Verschillende subtypen van een vorm van auto-immuun vaatontstekingen blijken verschillende risico's op ontstekingen te geven. Ook is een nieuwe behandeling, waarbij na een aantal maanden op een ander medicijn wordt overgestapt, niet beter dan het oude medicijnschema.
ANCA-geassocieerde vasculitis (AAV) is een zeldzame ziekte, waarbij de kleinste bloedvaten ontstoken raken. Bloedvaten door het hele lichaam kunnen aangedaan zijn, maar meestal betreft het de nieren en luchtwegen. De ontsteking is het gevolg van een ontsporing van het immuunsysteem. Kenmerkend voor de AAV is de aanwezigheid van ANCA, antistoffen gericht tegen een specifieke groep witte bloedcellen, de neutrofiele granulocyten. De twee belangrijkste ANCA's zijn gericht tegen respectievelijk proteinase 3 (PR3) en myeloperoxidase (MPO).
UMCG-promovendus Jan-Stephan Sanders heeft enkele risicofactoren voor ontstekingsreacties in kaart gebracht. Patiënten met ANCA gericht tegen PR3 hebben een groter risico op ontstekingen dan patiënten met ANCA tegen MPO, zo blijkt. Ook ontdekte Sanders enkele andere markers die aangeven dat het risico op ontstekingen vergroot is. Hiermee maakt zijn onderzoek nauwkeuriger diagnose mogelijk.
Verder heeft de promovendus een oude en een nieuwere behandeling van AAV vergeleken. De nieuwe behandeling, waarbij de patiënten aanvankelijk cyclofosfamide (Endoxan) toegediend krijgen en drie maanden na het bereiken van remissie overstappen op het minder schadelijk geachte azathioprine (Imuran), blijkt even effectief als de oudere behandeling. Sanders' onderzoek weerspreekt eerdere studies die lieten zien dat de nieuwe behandeling tot minder bijwerkingen leidt. Onderhoudsbehandeling met azathioprine en cyclofosfamide lijken gelijkwaardig, aldus de promovendus.
Promotie J.S.F. Sanders: woensdag 4 november 2009 16:15 uur
Titel proefschrift: Disease activity in ANCA-associated vasculitis
Promotor: prof.dr. C.G.M. Kallenberg
Locatie: Academiegebouw, Broerstraat 5, Groningen