Mail: redactie@niernieuws.nl | 030 - 288 9994 | NL16 TRIO 0197 707866



Morgen woensdag 24 - 10 - 2018

Promotie: Verschil tussen de nier en de lever na hersendood



'DNA-test maakt zorg voor nierpatiënten straks beter'

Bij een deel van de patiënten met een nierziekte is niet duidelijk waar de ziekte precies door komt. Daarom kunnen zij een nierbiopsie krijgen. Hierbij wordt met een lange naald een stukje nierweefsel onder lokale verdoving verwijderd om onder een microscoop te onderzoeken. Zo’n onderzoek kan best pijnlijk zijn wanneer de verdoving is uitgewerkt. Bovendien vertelt een nierbiopsie je niet altijd wat de onderliggende oorzaak van de nierziekte is, terwijl dat wel heel belangrijk is om te weten zodat de patiënt geen zinloze behandeling krijgt. Onlangs is hiernaar in het UMC Utrecht een studie gestart. Er wordt gekeken of er met DNA-onderzoek (erfelijk materiaal) eerder een goede diagnose kan worden gegeven. Arts-onderzoeker Rozemarijn Snoek legt uit waarom ze deze studie doen.

In het DNA wordt onderzocht of de patiënt een erfelijke nierziekte heeft. De patiënten die meedoen aan de studie kunnen ook te horen krijgen of hun nierziekte erfelijk is of niet. ‘Voor hen is dat heel belangrijk. Als de ziekte erfelijk is, dan hebben hun broers, zussen en kinderen allemaal kans op dezelfde ziekte. Moet je je voorstellen dat je op je veertigste een niertransplantatie hebt gehad. Als je kinderen hebt, dan zijn die nog relatief jong. Weet je dat de ziekte erfelijk is, dan kunnen je kinderen onder controle gaan bij een dokter misschien eerder behandeld worden als ze symptomen van een nierziekte krijgen.

Lees meer »



Kans op nierfalen na operatie nierkanker verdubbeld

    Mensen met nierkanker bij wie beide nieren verwijderd worden, zijn als gevolg daarvan vanzelfsprekend nierpatiënt. Maar ook als maar een van de nieren geheel of zelfs gedeeltelijk uitgenomen wordt, is er een risico op nierfalen. Australische wetenschappers hebben uitgezocht hoe dit in de praktijk uitpakt. Het risico is klein maar aanwezig, en het maakt uit of de zieke nier helemaal verwijderd wordt, of dat een schoon deel kan blijven zitten.

    Het onderzoek is uitgevoerd in Queensland, een staat in het noorden van Australië. In dit onderzoek hebben de wetenschappers de gegevens opgenomen van 2.739 patiënten bij wie in de periode 2009-2014 de diagnose nierkanker is gesteld. Uit gegevens van de betrokken ziekenhuizen konden ze opmaken welke patiënten eindstadium nierfalen ontwikkelden in de drie jaar na de operatie.

    Hieruit blijkt dat ongeveer 1% van de patiënten bij wie een deel van de nier kon blijven zitten, in de drie jaar daarop aangewezen raakt op nierfunctievervangende therapie. Moet de hele door kanker aangetaste nier verwijderd worden, dan is dat percentage twee keer zo hoog.

    Er zijn verschillende factoren die het risico op nierfalen na een operatie vanwege nierkanker verhogen, die grotendeels passen bij wat vaker gezien wordt. Een wat slechtere nierfunctie voor de operatie bijvoorbeeld, een lagere sociaal-economische status en hogere leeftijd. Ook diabetes is een risicofactor.

    Lees meer »








NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.
Ons Pricaystatement vindt u hier