Promotie: Weinig spiermassa gevaarlijk voor nierpatiënten
Door Merel Dercksen Wanneer: woensdag 29-10-2008
Het aantal patiënten dat chronisch nierfunctievervangende behandeling nodig heeft neemt toe. Dit is waarschijnlijk te wijten aan aandoeningen die gerelateerd zijn aan insulineresistentie, zoals obesitas en diabetes. Een hoge vetmassa is een bekende oorzaak van insulineresistentie. Het was tot nu toe onbekend of te weinig spiermassa een rol speelt bij insulineresistentie en uiteindelijk vroegtijdige sterfte.
Uit het promotieonderzoek van Leendert Oterdoom blijkt dat weinig spiermassa een risicofactor is voor vroegtijdige sterfte. Dit geldt zowel bij niertransplantatiepatiënten als personen van de algemene bevolking. Dit risico is onafhankelijk van insulineresistentie. Verder concludeert Oterdoom dat het sterftecijfer bij niertransplantatiepatiënten ruim zes maal hoger is dan bij de algemene bevolking. Mogelijk kunnen betere voeding en lagere doseringen prednisolon het verlies van spiermassa beperken om hiermee de levensverwachting van niertransplantatiepatiënten te verbeteren.
Promotie: L.H. Oterdoom: woensdag 29 oktober 2008 14:45 uur
Titel proefschrift: Insulin resistance, renal dysfunction and cardiovascular disease in a high and a low risk population
Promotores: prof.dr. R.O.B. Gans en prof.dr. P.E. de Jong
Locatie: Academiegebouw, Broerstraat 5, Groningen
Gepubliceerd: woensdag 22-10-2008
Bron: Rijksuniversiteit Groningen | Nog geen reacties
Nierfalen niet-westerse kinderen wordt slechter behandeld
Niet-westerse kinderen krijgen in Nederland, België en Duitsland een andere nierfunctievervangende therapie (dialyse of niertransplantatie) met minder goede uitkomsten dan westerse kinderen. Ook rapporteren kinderen met een niet-westerse achtergrond een slechtere kwaliteit van leven, vooral wat betreft schoolprestaties en emotioneel functioneren.
Dit staat in het proefschrift van Nikki Schoenmaker. Zij vergeleek de behandeling van dialysepatiënten in Nederland, België en een deel van Duitsland. Doel was de kwaliteit van de behandeling van kinderen met terminaal nierfalen te verbeteren. Tot de komst van het RICH-Q project (Renal Insufficiënty therapy in Children- Quality assessment and improvement) in 2007, bestond er geen structureel inhoudelijk overleg over dialysepatiënten tussen de verschillende behandelcentra.
Uit haar analyse kwamen grote verschillen aan het licht tussen die centra. Een groot deel van deze variatie is te verklaren uit het ontbreken van goede richtlijnen voor kinderen met terminale nierinsufficiëntie. Verder wijst ze erop dat vroege detectie van hartziekten essentieel is om de prognose van kinderen met nierfalen te verbeteren. Een conventionele echo is geen goede methode om hartziekten op te sporen bij deze kinderen. Andere echotechnieken (TDI en Speckle Tracking) zijn gevoeliger en beter reproduceerbaar.
Promotie: Meten albumine in urine spoort chronische nierschade vroegtijdig op »
Mensen met een verhoogde hoeveelheid albumine in hun urine hebben een snellere achteruitgang in hun nierfunctie en een veel hoger risico op nierfalen. Daarmee staat vast dat het meten van albumine, een soort eiwit, een goede en relatief eenvoudige methode is om patiënten met chronische nierschade vroegtijdig op te sporen. Dit blijkt uit promotie-onderzoek van Marije van der Velde van het UMCG. Haar studie was onderdeel van het grote PREVEND-onderzoek naar hart-, nier- en vaatziekten.
Promotie: Vasten beschermt nieren na transplantatie »
Niet voldoende vitamine B1 (thiamine), maar gewichtsverlies en verminderde voedselinname hebben mogelijk een beschermend effect op de nieren na een niertransplantatie. Dat constateert Astrid Klooster, die onderzoek deed naar het verband tussen een gebrek aan vitamine B1, vasten en het functioneren van de nier na een transplantatie. Vitamine B1 is cruciaal voor de energievoorziening van het lichaam.

Reacties
Reageer op dit artikel