Mail: redactie@niernieuws.nl | 030 - 288 9994 | NL16 TRIO 0197 707866



Reageer | Verstuur | Druk af   

Morgen zal het nog beter gaan

Door Brenda de Coninck 

‘Heeft iemand een kussentje?’ vraag ik als ik wakker word op de operatiekamer. Op de een of andere manier ben ik er, maar toch ook weer niet. ‘Heeft iemand een kussentje?’ herhaal ik. ‘Nee, we hebben geen kussentje’ zegt de vierdejaars studente. Jammer, denk ik. Dat had de verpleegkundige van de afdeling toch beloofd? Ik leg mijn hand op mijn rechteronderbuik en zak weer weg. Mijn tante in Canada vertelde een soortgelijk verhaal. Vlak voordat ze onder narcose werd gebracht, staarde ze naar een grote lamp boven haar hoofd, die haar deed herinneren aan een pizza die in stukken was gesneden. Nadat ze bijkwam, vroeg ze de chirurg of ze pizza kon bestellen. ‘Oh My God, now I’ve heard it all’ schaterde hij. Mijn kussentje was inderdaad beloofd, maar pas op de afdeling. Hersenen maken kennelijk bijzondere associaties net na een narcose.

Ik word opnieuw een beetje wakker op de verkoeverkamer en heb het heet. Ik sla de deken van mij af, mij niet realiserend dat ik geen OK-jasje meer aan heb. ‘Doe die maar even over u heen’ zegt een verpleegkundige. ‘Ik heb het héét’ roep ik half verward en sla de deken weer van mij af. ‘Nou, dit wil niet iedereen zien hoor’ zegt ze een beetje boos en slaat de deken weer over mij heen. Ik word opstandig. ’Nou, en wat zien ze dan helemaal? Mijn…?’ en val weer weg. De derde keer ben ik écht wakker. ‘Ik ben er weer!’ denk ik blij en leg mijn hand op mijn rechteronderbuik, waar mijn nieuwe nier zit. Ik glimlach. ‘Welkom lieve nier’ zeg ik vanbinnen. ‘Jij maakt nu deel uit van mijn systeem.’ Een deel van de geleide fantasie komt in mijn gedachten met woorden als ‘erbij horen, welkom zijn, samenwerken, helen en genezen.’

‘Hoe voelt u zich?’ vraagt een verpleegkundige die een karretje voortduwt onder mijn voeteneinde. ‘Goed’ zeg ik blij. ‘Heeft u zin in een waterijsje?’ ‘Een waterijsje?’ vraag ik verbaasd. Ze knikt. ‘Nou, ja: daar heb ik wel zin in.’ Dit is kennelijk een nieuw protocol, denk ik verwonderd. Als ze mij een stick-achtig ijsje overhandigd, neem ik voorzichtig een hapje. Het smaakt heerlijk. Lekker verfrissend en zoet. Tien minuten later blijkt mijn maag het niet met mij eens te zijn en is er een kartonnen bakje in de vorm van een nier nodig om de inhoud van mijn maag op te vangen. Gelukkig: het is alleen maar water wat eruit komt, en geen sandwich met kaas, sla, tomaat en peper ;-)

De controles zijn goed. Moira en haar vriend komen even langs op de verkoever. Moira appt later in de groepsapp dat ik nog wel moe was, maar lekker had gekletst. ‘Vanaf hier kan het alleen maar beter gaan’ zei ik volgens haar enthousiast. Eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat ik daar nog maar vaag iets van weet. Rond 19:30 uur komen twee verpleegkundigen van de afdeling mij ophalen. De rit terug naar de afdeling gaat rap. Als de verpleegkundigen snel bochten maken met mijn bed, komt de misselijkheid weer opzetten. Bij de kamer aangekomen, blijk ik gezelschap te hebben gekregen. De familie Sterk staat gedrieën in de ruimte: meneer Sterk, zijn vrouw en dochter. ‘Kunt u even opzij gaan?’ vraagt de verpleegkundige. ‘We hebben wat ruimte nodig om het bed te draaien.’

