelijker kan? Waarom wachten op de kolieken? U bent aan zet, eet en leef bewust!

sterren Gepubliceerd: vrijdag 13-08-2010
Bron: Urologie EMC | Nog geen reacties




Advies voor afweeronderdrukkers tijdens corona

De richtlijncommissie van de Nederlandse Federatie voor Nefrologie (NFN) heeft een advies opgesteld voor de behandeilng met medicijnen van nier(transplantatie)patiënten tijdens de coronacrisis. De titel van het advies is 'Starten en aanpassen van immuunsuppressie voor nefrologische aandoeningen tijdens SARS-CoV2-epidemie'. 

Eerder werd al bekend dat niertransplantaties worden uitgesteld omdat behandeling met afweeronderdrukkende medicijnen patiënten kwetsbaarder maakt voor ernstig verloop van een infectie met covid-19. Maar patiënten die al getransplanteerd zijn, kunnen niet zomaar met die behandeling stoppen. Daarnaast zijn er auto-immuun nierziekten waartegen immunosuppressiva gegeven worden, soms langdurig, soms acuut bij een opvlamming van de ziekte.

Uitgangspunt bij niertransplantatiepatiënten is dat aanpassing van immuunsuppressie in regionale centra alleen plaats zal vinden in nauw overleg met het transplantatiecentrum waarmee samengewerkt wordt. Daarnaast raadt de NFN behandelaars aan om regelmatig de nieuwste versie van het advies te bekijken: deze situatie is nog zo nieuw dat de inzichten nog kunnen veranderen.

Een van de belangrijkste adviezen voor behandelaars: overleg altijd met anderen over eventuele wijzigingen van de medicatie van je patiënt - er zijn tenslotte geen situaties 'volgens het boekje'. Dat geldt nog sterker voor patiënten: nooit op eigen houtje de medicatie veranderen.

Lees meer »

Nieuwe apps helpen bij corona-management »

Nu besmettingen met Covid-19 (corona) serieuze sociale gevolgen hebben en tot een zware belasting van de zorgsector hebben geleid, duiken er verschillende apps op die hier een beetje verlichting in proberen te brengen. Het doel is steeds in grote lijnen: zorgen dat mensen met verdachte symptomen tijdig contact opnemen met een zorgverlener, maar ook dat mensen met een gewone verkoudheid, dat niet onnodig doen.

Lees meer »

Voeding en dieet bij kinderen met een nierziekte »

Hoe zorg je ervoor dat kinderen en jongeren zich aan hun dieet houden? En wat doe je als kinderen door hun ziekte en dieet zo'n afkeer van eten hebben gekregen dat ze helemaal niet meer willen eten? Gelukkig zijn er diëtisten die de ouders en het kind kunnen begeleiden. Ze gaan met elkaar in gesprek en kiezen samen een passende behandeling om de nierfunctie zo lang mogelijk stabiel te houden. De achteruitgang van de nierfunctie is soms te vertragen door te letten op voeding.

Lees meer »







NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
Ons Pricaystatement vindt u hier