Mail: redactie@niernieuws.nl | 030 - 288 9994 | NL16 TRIO 0197 707866



Reageer | Verstuur | Druk af   

De spanning neemt toe

Door Brenda de Coninck 

De voorbereidingen zijn in volle gang. Er vallen allerlei brieven op de mat van het UMCG voor laatste poli-afspraken. Het duurt nog een paar maanden voordat ik getransplanteerd word, maar dat houdt mij niet het meeste bezig. Wat mij het meeste bezighoudt, is of ik het zal 'redden' om de rit met mijn eigen nieren uit te zingen tot juli. Mijn nierfunctie schommelt tussen de 9 en 11% en ik kan niet veel nierfunctie meer verliezen. Ik hoop toch zó dat ik dialyse kan overslaan en pre-emptief getransplanteerd kan worden.

Een paar weken geleden staat een intensieve dag in het UMCG op het programma. Ik word om 09:30 uur verwacht bij de poli anesthesie, om 13:00 uur bij de coördinator niertransplantatie en om 15:30 uur bij mijn nefroloog, Martijn. Met een goed boek op zak - waar ik de hele dag geen letter uit zal lezen - verschijn ik op de afgesproken tijden. De anesthesist in opleiding is een alleraardigste jongeman, die mij de oren van het hoofd vraagt. Ergens in het midden van het gesprek wil hij weten 'of ik mijn hoofd goed achterover kan buigen' en 'of ik mijn tong even goed wil uitsteken'. Ik snap meteen waarom: als ik onder narcose ben, hebben mijn spieren geen basisspanning meer door de toegediende spierverslappers en moet ik geïntubeerd worden. Dat brengt de OK ineens heel dichtbij.

Na een fikse wandeling door Groningen moet ik me bijna haasten om op tijd bij transplantatiecoördinator Julia te zijn. Door mijn niervriendinnetje Marilène, die vijf weken geleden in Groningen is getransplanteerd, weet ik al aardig wat mij te wachten staat. Toch ben ik blij dat Julia alsnog de tijd neemt om de opnameperiode met mij door te nemen. 'Op de dag van de opname word je om 10:30 uur verwacht. De dag zal in het teken staan van veel gesprekken. Wij zijn een opleidingsziekenhuis, dus zul je bezocht worden door medici in opleiding en anderen, waaronder de anesthesist, de transplantatienefroloog en de chirurg.' Ik knik. 'Wie gaat mij opereren?' vraag ik nieuwsgierig. 'Oh, weet je dat nog niet? Dat moet ik ergens hebben. Wacht: ik vraag het even aan mijn collega. Zij kan in mijn aantekeningen kijken,' en pakt meteen de telefoon. 'Wil jij even op mijn bureau kijken Mandy? Het ligt in mijn postvakje.' Ik wacht geduldig en voel een lichte spanning in mijn buik. Julia kijkt tijdens het wachten afwisselend naar mij en naar haar bureau. 'Oké, bedankt! Nou, we hebben de naam gevonden' zegt ze blij en kijkt mij aan. 'Je wordt geopereerd door dr. Van Dongen.'

Er flitsen meteen tientallen beelden door mijn hoofd. De heel grote incisie van zeker 20 cm bij Marilène, die door dr. Van Dongen is geopereerd. De bijna niet te geloven grote blauwe plekken na de OK, lopend vanaf haar middenrif tot halverwege haar bovenbeen, die weken daarna nog altijd niet over waren. De verhalen over haar pijn. 'Dr. Van Dongen… gaat hij mij opereren?!' Ik kijk Julia wat bedrukt aan. De toon van mijn stem maakt haar alert. 'Wat is er dan?' vraagt ze verbaasd. Ik vertel van Marilène, van de incisie en van de blauwe plekken. Mijn onbewuste heeft aan dr. Van Dongen een brute slager gekoppeld, die met kolenschophanden en enorme wondklemmen mijn buik openrijt. Ze glimlacht. 'Nou, ik heb op de transplantatieafdeling gewerkt en wat ik altijd heb gezien zijn incisies van ongeveer 10 cm. Er moet wel iets bijzonders aan de hand zijn geweest als ze zo’n grote snede hebben gemaakt,' zegt Julia geruststellend. Haar antwoord klinkt congruent en dat stelt mij enigszins tevreden. Toch verlaat ik haar kantoor met een unheimisch gevoel.

Om 14:00 uur zijn er voelbare blossen op mijn wangen verschenen. De gesprekken over de operatie doen me toch meer dan ik had verwacht. En dan moet ik straks ook nog afscheid nemen van Martijn. Hij heeft een vaste baan gevonden in het midden van het land - lekker dichtbij huis. Ik gun het hem van harte, maar had toch liever de rit uitgezeten met de man die mij de laatste paar maanden zo goed heeft begeleid. Ons contact was heel prettig: informeel en gelijkwaardig. Hij schoof mij op een vanzelfsprekende manier verantwoordelijkheden toe, zoals het thuis monitoren van mijn bloeddruk, en ik bepaalde zelf wanneer ik het nodig vond om hem daarover te mailen. Ik heb nooit het gevoel gehad dat hij mij 'behandelde'. Het voelde meer als coachen, precies wat ik nodig heb: 'eigen regie' met op de achtergrond een deskundige arts om te raadplegen. Hoe zal zijn vervanger zijn? Eigenlijk heb ik niet zoveel puf meer om een nieuwe relatie op te starten met een andere nefroloog, maar ik heb geen keus.

