Kinderen die een niertransplantatie hebben ondergaan ontwikkelen niet alleen vaker diabetes als ze prednison slikken, maar ook als ze een erg afwijkend gewicht hebben of als ze een nier van een overleden donor hebben gekregen. Op sommige van die factoren kun je invloed uitoefenen. Hoewel de diabetes in eerste instantie geen effect heeft op de overlevingskansen van de getransplanteerde nier, zou er onderzocht moeten worden, of beïnvloeding helpt om diabetes bij deze kinderen te voorkomen, stellen Amerikaanse artsen.
Op basis van de gegevens van Amerikaanse transplantatienetwerken hebben Californische artsen geprobeerd te achterhalen wat risicofactoren zijn voor het ontwikkelen van diabetes door kinderen die een niertransplantatie hebben ondergaan. Ruim 2700 kinderen tussen de 2 en 20 jaar, die voor de transplantatie geen diabetes hadden, namen ze in het onderzoek op. Onder de kinderen van wie de getransplanteerde nier na een jaar nog functioneerde, vergeleken ze het behoud van de nier in de daaropvolgende twee jaar tussen de kinderen die in het eerste jaar diabetes hadden gekregen, en degenen bij wie dat niet gebeurde.
Van alle kinderen kreeg 4,6 procent diabetes tijdens het onderzoek. Oudere kinderen, boven de 10, blijken hierop meer risico te lopen dan jongere. Ook de zwaarste en de allerlichtste kinderen krijgen vaker diabetes. Hoewel ook andere medicijnen dan prednison die na transplantatie gebruikt worden diabetes als bijwerking kunnen hebben, blijkt prednisongebruik uit dit onderzoek een duidelijke risicofactor. Kinderen die een nier van een levende donor hadden gekregen, liepen minder risico dan kinderen die een postmortale nier kregen.
Onder de kinderen die in het eerste jaar na transplantatie diabetes hadden ontwikkeld was de overleving van hun nieren in de eerste jaren niet slechter dan onder kinderen bij wie dat niet gebeurde.
Sommige van de risicofactoren, zoals een sterk afwijkende body mass index (BMI) en het gebruik van prednison, zijn beïnvloedbaar. De onderzoekers stellen dat er onderzoek gedaan zou moeten worden of het mogelijk is deze parameters zodanig te veranderen, dat getransplanteerde kinderen geen diabetes krijgen.