Mail: redactie@niernieuws.nl | 030 - 288 9994 | NL16 TRIO 0197 707866



Lees voor | Reageer | Verstuur | Druk af   

Goed aanprikken is behoud van cimino-shunt

Door Albert de Vreede 

Hemodialysepatiënten kunnen alleen in leven blijven als er een goede toegang is tot de bloedbaan. Een shunt en een synthetisch vat (graft) zijn, naast een veneuze lijn, de meest gebruikte methoden om toegang tot de bloedbaan te krijgen. De manieren om een shunt of een graft aan te prikken variëren nogal tussen dialysecentra. In negen Europese landen is onderzocht of de verschillende manieren van aanprikken van invloed zijn op het korter of langer functioneren van een shunt of graft. Dat blijkt inderdaad het geval te zijn.

Cimino Shunt

Hoewel daar recent wat discussie over is, wordt een shunt beschouwd als de beste manier om toegang tot de bloedbaan te krijgen. Maar de shunt is ook de meest voorkomende oorzaak van opname in het ziekenhuis bij dialysepatiënten. Het is dan ook van het grootste belang dat het verzorgen en aanprikken van de shunt zodanig gebeurt, dat er het minste risico op complicaties is.

Aan het betreffende onderzoek hebben ruim 7000 patiënten meegedaan waarvan het overgrote deel (90%) een shunt heeft, meestal in de onderarm (bij 51%), en 10% een graft. De onderzoekers hebben als criterium om de verschillende manieren van aanprikken te beoordelen, gekeken of een operatie voor het aanleggen van een nieuwe shunt nodig was.

Verspreid prikken
Een praktijk die al decennia ontraden wordt, is het aanprikken in een beperkt gebied van de shunt. Ondanks dat advies wordt nog steeds vaak in een beperkt gebied aangeprikt. Uit dit onderzoek blijkt opnieuw dat deze methode van aanprikken veel slechter is voor het behoud van de shunt dan aanprikken via een buttonhole of met ladderen, waarbij de hele lengte van de shunt wordt benut en de prikplaats steeds een stukje opschuift.

Niet te dikke naald
Ten opzichte van een grotere (14 G) of een kleinere (16 en 17 G) naald (hoe grotere het G-nummer hoe kleiner de naald) blijkt een 15 G het beste voor de shunt te zijn. Samenhangend met de grootte van de naald en de grootte van de bloedflow (optimaal tussen 300 en 350 ml/min) is een veneuze druk tussen 100 en 150 mmHg het beste. Bij drukken hoger dan 150 wordt het risico op verlies van de shunt al duidelijk hoger en bij drukken boven de 200 nog hoger. Dit zou kunnen komen omdat oplopende drukken op vernauwing van het shuntvat (stenose) kunnen wijzen. Ook bij drukken lager dan 100 blijkt de levensduur van de shunt verkort te zijn.

Welke kant op?
Aanprikken van de arteriële naald met de bloedstroom mee en met de scherpe punt van de naald naar beneden en de opening naar boven is duidelijk voordeliger voor de shunt dan aanprikken van de arteriële naald tegen de stroom in en met de scherpe punt naar boven. De veneuze naald wordt eigenlijk altijd met de richting van de bloedstroom mee geprikt.

Stuwen bij het aanprikken kan het beste door de patiënt zelf gedaan worden. Dat is beter dan niet stuwen of met een stuwband.

Dat de shuntzorg niet optimaal is, en beter kan, heeft deze studie aangetoond. Zonder direct alle uitkomsten van deze studie over te nemen lijkt het verstandig om over te gaan naar shuntzorg die aangepast is aan de situatie van de individuele patiënt. Met name goede shuntzorg voor ouderen of mensen met overgewicht is een uitdaging. Verdere onderzoek zoals bijvoorbeeld in de HFM-studie die gaat over het rijpen van de shunt, zal de kennis over de optimale shuntzorg verder moeten brengen.

sterren Gepubliceerd: woensdag 19-11-2014
Bron: Kidney International | Nog geen reacties


NN-TV: Het NIGRAM Consortium in Groningen

In het NIGRAM consortium wordt onderzoek gedaan naar de relatie tussen nierziekten, de calcium-fosfaathuishouding en hartproblemen. De onderzoekers kijken in het bijzonder naar de onderlinge beïnvloeding van vitamine D, FGF23 en Klotho die bij nierpatiënten duidelijk verstoord is. Onderzoekers van het UMC Groningen leggen in deze NN-Video uit waarmee ze bezig zijn en waarom.

Video met Dr. Martin H. de Borst, internist-nefroloog (afdeling nefrologie), Drs. Charlotte A. Keyzer, arts-onderzoeker (afdeling nefrologie), Drs. Jelmer K. Humalda, arts-onderzoeker (afdeling nefrologie) en Prof. dr. Jan-Luuk Hillebrands, onderzoeker (afdeling Pathologie en Medische Biologie).

Verandering genen in bloed kondigt afstoting aan »

Amerikaanse onderzoekers hebben een bloedtest bedacht die kan detecteren of niergetransplanteerden een grote kans lopen dat de donornier wordt afgestoten. De test is eenvoudiger en vooral minder belastend dan de traditionele methode (het nemen van een biopt) en werkt ook bij heel vroege aanwijzingen dat het mis dreigt te gaan. Daardoor kan tijdiger worden ingegrepen, zodat minder donornieren verloren gaan.

Lees meer »

NierNieuws Kerstmenu 2014: Mangomousse »

Om helemaal in Oosterse sferen te blijven: ons dessert voor dit jaar is een mangomousse. Zoet, maar ook fris. Met een toefje slagroom en een blaadje munt erop en geserveerd in een mooi glas, is dit een heel feestelijk nagerecht. Een uitsmijter die zeker indruk zal maken! Probeer goed rijpe mango's te kopen, knijp er gerust even in of ze een beetje zacht zijn. Vooral bij het steeltje moet de mango meegeven als je erop duwt. Laat ze eventueel een paar dagen in huis verder rijpen.

Lees meer »





NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.