Britten ontwikkelen risicoindex voor postmortale niertransplantatie
Door Merel Dercksen
Britse onderzoekers hebben uitgezocht welke factoren bij en kenmerken van een overleden donor de resultaten van een niertransplantatie beïnvloeden. Er worden regelmatig onderzoeken in deze hoek gedaan, maar de Britten deden het met een duidelijk doel: het ontwikkelen van een Nierdonor Risicoindex die in de dagelijkse transplantatiepraktijk goed bruikbaar is.
Ze gebruikten hiervoor de gegevens van 7620 volwassen ontvangers van een postmortale nier, uit het UK Transplant Registry. Na statistische analyse bleek de leeftijd van de donor de belangrijkste factor voor het risico op een slecht transplantatieresultaat. Ook als de donor hoge bloeddruk had gehad, was dat een factor van belang. Net als overgewicht, een lange ziekenhuisopname voor overlijden, en het gebruik van adrenaline. Andere kenmerken van de donor, zoals donatie na hartstilstand, diabetes en het creatininegehalte van het bloed van de donor bij overlijden vertoonden in dit onderzoek geen significant verband met een slechter transplantatieresultaat.
De Britten hebben vervolgens een Nierdonor Risicoindex gemaakt op basis van de vijf significante kenmerken zoals zij die geïdentificeerd hebben. Die hebben ze getest bij een controlegroep getransplanteerde nierpatiënten. Bij dezelfde controlegroep hebben ze een andere index, samengesteld door Rao en collega's en in 2009 ook gepubliceerd in het tijdschrift Transplantation, gebruikt ter vergelijking. Deze Amerikaanse index bevatte vijftien factoren, maar blijkt de uitkomst van een transplantatie niet beter te kunnen voorspellen dan de Britse die veel eenvoudiger is.
De Britten concluderen dat hun index, gebaseerd op vijf donorvariabelen, een handig hulpmiddel biedt bij het toewijzen van postmortale nieren, en bij het informeren van de potentiële ontvanger.
|
HLA-mismatch transplantatie zonder blijvende medicatie al mogelijk
Vijf jaar geleden rapporteerden onderzoekers van het Massachusetts General Hospital over vijf patiënten bij wie ze een gelijktijdige nier- en beenmergtransplantatie hadden uitgevoerd. Al deze patiënten vertoonden een HLA-mismatch met hun donor, wat betekent dat er onder normale omstandigheden afstoting zal optreden. Vier van de vijf hadden destijds geen afweeronderdrukkende medicijnen nodig om de nier te behouden, omdat er door de beenmergtransplantatie een geslaagde mix tussen hun eigen immuunsysteem en dat van de donor was ontstaan. Inmiddels hebben ze deze ingreep bij nog eens vijf patiënten uitgevoerd.
Tijdelijk geen doorbloeding bij niertransplantatie leidt tot chronische afstoting
Een traag op gang komende nier waarbij dialyse nodig is in de eerste week na transplantatie, is meestal het gevolg van schade door een tijdelijk gestopte doorbloeding. Het komt regelmatig voor, zeker nu het aantal non-heart-beating donoren toeneemt. Een traag op gang komende nier heeft een grotere kans op acute afstoting en heeft gemiddeld een kortere levensduur.
Te weinig vitamine D slecht voor nieuwe nier
Nierpatiënten die enige maanden na hun transplatatie een lage spiegel van de inactieve vorm van vitamine D in hun bloed hebben, lopen een groter risico op chronische nierschade en het verlies van hun nier. Het risico op overlijden neemt niet toe. Dit resultaat van Frans onderzoek roept de vraag op, of het zinvol is nierpatiënten die getransplanteerd worden een vitamine D-supplement te geven.

Gepubliceerd: maandag 20-02-2012


NierNieuws is onafhankelijk van bij de materie betrokken (semi-)commerciële en (semi-)overheidsinstelling.
Niernieuws heeft geen financiële connecties met patiënten- verenigingen of andere soortgelijke organisaties of
stichtingen.
Reageer ook op dit artikel