'Albumine geen goede graadmeter voedingsstatus'
Door Merel Dercksen
De hoeveelheid albumine in het bloed van dialysepatiënten vertoont maar een zwak verband met andere waarden die gebruikt worden om de voedingsstatus te bepalen. Ook voegt het weinig toe aan modellen op basis van een aantal andere gegevens. De waarde van serumalbumine als betrouwbare marker voor de voedingsstatus van dialysepatiënten is dus nogal gering, schrijven Zweedse onderzoekers.
Het eiwitgehalte van het bloed, om preciezer te zijn de hoeveelheid albumine, is een veelgebruikte maat voor de voedingsstatus van dialysepatiënten. Maar, zeggen Zweedse onderzoekers, de bruikbaarheid hiervan is niet onomstreden. Tijd dus om na te gaan of er een verband is tussen serumalbumine en verschillende andere markers voor de voedingsstatus.
Die andere markers die de onderzoekers gebruikt hebben zijn van verschillende orde; daaronder bloedwaarden als creatinine, een vragenlijst, kracht in de handen en een botdichtheidsmeting. Deze markers bepaalden de wetenschappers bij 841 dialysepatiënten. Daarnaast hielden ze nog gegevens bij als leeftijd, CRP in het bloed, diabetes en indien van toepassing eiwitverlies met de urine.
Vooral met die laatste variabelen bleek het serumalbumine een verband te vertonen. En bij chronische, dus niet-acute, dialysepatiënten ook wel met de vragenlijst (SGA). De onderzoekers konden ook geen betere inschatting van de voedingsstatus van een patiënt geven wanneer ze aan een model dat leeftijd, geslacht, diabetesstatus en hart- en vaatziekten bevatte, het serumalbumine als extra parameter toevoegden.
|
Trage start nieuwe nier gevaarlijker voor ouderen
Hoe ouder de ontvanger van een postmortale nier is, hoe groter de kans dat hij het niet overleefd wanneer de nier niet meteen werkt. Jonge getransplanteerden kunnen zo'n opstartfase meestal wel overbruggen.
Er bestaat een verband tussen het vertraagd op gang komen van een pas getransplanteerde nier, en het overlijden van de getransplanteerde patiënt in de eerste maanden na transplantatie. Dr. Jagbir Gill en zijn collega's van de University of British Columbia in Vancouver hebben onderzocht hoe veel groter dat risico op overlijden wordt wanneer de nier niet meteen werkt, en of het leeftijdsafhankelijk is.
PEG als laxeermiddel kan acute nierschade veroorzaken
Hoewel het nog niet algemeen onderkend wordt, geeft ook het voorkeursmiddel bij laxeren voorafgaand aan een darmonderzoek risico op nierproblemen, schrijven Koreaanse onderzoekers. Dit middel geniet juist de voorkeur, omdat andere, eerder meer gebruikte middelen, onomkeerbare nierschade tot gevolg kunnen hebben. De onderzoekers denken wel dat de nierschade door het voorkeursmiddel meestal tijdelijk is, en vaak te voorkomen door voldoende vocht toe te dienen.
Meisjes zeggen vaker ja tegen orgaandonatie
Meisjes zijn vaker bereid na hun dood donor te zijn dan jongens: 82 procent van de 18-jarige vrouwen die hun keuze hebben vastgelegd, geeft aan na overlijden één of meerdere organen of weefsels te willen afstaan. Van de jongens uit 1994 is dat maar 72 procent. Zo is de situatie, één maand nadat minister Schippers alle jongeren uit 1994 een officieel verzoek stuurde om hun keuze aan te geven in het Donorregister.

Gepubliceerd: woensdag 27-06-2012


NierNieuws is onafhankelijk van bij de materie betrokken (semi-)commerciële en (semi-)overheidsinstelling.
Niernieuws heeft geen financiële connecties met patiënten- verenigingen of andere soortgelijke organisaties of
stichtingen.
Reageer ook op dit artikel