Als ik mijn plekje naast het raam heb ingenomen, trekt de verpleegkundige het gordijn tussen mij en meneer Sterk dicht. Later zal hij een hele aardige man blijken te zijn, maar voor nu vind ik het fijn dat ik even wat privacy en rust heb. In de linkerbovenhoek van mijn bed hangt een lieve heliumballon die eruitziet als een bloem met een big smile. Een cadeautje van mijn dochter en haar vriend. Als ze van de verpleging horen dat ik alweer terug ben op de afdeling, komen ze binnen om mij gezelschap te houden. Op de kamer ben ik een stuk minder aanspreekbaar dan op de verkoever en slaap ik vooral veel. Ik had mij voorgenomen mijn man te bellen, maar daar ben ik niet toe in staat. Soms merk ik dat er allerlei controles bij mij worden uitgevoerd: bloeddruk meten, vochtbalans bijhouden etc. Eten wil ik niet, omdat ik bij tijd en wijle nog altijd misselijk ben.

De ingenomen paracetamols - bedoeld om een 24-uursspiegel op te bouwen, zodat ik op den duur van de Dipidolor (een opiaat) af kan - kunnen hun werk niet doen, omdat ik die eruit spuug. Ik had mij nog zo voorgenomen geen opiaten te nemen, maar de pijn wordt nu toch te voelbaar zonder paracetamol. ‘Het is niet nodig dat u pijn heeft’ zegt een verpleegkundige bezorgd. ‘Als u pijn heeft, gaat u verkrampt bewegen en dat is niet goed. Dan herstelt u minder snel. Het is juist de bedoeling dat u vanaf morgen op bent en beweegt.’ Vooruit dan maar, denk ik, en druk op het knopje dat aan de ene kant verbonden is met de Dipidolor en aan de andere kant met mijn arm. Na een minuut of tien begint het opiaat te werken en neemt de pijn significant af. Toch wel lekker, moet ik eerlijk bekennen.

De transplantatiecoördinator had mij al gewaarschuwd: ‘De eerste nacht zul je weinig slapen’. En dat klopt. Elk uur komt een verpleegkundige naar mij toe om mijn bloeddruk, saturatie (zuurstofgehalte van het bloed - red.) en urine te controleren. De urine loopt door een katheter vanuit mijn blaas een zak in. De verpleegkundige lijkt tevreden. Als ze om 06.00 uur opnieuw binnenkomt, ben ik blij dat de nacht voorbij is. De misselijkheid lijkt wat af te nemen. Dan is het tijd voor het ontbijt. ‘Wilt u wat eten? vraagt de voedingsassistente. Ik waag het er maar op en bestel een beschuitje met jam en een kopje thee. Langzaam en met kleine muizenhapjes eet ik hem op en warempel: hij blijft erin! Dat gaat de goede kant op constateer ik tevreden. Met de minuut voel ik de misselijkheid afnemen.

Mijn man belt: het gaat goed met hem. Hij heeft gisteravond een diner verorberd waar mijn mond van openvalt. De foto die binnenkomt toont een bord rijst en oosterse kip waar een straat van kan mee-eten. Hij voelt eigenlijk geen pijn zegt hij bescheiden. Onvoorstelbaar. Alleen met draaien en hoesten vindt hij de wond wat gevoelig. Als hij in de loop van de middag gaat douchen, is hij zijn twee infusen én zijn katheter al kwijt. Let wel: iets meer dan 24 uur na een vier uur durende nefrectomie!!! Mijn mond valt open en niet alleen die van mij. In het AMC hebben ze dit niet eerder meegemaakt, zo vertelt een verpleegkundige daar.

Halverwege de ochtend komen mijn eerste labresultaten binnen: mijn kreatinine is nu al gezakt naar 170, mijn dikke voeten zijn geslonken en mijn bloeddruk is 110/65. Ik sta steil achterover van zoveel goed nieuws. De foto’s die op de OK zijn gemaakt van de niertransplantatie stuur ik naar mijn man en kinderen. Ze zijn indrukwekkend om te zien en ik ben dankbaar dat ze zijn gemaakt.