'Ja, ik ga inderdaad weg' zegt Martijn. 'Aan het einde van de week al. Het is dat ik je nog zie. De overige patiënten krijgen een brief thuis.' Zo! denk ik. Dat is helemaal een koude douche. Hij vertelt uit te zien naar zijn nieuwe baan, maar het ook vervelend te vinden om afscheid te moeten nemen van zijn patiënten, en dat siert hem.

'Je bloeddruk is nog steeds wat hoog' stelt hij vast als hij naar de uitdraai kijkt die ik heb meegenomen vanuit de bloeddrukkamer. Ik ben verbaasd. 'Ik heb in mijn verpleegkunde-opleiding altijd geleerd dat de onderdruk het meest belangrijk is?' 'Die inzichten zijn veranderd' verduidelijkt hij. 'De bloeddruk blijkt een gemiddelde van twee keer de bovendruk en een keer de onderdruk te zijn.' Tja, denk ik: dan is 'ie inderdaad te hoog. Mijn bovendruk is regelmatig 150 of hoger en dat is dus iets teveel van het goede. 'Zullen we de Amlodipine dan maar verhogen naar 10 mg?' stelt hij voor.

Met een nieuw recept in mijn tas besluit ik om luchtig afscheid van hem te nemen. 'Dank je wel voor je goede zorgen' is wat ik er aan het einde van de afspraak uit kan krijgen. Ik ken mezelf: als ik uitgebreid stil ga staan bij hoe ik hem gewaardeerd heb, word ik emotioneel en daar heb ik geen zin in. Het helpt mij om te denken dat ik hem vast nog wel een keer zal zien of van hem zal horen. Door mijn vrijwilligerswerk voor NierNieuws, de NVN en de Nierstichting is dat niet eens zo gek gedacht.

Zoals vaker, ben ik de laatste die de poli nefrologie verlaat. De grote nieuwe wachtkamer is leeg en mijn hoofd vol. Vol van indrukken. Ik heb afgesproken met mijn jongste dochter om vanavond samen lekker uit eten te gaan en bij haar te blijven slapen. Een kers op de taart aan het einde van deze dag.

Ik loop onderweg naar de uitgang langs de liften die mij over twee maanden naar de 4e verdieping zullen brengen. Daar zal hopelijk een gelukkig, getransplanteerd leven beginnen. Met veel om dankbaar voor te zijn, ondanks milde beperkingen. Ik kan bijna niet wachten.

Wie had ooit gedacht dat ik dat nog eens zou denken…

sterren Gepubliceerd: dinsdag 16-05-2017 | Reacties (1)

Reacties

Reageer op dit artikel

  • Desiree Schattefor, Gemert
    16-05-2017 11:44

    Mooi geschreven Brenda, moeilijk allemaal een achtbaan van emoties gaan door je heen. Als dit al voor mij zo voelt zal dit zeker voor jou zo zijn. Ik weet dat je sterk bent en dat je een fijn gezin heb die je steunt, maar ik snap ook dat dit toch echt door jou verwerkt moet worden. Hou je goed lieverd en geloof in je eigen krachten, want die zijn groot!

    Liefs,
    Desiree


Altruďstisch doneren is prachtig. Maar hoe dan?

Ik kom hem voor het eerst tegen tijdens een netwerkbijeenkomst in het midden van het land: een vriendelijk ogende gespierde dertiger. ‘Mag ik je even voorstellen Brenda? Dit is de man waarover ik het had’ zegt mijn man en stapt opzij. Kevin steekt zijn hand uit en knijpt stevig in de mijne. Als hij zich voorstelt, praat hij snel en een beetje binnensmonds. ‘Ik hoorde jouw verhaal’ begin ik ‘en ik wist niet wat ik hoorde. Als jij voor een een-op-een-gesprek naar Sjaak komt, vind je het dan goed dat ik je interview? Dan maak ik van jouw verhaal een feuilleton voor NierNieuws.’

Lees meer »

'Dat doneren is natuurlijk gewoon eigenbelang' »

‘Jeetje’ zeg ik tegen mijn man als we de lift instappen naar de vierde verdieping. ‘Ik realiseer mij ineens dat ik nu ga zien waar ik terechtkom over een paar maanden. En jij kunt nu ook zien waar ik kom te liggen. Wat bijzonder: dit had ik mij nog niet eens gerealiseerd.’ ’Ja, inderdaad’ knikt hij. ‘Dat moeten we in Amsterdam ook doen’ zeg ik er snel achteraan. ‘Dan weet ik ook hoe het er daar eruitziet als we met elkaar Skypen.

Lees meer »

Dansen op straat »

‘Kijk eens wat ik hier heb?’ zeg ik als ik om kwart voor twaalf vanuit de praktijk naar boven kom en de gang in loop. ‘Wat is dat?’ zegt mijn man afwezig en speelt een beetje met een poppetje dat ik in zijn handpalm leg. ‘Een Persoonlijk Ontwikkel Plan’ zeg ik lachend en wacht op zijn reactie. Die komt niet. ‘Ga maar eens even naar het kantoor’ zegt hij met een vreemde ondertoon.

Lees meer »





NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.