Mail: redactie@niernieuws.nl | 030 - 288 9994 | NL16 TRIO 0197 707866



Reageer | Verstuur | Druk af   

Lekkende nierfilters muizen zijn te herstellen

Door Albert de Vreede 

Ontregeling van het structuur gevende netwerk in de podocyt, een van de cellen waaruit de nierfiltertjes zijn opgebouwd, is een van de onderliggende oorzaken die tot eiwitverlies in de urine leidt. Een groep samenwerkende onderzoekers uit Duitsland en de Verenigde Staten heeft gevonden dat het middel Bis-T-23 de structuur van podocyten kan herstellen en daarmee eiwitverlies kan beperken. Het middel is tot nu toe alleen onderzocht in diermodellen van nierschade, bij zebravisjes en muizen. De studie toont aan dat beschadigde nierfilters een aanzienlijk vermogen tot herstel hebben dat mogelijk ook bij mensen met behulp van geneesmiddelen beïnvloed en gestimuleerd kan worden.

Eiwitverlies in de urine is een kenmerk van vele nierziekten. Het wordt veroorzaakt doordat de nierfiltertjes te veel eiwit doorlaten. Een intact nierfilter wordt gevormd door de interactie tussen een membraan en een aantal gespecialiseerde cellen, waarvan de podocyt een belangrijke is. De podocyt is een cel met vele uitlopers (voetjes). Door de ruimte tussen de uitlopers van de podocyt kan heel goed vloeistof met kleine en middelgrote moleculen passeren. Voor het goed functioneren van die uitlopers is het structuur gevende netwerk (actine celskelet) in de cel van groot belang. Het blijkt dat bij allerlei vormen van beschadigingen aan de podocyt het actinenetwerk verstoord raakt. Uiteindelijk leidt dat tot blijvende schade, waarbij podoyten verloren gaan en de nierfilters slechter gaan functioneren.

Structuur cel te beïnvloeden
Het is bekend dat het eiwit dynamine essentieel is voor het reguleren van het structuur gevende netwerk van de podocyt. Recent is duidelijk geworden dat het middel Bis-T-23 het eiwit dynamine kan beïnvloeden door het gemakkelijker aan elkaar te laten binden en mogelijk daarmee het structuur gevende netwerk van de podocyt te veranderen en verbeteren.

Zebravisjes verliezen geen eiwit dankzij dynamine
In dit onderzoek is eerst gebruik gemaakt van zebravisjes om te kijken of de veronderstelling correct is dat dynamine een belangrijke rol speelt bij het voorkómen van eiwitverlies in de urine. Met een serie elegante experimenten is aangetoond dat dynamine inderdaad essentieel is om eiwit niet in de urine te laten terecht komen. Deze experimenten zijn in zoogdieren niet goed mogelijk. Soms hebben de onderzoekers hierbij het eigen dynamine uitgeschakeld en al dan niet vervangen door dynamine van rat of mens. Bis-T-23 blijkt in staat te zijn om er voor te zorgen dat niet zo goed functionerende menselijke vormen van dynamine minder verlies van eiwit in de urine van zebravisjes veroorzaken.

podocyten

podocyten

Bis-T-23 vermindert eiwitverlies bij muizen
In muizen blijkt een vorm van dynamine die uit zichzelf gemakkelijk aan elkaar bindt, vergelijkbaar met wat Bis-T-23 doet bij de normale vorm, veel minder gevoelig te zijn voor voor de nier schadelijke stoffen (LPS en PAN). Als dezelfde schadelijke stoffen worden toegediend aan muizen met de normale vorm van dynamine blijkt wel eiwitverlies in de urine op te treden, dat met Bis-T-23 verminderd kan worden. Muizen met verschillende veranderingen in genen (ACTN4, CD2AP, PKCε) die alle aanleiding geven tot verlies van eiwit in de urine, blijken alle door een behandeling met Bis-T-23 minder eiwit in de urine te verliezen. Muizen, waarin met behulp van een toegediende stof (streptozotocine) suikerziekte wordt opgewekt, gaan na verloop van tijd eiwit in de urine verliezen. Na acht dagen lang iedere dag Bis-T-23 toedienen blijkt het eiwitverlies minder te worden. Bis-T-23 lijkt geen opvallende bijwerkingen in muizen te hebben.

Al deze experimenten wijzen erop dat dynamine te beïnvloeden is door Bis-T-23, en dat daardoor het structuur gevende actinenetwerk van de podocyt zodanig veranderd wordt, dat er minder snel eiwitverlies in de urine optreedt. Dit blijkt het geval bij eiwitverlies dat door heel verschillende onderliggende ziekten is veroorzaakt. Hoewel Bis-T-23 niet direct geschikt is voor toepassing bij mensen, geven deze experimenten hoop dat een behandeling voor deze vorm van nierschade in zicht komt.

sterren Gepubliceerd: maandag 29-06-2015
Bron: Nature Medicine | Nog geen reacties




Onderzoeksdeelnemers met cystenieren vooraf indelen voor meer effect

Amerikaanse onderzoekers hebben een methode ontwikkeld om patiënten met erfelijke cystenieren in te delen naar ernst, op basis van beeldvormend onderzoek. Ze hebben deze methode getest op een groep patiënten uit een ander onderzoek. De indeling blijkt het mogelijk te maken die patiënten te selecteren bij wie de aandoening het snelst verergert, en bij wie daardoor ook het grootste effect van de onderzochte ingreep te zien is. Zo kan een effectievere selectie van onderzoeksdeelnemers gemaakt worden.

Patiënten met dominant overervende cystenieren (ADPKD) kunnen een heel verschillend ziekteverloop hebben. Als degenen bij wie de nierfunctie langzaam daalt meedoen aan een onderzoek, is het effect van de onderzochte ingreep bij hen minder goed zichtbaar dan bij degenen van wie de nierfunctie zonder ingreep snel daalt. Daardoor kan het zijn dat er in een grote groep gemengde deelnemers geen significant effect gevonden wordt, terwijl dat er voor een subgroep wel is. Klinische trials kunnen daarom effectiever zijn als er voor deelname patiënten geselecteerd worden van wie de verwachting is dat hun aandoening sneller verslechtert.

Lees meer »

Opschonen medicatie bij hemodialyse kan wel »

Met het klimmen der jaren krijgen chronisch zieken vaak steeds meer medicijnen te slikken. Meer dan 25 pillen per dag is geen uitzondering. Sommige van die pillen helpen niet, terwijl andere zelfs schadelijk zijn. Op basis van dit idee ontstond vijftien jaar geleden een 'deprescribing' trend: gecontroleerd en verantwoord stoppen met bepaalde medicijnen. Uit Canadees onderzoek blijkt nu dat 'deprescribing' ook zin heeft bij hemodialysepatiënten.

Lees meer »

Verband zwaarlijvigheid en nierziekten lijkt aangetoond »

De obesitasepidemie die de Westerse wereld teistert, speelt waarschijnlijk een rol bij de toename van het aantal patiënten met ernstig nierfalen in de afgelopen twintig jaar. Dat betoogt Holly Kramer, arts en universitair docent, gespecialiseerd in nierziektes en obesitas, in het Loyola University Medical Center in Maryland, de Verenigde Staten. In een overzichtsartikel in het tijdschrift American Journal of Kidney Diseases zet zij het wetenschappelijk bewijs daarvoor op een rijtje.

Lees meer »





NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.