Na zoveel mooie berichten over de voortgang van mijn man wil ik niet achterblijven. Kom Bren: een beetje bikkelen zeg ik tegen mezelf. Als de voor mij liefste verpleegkundige van allemaal - Stijn - mijn bed komt verschonen, besluit ik om eruit te stappen. ‘Een tien met een griffel’ zegt ze enthousiast als ze mij voorzichtig ziet scharrelen. Ik ga meteen op de stoelweegschaal zitten en hoor dat ik ruim 3 kilo ben aangekomen. Dat valt nog mee. Tijdens de OK wordt tussen de 6 en 9 liter vocht toegediend heb ik mij laten vertellen, zodat de nier zoveel mogelijk wordt natgehouden. Mijn lijf moet dat extracellulaire vocht op den duur vanzelf opruimen.

Het is nog wat te ambitieus om vandaag te douchen en daarom word ik op bed gewassen. Ik mag zoveel mogelijk zelf doen. Daar waar ik niet bij kan, word ik geholpen. Als de verpleegkundige mijn wond gaat verschonen, kijk ik met grote belangstelling mee. Die is inderdaad niet mis - 16 cm. Hij is gelukkig netjes onderhuids gehecht. ‘Daar zie je straks niets meer van’ appt Marilène, als ik een foto van de incisie naar haar toe stuur. In de loop van de ochtend beginnen mijn darmen op te spelen, een veelgehoorde klacht na narcose. Het is nu toch wel fijn dat ik op het knopje van de Dipidolor kan drukken - weer op advies van de verpleging - want mijn darmen drukken behoorlijk tegen de wond aan.

Om 11:30 uur wordt meneer Sterk naar de OK gereden. In de loop van de ochtend heb ik kennis met hem gemaakt. Hij is een aardige man die de pensioengerechtigde leeftijd al is gepasseerd, hoewel hij nog heel actief is. Eigenlijk ‘ken’ ik hem al van de verhalen van mijn vorige nefroloog, Martijn. Die vertelde tijdens een polibezoek met respect hoe een patiënt van hem met een nierfunctie van maar 7% nog zonder dialyse rondliep. Dat blijkt mijn kamergenoot te zijn. ‘Op den duur voelde ik mij net een oude man van 85’ zegt hij vermoeid. ‘Het is tijd dat er wat gaat gebeuren.’ Zijn dochter ligt op de afdeling vaatchirurgie aan de andere kant van het ziekenhuis en is een hele goede match met hem. ‘In het begin wilde ik er niets van weten, dat ze haar nier zou geven, maar ze hield vol. Ik ben haar erg dankbaar’ sluit hij af. ‘Nou, ik kan alles mooi afkijken van u’ snijdt hij vervolgens een ander onderwerp aan. ‘U bent mij steeds een dag voor.’ Zijn overduidelijke Groningse accent begin ik al een beetje te verstaan. Zijn vrouw loopt met hem mee naar beneden en dan is de kamer weer leeg. Ik heb even het rijk voor mezelf alleen.

Om 15:00 uur komt mijn oudste dochter met haar vriendin op bezoek vanuit Amsterdam. Ze hebben een lief cadeautje meegebracht. Tjonge: ik word verwend! Ook de kaarten stromen binnen, evenals Appjes, e-mails, Facebook- en Messenger-berichten. Ik heb er een dankbare dagtaak aan om die te beantwoorden.

Tot mijn verrassing komen Margreet en Marianne - onderzoeksverpleegkundige respectievelijk nefroloog in opleiding - binnen met een bosje Gerbera’s namens hen en twee artsen die ik in het verleden goed heb leren kennen door mijn deelname aan de Tolvaptanstudie. ‘Ik zag dat je was opgenomen’ begint Margreet vrolijk ‘en toen wilden we even langskomen.’ Ze overhandigt een kaart met achterop vier voornamen, elk zelf geschreven. De tekst gaat over ‘doorgaan in het leven als enige keuze om vooruit te komen.’ Een mooie boodschap.

