Mail: redactie@niernieuws.nl | 030 - 288 9994 | NL16 TRIO 0197 707866



Reageer | Verstuur | Druk af   

IgA-nefropathie kan zich onverwacht ontwikkelen

Door Gerard Kok 

Het verloop van IgA-nefropathie kan van patiënt tot patiënt behoorlijk verschillen; bij sommige patiënten kent de ziekte een goedaardig verloop, maar anderen krijgen na kortere of langere tijd te maken met nierfalen. In het algemeen wordt aangenomen dat patiënten met een redelijk goede nierfunctie en niet al te veel eiwit in de urine bij diagnose zeer goede vooruitzichten hebben, maar uit recent Noors onderzoek blijkt dat ook bij een deel van deze groep de nierfunctie langzaamaan behoorlijk verslechtert.

Bij IgA-nefropathie (IgAN) worden IgA-antilichamen, die door het immuunsysteem zijn aangemaakt, niet goed opgeruimd. Uiteindelijk komen deze antilichamen in de nierfilters terecht, waar ze ontstekingen veroorzaken (glomerulonefritis). Dit heeft tot gevolg dat er eiwit (proteïnurie) en bloed (hematurie) naar de urine lekt. Na verloop van tijd ontstaat ook hoge bloeddruk. Een bloeddruk die niet omlaag gebracht kan worden en proteïnurie van meer dan 1 g per dag wordt geassocieerd met een slechtere prognose, dat wil zeggen nierfalen binnen 10-20 jaar. Van patiënten die bij diagnose een redelijke nierfunctie hadden (een eGFR van meer dan 60 ml/min), en waarbij de proteïnurie minder dan 1 gram per dag is, wordt aangenomen dat zij goede vooruitzichten hebben, wat betekent dat zij geen nierproblemen zullen krijgen, wellicht geholpen door enige medicatie en een zoutbeperkt dieet. De diagnose kan eigenlijk alleen goed gesteld worden door een nierbiopt te namen.

Uit het recente Noorse onderzoek blijkt nu echter dat er in deze laatste groep toch ook patiënten zijn die uiteindelijk te maken krijgen met significante achteruitgang van de nierfunctie of nierfalen. Voor dit onderzoek werden 145 IgAN-patiënten onderzocht die tussen 1988 en 1999 een biopsie hadden ondergaan en waarbij IgAN was geconstateerd. Bij bijna 30% van hen was sprake van 'klinische remissie': de ziekte was minder erg en uitte zich niet meer zichtbaar, maar was er nog wel. Bij 27 patiënten was de nierfunctie met de helft achteruit gegaan, en vier daarvan hadden nierfalen waarvoor niervervangende therapie nodig was.

De onderzoekers probeerden met terugwerkende kracht te bepalen of er aanwijzingen in de bloedwaarden of het biopt waren geweest waarmee voorspeld had kunnen worden welke patiënten te maken zouden krijgen met een ernstige achteruitgang van de nierfunctie. Die aanwijzingen waren er echter niet, of tenminste niet in deze groep.

De artsen concluderen dat ook IgAN-patiënten met goede vooruitzichten bij de diagnose kans lopen nierinsufficiëntie te ontwikkelen, en dat deze patiënten na de diagnose gevolgd moeten worden, om te zien hoe de nierfunctie zich ontwikkelt.

sterren Gepubliceerd: donderdag 23-11-2017
Bron: Nephrology Dialysis Transplantation | Nog geen reacties




Nieuwe antistollingsmiddelen verlagen risico nierproblemen

De meeste patiënten met atriumfibrilleren moeten hun leven lang antistollingsmedicijnen slikken om te voorkomen dat ze een beroerte krijgen. Het lijkt erop dat de nierfunctie van deze patiënten minder bedreigd is wanneer ze hiervoor een middel nemen dat op een andere manier werkt dan een coumarinederivaat.

Amerikaanse wetenschappers hebben vier antistollingsmedicijnen vergeleken en daarbij gekeken naar het effect op de nieren. De onderscheidende criteria die ze hanteren zijn 30% of meer afname van de nierfunctie, een verdubbeling van de concentratie creatinine in het bloed, acute nierschade en nierfalen. De medicijnen die ze hebben vergeleken zijn apixaban, dabigatran, rivaroxaban en warfarine. De eerste drie zijn zogenoemde direct werkende orale anticoagulantia. Het laatste middel wordt in Nederland niet gebruikt, maar is een coumarinederivaat zoals de wel regelmatig voorgeschreven acenocoumarol en fenprocoumon en werkt indirect.

Lees meer »

Onderzoeksdeelnemers met cystenieren vooraf indelen voor meer effect »

Amerikaanse onderzoekers hebben een methode ontwikkeld om patiënten met erfelijke cystenieren in te delen naar ernst, op basis van beeldvormend onderzoek. Ze hebben deze methode getest op een groep patiënten uit een ander onderzoek. De indeling blijkt het mogelijk te maken die patiënten te selecteren bij wie de aandoening het snelst verergert, en bij wie daardoor ook het grootste effect van de onderzochte ingreep te zien is.

Lees meer »

Opschonen medicatie bij hemodialyse kan wel »

Met het klimmen der jaren krijgen chronisch zieken vaak steeds meer medicijnen te slikken. Meer dan 25 pillen per dag is geen uitzondering. Sommige van die pillen helpen niet, terwijl andere zelfs schadelijk zijn. Op basis van dit idee ontstond vijftien jaar geleden een 'deprescribing' trend: gecontroleerd en verantwoord stoppen met bepaalde medicijnen. Uit Canadees onderzoek blijkt nu dat 'deprescribing' ook zin heeft bij hemodialysepatiënten.

Lees meer »





NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.