Mail: redactie@niernieuws.nl | 030 - 288 9994 | NL16 TRIO 0197 707866



Reageer | Verstuur | Druk af   

Lastige medicatiekeuze na transplantatie: nierschade door virus of door afstoting?

Door Shanty Sterke 

Nierschade of afstoting na een transplantatie? Het is een wankel evenwicht en de keuze van de afweeronderdrukkende medicijnen speelt er een rol bij. Dat schrijven onderzoekers van het Universitair Medisch Centrum Groningen in een vorige week gepubliceerde studie in het tijdschrift Plos One. Het gaat in dit geval tussen de middelen tacrolimus en ciclosporine. Bij transplantatiepatiënten die het eerste middel slikken komt afstoting van de nieuwe nier minder vaak voor maar de kans op nierschade door het zogeheten BK-virus is bij hen weer groter. Bij de mensen die het andere middel krijgen is het precies andersom, namelijk minder complicaties door het BK-virus, maar wel een grotere kans op afstoting.

Het BK-virus is een virus dat de meeste mensen in hun jeugd oplopen. Wie eenmaal het virus heeft raakt het nooit meer kwijt, maar de meeste mensen hebben er nooit last van. Het is als het ware in de slaapmodus in het lichaam. Maar wanneer het immuunsysteem niet goed werkt dan wordt het virus actief en geeft het problemen.

Daarom worden bloed en urine na een transplantatie regelmatig nagekeken. Ook wordt volgens protocol na één jaar een stukje weefsel uit de nier genomen. De nierpatholoog onderzoekt dan of er sprake is van afstoting of van nierschade. De onderzoekers analyseerden deze gegevens uit de elektronische dossiers van 358 patiënten die tussen 2010 en 2012 in het Universitair Medisch Centrum Groningen een nieuwe nier hadden gekregen. Van deze patiënten kregen er 161 het medicijn tacrolimus en 190 patiënten gebruikten ciclosporine.

Het BK-virus kwam in beide groepen even vaak voor. Ongeveer een vijfde van alle transplantatiepatiënten droeg het bij zich. Maar als de onderzoekers keken naar de hoeveelheid virus in het bloed, dan bleek het virus in groteren getale voor te komen in het bloed van de mensen die tacrolimus gebruikten. Bovendien had ruim zesenhalf procent van deze patiënten nierschade. Dat is meer dan drie keer zoveel als in de andere groep. Ook duurde het twee keer zo lang voordat het eigen immuunsysteem het virus weer onderdrukte na het afbouwen van de medicijnen.

Wat betreft de afweer tegen het virus en de nierschade deed het medicijn ciclosporine het dus beter. Maar bij de mensen die dit medicijn gebruikten kwam afstoting van de nieuwe nier bijna twee keer zo vaak voor, in bijna een vijfde van de gevallen.

De onderzoekers concluderen dan ook dat bij de behandeling met de afweeronderdrukker tacrolimus weliswaar minder vaak afstoting voorkomt in vergelijking met ciclosporine. Maar dat gaat ten koste van een verhoogd risico op nierschade door het BK-virus na transplantatie.

sterren Gepubliceerd: dinsdag 20-06-2017
Bron: Plos One | Nog geen reacties


Lage botdichtheid is risicofactor voor nierstenen

Nierstenen gaan niet alleen vaak samen met een lage botdichtheid, het is ook andersom. Amerikaanse onderzoekers concluderen dat een lage botdichtheid een risicofactor is voor het vormen van nierstenen. Het gebruik van bifosfonaten om de botdichtheid op peil te houden zorgt wel voor minder nierstenen, hoewel het de uitscheiding van calcium met de urine over een langere periode niet verlaagt.

Wanneer je een grote groep mensen neemt die (calciumhoudende) nierstenen hebben, komt een lage botdichtheid in die groep relatief vaak voor. De verbindende schakel tussen deze twee fenomenen is calcium. Bot is niet statisch, er vindt continu zowel opbouw als afbraak van het weefsel plaats. Botaanmaak vraagt calcium, bij afbraak komt het vrij. Wanneer er sprake is van botontkalking of osteoporose is de balans tussen deze twee processen verstoord, ten gunste van de afbraak. De overmaat aan vrijkomende calcium kan voor verschillende effecten zorgen in het lichaam. Een daarvan is dat zich stenen vormen in de nieren: nierstenen.

Lees meer »

Mildere ontstekingsremmer baat bij IgA-nefropathie »

Patiënten met IgA-nefropathie die de standaardbehandeling krijgen maar desondanks nog eiwit in hun urine hebben, lijken gebaat bij het toevoegen van budesonide aan de behandeling. Dit verlaagt de hoeveelheid eiwit in de urine, en algemeen wordt aangenomen dat dat het risico op nierfalen verkleint. Dit blijkt uit recent Europees onderzoek. Bij IgA-nefropathie worden IgA-antilichaampjes die door het immuunsysteem zijn aangemaakt, onvoldoende opgeruimd.

Lees meer »

Synthetische pijnstiller extra gevaarlijk na transplantatie »

Het gebruik van opioïden, synthetische pijnstillers zoals morfine, verslechtert de resultaten van een niertransplantatie en kan tot een snellere dood leiden. Dat geldt zowel voor het gebruik voor als na de transplantatie. Dat schrijft Renal and Urology News naar aanleiding van onderzoek gepresenteerd op de American Transplant Congress (ATC) in Chicago. De onderzoekers bekeken resultaten van 75.430 niertransplantaties.

Lees meer »





NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.