HLA-mismatch transplantatie zonder blijvende medicatie al mogelijk
Door Merel Dercksen
Vijf jaar geleden rapporteerden onderzoekers van het Massachusetts General Hospital over vijf patiënten bij wie ze een gelijktijdige nier- en beenmergtransplantatie hadden uitgevoerd. Al deze patiënten vertoonden een HLA-mismatch met hun donor, wat betekent dat er onder normale omstandigheden afstoting zal optreden. Vier van de vijf hadden destijds geen afweeronderdrukkende medicijnen nodig om de nier te behouden, omdat er door de beenmergtransplantatie een geslaagde mix tussen hun eigen immuunsysteem en dat van de donor was ontstaan. Inmiddels hebben ze deze ingreep bij nog eens vijf patiënten uitgevoerd.
De eerste vijf patiënten werden voorbereid op de transplantaties met cyclofosfamide, bestraling van de thymus, anti-CD2 monoklonale antilichamen en een calcineurineremmer (een groep afweeronderdrukkende medicijnen). Nadat patiënt 3 te maken kreeg met acute afstotingsverschijnselen die niet te stoppen waren, is dat voorbereidingsregime aangepast. Deze patiënt bleek antilichamen tegen het HLA van de donor te hebben ontwikkeld, daarom voegden de onderzoekers twee doses rituximab toe aan de voorbereiding. Ook de patiënten 4 en 5 bleken nog kleine hoeveelheden donorspecifieke antilichamen aan te maken, daarom breidden ze het uit tot voorbereidingsregime 3 met 4 doses rituximab.
De eerste getransplanteerde patiënt kan al meer dan 10 jaar zonder afweeronderdrukkende medicijnen. Patiënt 2 is ook al negen jaar zonder afstoting, maar omdat zijn oorspronkelijke nierziekte na zeven jaar terugkwam, gebruikt hij sindsdien toch weer medicatie: MMF. Ook de vierde patiënt gebruikt sinds vijf jaar na zijn transplantatie MMF, omdat hij chronische afstoting ontwikkelde. Bij de laatste patiënt uit het eerste onderzoek was ondanks de donorspecifieke antilichamen eerder geen sprake van chronische afstoting, maar het laatste biopt doet vermoeden dat dat nu, na bijna zeven jaar, toch begint.
De patiënten uit de tweede studie zijn pas drie tot vier jaar geleden getransplanteerd. Drie van hen zijn tot nu toe stabiel zonder immuunsuppressie, en er zijn geen tekenen van afstoting of antilichamen tegen de donor. De achtste patiënt van de tien die in totaal behandeld zijn verloor na zes maanden zijn nier aan trombotische microangiopathie en moest weer gaan dialyseren. Bij de laatste patiënt ten slotte werd twee maanden nadat hij met de afweeronderdrukkende medicatie was gestopt, een vorm van afstoting (cellulair) ontdekt. Daarna is hij weer begonnen met medicijnen om zijn afweer te onderdrukken. Zijn nierfunctie is daardoor gedeeltelijk hersteld.
Het is mogelijk om bij een substantieel deel van de behandelde patiënten op lange termijn een stabiele tolerantie op te wekken, door gelijktijdig met een nier ook beenmerg te transplanteren, concluderen de onderzoekers. De resultaten uit de tweede groep van vijf patiënten wijzen erop dat het laatste voorbereidingsregime ervoor zorgt dat er voldoende B-lymfocyten vernietigd worden, zodat de patiënten geen donorspecifieke antilichamen aanmaken. Wel zoeken de onderzoekers nog naar een aanpassing van dit voorbereidingsregime om te voorkomen dat het 'engraftment syndrome' ontstaat. Dit syndroom lijkt op 'graft versus host disease', waarbij T-cellen van de donor cellen van de ontvanger aanvallen, en kan tijdelijke nierfunctiestoornissen tot gevolg hebben. De onderzoekers denken erover om hiervoor cyclofosfamide te vervangen door een lage dosis volledige lichaamsbestraling.
|
Tijdelijk geen doorbloeding bij niertransplantatie leidt tot chronische afstoting
Een traag op gang komende nier waarbij dialyse nodig is in de eerste week na transplantatie, is meestal het gevolg van schade door een tijdelijk gestopte doorbloeding. Het komt regelmatig voor, zeker nu het aantal non-heart-beating donoren toeneemt. Een traag op gang komende nier heeft een grotere kans op acute afstoting en heeft gemiddeld een kortere levensduur. Het wordt nu steeds meer onderkend dat de oorzaak een voortdurende ontsteking is, die vorming van bindweefsel in de nier en daarmee functieverlies veroorzaakt. Dit proces staat ook wel bekend als een chronische afstoting.
Te weinig vitamine D slecht voor nieuwe nier
Nierpatiënten die enige maanden na hun transplatatie een lage spiegel van de inactieve vorm van vitamine D in hun bloed hebben, lopen een groter risico op chronische nierschade en het verlies van hun nier. Het risico op overlijden neemt niet toe. Dit resultaat van Frans onderzoek roept de vraag op, of het zinvol is nierpatiënten die getransplanteerd worden een vitamine D-supplement te geven.
Prostaatkanker sluit niertransplantatie niet uit
Nierpatiënten die prostaatkanker hebben gehad zijn beter af met een vroege transplantatie, dan met aan de dialyse wachten tot ze de vereiste twee jaar kankervrij zijn, constateren Amerikaanse onderzoekers. Dezelfde groep wetenschappers heeft ontdekt dat het bij deze patiënten niet veel uit lijkt te maken of ze geopereerd of bestraald worden. Dr.

Gepubliceerd: dinsdag 14-05-2013


NierNieuws is onafhankelijk van bij de materie betrokken (semi-)commerciële en (semi-)overheidsinstelling.
Niernieuws heeft geen financiële connecties met patiënten- verenigingen of andere soortgelijke organisaties of
stichtingen.
Dit is goed nieuws! Wie weet hoeven getransplanteerden in de toekomst geen immunosupressiva meer te slikken. Wauw! Wat een mooie ontwikkelingen :-)
Reageer ook op dit artikel