'Albumine geen goede graadmeter voedingsstatus'
Door Merel Dercksen
De hoeveelheid albumine in het bloed van dialysepatiënten vertoont maar een zwak verband met andere waarden die gebruikt worden om de voedingsstatus te bepalen. Ook voegt het weinig toe aan modellen op basis van een aantal andere gegevens. De waarde van serumalbumine als betrouwbare marker voor de voedingsstatus van dialysepatiënten is dus nogal gering, schrijven Zweedse onderzoekers.
Het eiwitgehalte van het bloed, om preciezer te zijn de hoeveelheid albumine, is een veelgebruikte maat voor de voedingsstatus van dialysepatiënten. Maar, zeggen Zweedse onderzoekers, de bruikbaarheid hiervan is niet onomstreden. Tijd dus om na te gaan of er een verband is tussen serumalbumine en verschillende andere markers voor de voedingsstatus.
Die andere markers die de onderzoekers gebruikt hebben zijn van verschillende orde; daaronder bloedwaarden als creatinine, een vragenlijst, kracht in de handen en een botdichtheidsmeting. Deze markers bepaalden de wetenschappers bij 841 dialysepatiënten. Daarnaast hielden ze nog gegevens bij als leeftijd, CRP in het bloed, diabetes en indien van toepassing eiwitverlies met de urine.
Vooral met die laatste variabelen bleek het serumalbumine een verband te vertonen. En bij chronische, dus niet-acute, dialysepatiënten ook wel met de vragenlijst (SGA). De onderzoekers konden ook geen betere inschatting van de voedingsstatus van een patiënt geven wanneer ze aan een model dat leeftijd, geslacht, diabetesstatus en hart- en vaatziekten bevatte, het serumalbumine als extra parameter toevoegden.
|
Immuungemedieerde nierschade door HIV vaker bij Afrikanen
Patiënten die geïnfecteerd zijn met het HIV-virus, lopen het risico op HIV-gerelateerde nierproblemen. Veel HIV-patiënten krijgen te maken met HIVAN (HIV-associated nephropathy) of HIVICK (HIV-associated Immuno Complex Kidney disease). Daar waar over HIVAN inmiddels vrij veel bekend is, is over HIVICK nog veel onduidelijk. Artsen van de Johns Hopkins universiteit in Baltimore (VS) proberen daar nu meer klaarheid in te scheppen.
HIVAN en HIVICK hebben gemeen dat in beide ziektes de glomeruli in de nieren worden aangetast. Bij HIVAN is dat echter direct gevolg van de HIV-infectie, terwijl bij HIVICK verbindingen van antilichamen van het immuunsysteem (immuuncomplexen) in de glomeruli neerslaan en die blokkeren. Het doel van het onderzoek was te bepalen welke HIV-patiënten een verhoogd risico lopen op HIVICK. De artsen deden dat door, gedurende bijna 15 jaar, 751 HIV-patiënten te volgen.
Trage start nieuwe nier gevaarlijker voor ouderen
Hoe ouder de ontvanger van een postmortale nier is, hoe groter de kans dat hij het niet overleefd wanneer de nier niet meteen werkt. Jonge getransplanteerden kunnen zo'n opstartfase meestal wel overbruggen. Er bestaat een verband tussen het vertraagd op gang komen van een pas getransplanteerde nier, en het overlijden van de getransplanteerde patiënt in de eerste maanden na transplantatie. Dr.
PEG als laxeermiddel kan acute nierschade veroorzaken
Hoewel het nog niet algemeen onderkend wordt, geeft ook het voorkeursmiddel bij laxeren voorafgaand aan een darmonderzoek risico op nierproblemen, schrijven Koreaanse onderzoekers. Dit middel geniet juist de voorkeur, omdat andere, eerder meer gebruikte middelen, onomkeerbare nierschade tot gevolg kunnen hebben. De onderzoekers denken wel dat de nierschade door het voorkeursmiddel meestal tijdelijk is, en vaak te voorkomen door voldoende vocht toe te dienen.

Gepubliceerd: woensdag 27-06-2012


NierNieuws is onafhankelijk van bij de materie betrokken (semi-)commerciële en (semi-)overheidsinstelling.
Niernieuws heeft geen financiële connecties met patiënten- verenigingen of andere soortgelijke organisaties of
stichtingen.
Reageer ook op dit artikel