’s Avonds komt mijn jongste dochter ook nog even langs. Meneer Sterk komt rond 20:00 uur terug van de OK en het gaat gelukkig goed met hem, net als met zijn dochter. Aan het einde van de avond vraag ik om een Temazepam. Met alle controles die meneer Sterk vannacht zal ondergaan, hoop ik daar met dit middel doorheen te kunnen slapen. Als ik mijn ogen dichtdoe, verheug ik mij op morgen. Dan zal het nóg beter gaan dan vandaag.

Vast wel.

sterren Gepubliceerd: zaterdag 22-07-2017 | Reacties (3)

Reacties

Reageer op dit artikel

  • Marieke, W
    25-07-2017 16:03

    Brenda wat super dat het al zo goed gaat met jou en je man! Fijn om te horen. Uitslagen om te zoenen lijkt me!
    Misschien ben je inmiddels alweer lekker thuis, doe maar rustig aan daar want ik weet uit ervaring dat je dan toch snel weer dingen op gaat pakken. Die paar vierkante meter rond een ziekenhuisbed scharrelen lijkt heel wat. En dan ben je thuis 3x op 1 ochtend de trap op en af geweest omdat je niet de hele dag anderen wilt laten rennen en dan denk je oei.... ;)
    Een goed herstel gewenst allebei!

  • Diane van der Heijden, Oegstgeest
    23-07-2017 13:58

    Net getransplanteerd, nog in het ziekenhuis en dan zulke teksten schrijven. Petje af Brenda.

  • Alian Spelde, Wildervank
    22-07-2017 11:07

    Hallo Brenda,
    Fijn dat je zo uitgebreid verslag doet van de donatie en transplantatie. Voor mij prettig om zo'n ervaringsverslag te lezen omdat mijn zoon en ik as. woensdag 'aan de beurt zijn'. Hij om te ontvangen en ik om te mogen geven. Mooi om te lezen dat jouw man al zo snel schijnt te herstellen en handig om te weten hoe jouw eerste dagen er uit zien. Dan weet ik ook een beetje hoe het voor mijn zoon zal zijn zo vlak na de transplantatie. Wij zullen allebei in het UMCG zijn gelukkig. Ik hoop snel nog meer van je te lezen en hoop dat je een voorspoedig herstel hebt. Geweldig om meteen zo'n mooie kreat waarde te hebben.


Volkomen nuchter

De klok in mijn kamer hangt bijna recht tegenover mijn voeteneinde. Als ik wakker word, zie ik dat het pas 05.00 uur is. Ik kan niet meer slapen, voel me meteen super wakker. Vandaag gaat het gebeuren. Over twee uur moet Sjaak al naar de OK. Gisteren heeft de chirurg mij verteld dat de operatie van de donor iets meer tijd vergt dan gebruikelijk en dat ze daarom denken dat ik pas rond 13.00 uur aan de beurt ben. Vanaf nu moet ik dus nog acht uur wachten, zonder eten of drinken. De verpleging heeft mij namelijk opgedragen vanaf 00.00 uur nuchter te blijven, in tegenstelling tot wat de anesthesist mij op de poli vertelde.

Lees meer »

Dubbel opgenomen »

'Neem je wel een gastvrouw? Doen hoor! Ze weet precies waar je moet zijn.' Mijn niervriendinnetje Marilène geeft mij via WhatsApp advies t.a.v. de opnameperiode. Zij heeft dit alles drie maanden geleden meegemaakt en weet dus waarover ze het heeft. Ik heb eigenlijk geen zin in een gastvrouw - dop liever mijn eigen boontjes - maar neem haar advies toch maar over.

Lees meer »

Ieder voor zich, maar tegelijkertijd samen »

‘Over een week liggen we rond deze tijd onder het mes’ hoor ik naast mij. We zijn net wakker en liggen nog in bed. Ik zucht. Hij heeft het er de laatste paar weken vaak over en naarmate de transplantatiedatum nadert, bijna elke dag. Ik druk mijn lippen tegen elkaar en staar voor mij uit. ‘Ik weet het lieverd. Ik merk dat je het er vaak over hebt en daar krijg ik een beetje de kriebels van. Het is net alsof bij mij de druk wordt opgevoerd als je er zo vaak over praat.

Lees meer »





NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.