Mail: redactie@niernieuws.nl | 030 - 288 9994 | NL16 TRIO 0197 707866



Lees voor | Reageer | Verstuur | Druk af   

Dotteren nierslagader verbetert bloedvoorziening nieren niet

Door Merel Dercksen 

Wanneer de slagaders naar de nieren sterk zijn vernauwd doordat iemand aan atherosclerose lijdt, kunnen die met behulp van een ballonnetje of door een chirurgische ingreep weer open gemaakt worden: revascularisatie. Maar er zijn niet veel mensen die na die ingreep een betere nierfunctie hebben dan ervoor. Sterker: zelfs de doorbloeding van de nieren verbetert vaak amper.

Er wordt wel gedacht dat de geringe toename van de nierfunctie komt doordat de verminderde nierfunctie van deze patiënten niet, of niet alleen, het directe gevolg is van de verminderde bloedvoorziening van de nieren, maar doordat er ook sprake is van schade aan de kleine vaatjes in de nieren. Het is goed voor te stellen dat eenmaal ontstane schade aan de nieren niet ineens verdwijnt wanneer de bloedstroom weer goed op gang komt.

Finse wetenschappers besloten te meten wat het effect van revascularisatie op de doorbloeding van de nieren nu precies is. Zij deden dat door bij 17 patiënten die aan een (8) of aan twee (9) zijden een revascularisatie van de nierslagaders ondergingen tweemaal een PET-scan (Positron Emissie Tomografie) uit te voeren: eenmaal voor en eenmaal na de ingreep. De meeste patiënten ondergingen de ingreep nadat ze een niet onder controle te brengen hoge bloeddruk hadden.

Voor de ingreep zagen de onderzoekers een verband tussen de doorbloeding van de nieren en de mate van stenose, de vernauwing. Maar na revascularisatie nam de doorbloeding gemiddeld genomen niet duidelijk toe. 'Onze gegevens bevestigen de data uit eerdere onderzoeken, dat de ernst van de sclerose in de nierslagaders niets zegt over de respons op revascularisatie.'

Er zijn ook studies waaruit blijkt, dat als er na dotteren van de nierslagader een stent geplaatst wordt, deze meestal te klein is. Dat vermindert het positieve effect op de doorbloeding en zorgt ervoor dat alles sneller weer dichtslibt dan bij een stent met een juiste maat het geval zou zijn.

sterren Gepubliceerd: dinsdag 31-07-2012
Bron: Nephrology Dialysis Transplantation | Nog geen reacties


Transplantatie bij cystinose beter dan bij andere nierpatiŽnt

Voor patiënten met cystinose is transplantatie de voorkeursbehandeling als hun nieren het opgeven, net als voor de meeste andere nierpatiënten. Uit Frans onderzoek blijkt nu dat deze nieren het ook op lange termijn goed blijven doen. Sterker nog: ze blijven langer werken dan nieren bij getransplanteerden die een andere oorzaak van hun nierfalen hadden.

Cystinose is een lysosomale stapelingsziekte. Dit soort ziektes ontstaat door een gendefect en heeft als kenmerk dat een (afval)stof, in dit geval cystine, niet goed afgevoerd wordt. De cystine stapelt zich op in de cellen en dat kan overal in het lichaam gevolgens hebben. Bij de meest voorkomende vorm van cystinose ontstaat al op de kinderleeftijd ernstige nierschade. Met het medicijn dat nu beschikbaar is, mercaptamine/cysteamine (Cystagon), kan het moment van transplantatie een jaar of tien worden uitgesteld, maar kunnen de nieren niet gered worden.

Lees meer »

Loopt echt een op de drie IJslanders nierschade op? »

Het risico dat een 45-jarige zonder nierproblemen op latere leeftijd matige nierproblemen oploopt, is vrij groot, zo blijkt uit IJslands onderzoek. De onderzoekers analyseerden de gegevens die waren verkregen door middel van een prospectief cohortonderzoek onder inwoners van Reykjavik, over een periode van bijna 50 jaar (1957 - 2005). Daaruit bleek dat vrouwen zonder nierschade op 45-jarige leeftijd 35% kans hadden op het ontwikkelen van matige nierproblemen (of erger) op latere leeftijd.

Lees meer »

Soort antilichaam tegen donor bepaalt afstoting »

Patiënten die antilichamen aanmaken tegen hun donornier, maken niet allemaal dezelfde soort aan. Die details blijken te bepalen of de antilichamen een afstotingsproces in gang zetten, of dat er eigenlijk weinig aan de hand is. Een van de manieren waarop afstoting van een getransplanteerde nier kan ontstaan is doordat de ontvanger antilichamen aanmaakt tegen specifieke eiwitten in het donororgaan: anti-HLA-antilichamen.

Lees meer »





NierNieuws en zijn adverteerders maken soms gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.